MANAGEMENT EN INFORMATIESYSTEMEN
HC 1 - INTRODUCTIE & MANAGING IN THE DIGITAL WORLD
MIS INTRODUCTIE
IT/ICT: technologie: hardware, software, AI, netwerken.
Information system (IS): mensen + processen + IT, dat dat verzamelt, verwerkt, opslaat en verspreidt
om besluitvorming en organisatiedoelen te ondersteunen.
Information management (IM): managen van IT en data + processen + mensen om informatie
effectief in te zetten ter ondersteuning van organisatiedoelen.
Doel → ontwikkelen en beheren van IS'en die bijdragen aan het realiseren van strategische
organisatiedoelen.
Onderwerp 1: Business-IT alignment
Corporate information factory;
,Onderwerp 2: Enterprise Resource Planning (ERP)
ERP; informatiesysteem voor iedereen, ondersteunt besluitvorming op alle niveaus van de
organisatie.
Onderwerp 3: Business process modeling
,Onderwerp 4: Business intelligence & analytics
Data driven decision making → transforming data into meaningful information/knowledge to support
business decision making.
Onderwerp 5: Business implications of AI: robotic process automation (RPA)
HC 2 - BEDRIJFSPROCESMODELLERING I
INTRODUCTIE TOT BUSINESS PROCESSES MANAGEMENT
Bedrijfsproces bestaat uit: een samenhangende reeks activiteiten die gezamenlijk een bedrijfsdoel
realiseren.
Business process management: concepten, methoden en technieken ter ondersteuning van;
1. Ontwerpen.
2. Beheren.
3. Configureren.
4. Uitvoeren.
5. Analyseren en verbeteren
Van bedrijfsprocessen.
Niveaus van business processes management;
MODELLING BUSINESS PROCESSES
Een proces (workflow/procedure) beschrijft;
Welke stappen nodig zijn,
In welke volgorde deze worden uitgevoerd,
Wie (of wat) de stappen uitvoert.
→ maakt de uitvoering gestructureerd, reproduceerbaar en analyseerbaar.
3 elementen van een procesdefinitie;
1. Taken (stap, activiteit, transitie);
Een taak is atomair(ondeelbaar): commit(volledig) of rollback(niet uitgevoerd).
1 logische werkeenheid.
2. Condities (toestand, fase, vereiste, plaats);
Beschrijven van status van het proces.
Bepalen volgorde van taken.
3. Subprocessen;
Deelnetwerk met taken, condities en eventueel subprocessen.
Hergebruik van eerder gemaakte processen.
Handig voor structuur, hergebruik en modulariteit.
, Case (ook wel process instance, job, token): het 'ding' dat door het proces wordt verwerkt volgens de
procesdefinitie.
Elke case heeft een unieke identiteit.
Een case heeft beperkte levensduur; begin- en eindpunt. Tijdens zijn bestaan bevindt de case
zich steeds in een bepaalde toestand (state).
Process diagram (Petri net style);
Klassiek Petri net:
Simple process model:
Slechts 3 elementen: plaatsen, transities en gerichte pijlen.
Grafische en wiskundige beschrijving.
Formele semantiek, waardoor analyse mogelijk is.
Petri-netmodellering:
Conditie (plaats): passief element.
Transitie (taak): actief element.
Arc (pijl): causale relatie tussen plaats en taak.
Case (token): entiteit die door het proces beweegt en van toestand verandert.
Routering van cases:
Sequentieel (na elkaar).
Parallel (gelijktijdig, AND).
Selectie (keuze/ OF).
HC 1 - INTRODUCTIE & MANAGING IN THE DIGITAL WORLD
MIS INTRODUCTIE
IT/ICT: technologie: hardware, software, AI, netwerken.
Information system (IS): mensen + processen + IT, dat dat verzamelt, verwerkt, opslaat en verspreidt
om besluitvorming en organisatiedoelen te ondersteunen.
Information management (IM): managen van IT en data + processen + mensen om informatie
effectief in te zetten ter ondersteuning van organisatiedoelen.
Doel → ontwikkelen en beheren van IS'en die bijdragen aan het realiseren van strategische
organisatiedoelen.
Onderwerp 1: Business-IT alignment
Corporate information factory;
,Onderwerp 2: Enterprise Resource Planning (ERP)
ERP; informatiesysteem voor iedereen, ondersteunt besluitvorming op alle niveaus van de
organisatie.
Onderwerp 3: Business process modeling
,Onderwerp 4: Business intelligence & analytics
Data driven decision making → transforming data into meaningful information/knowledge to support
business decision making.
Onderwerp 5: Business implications of AI: robotic process automation (RPA)
HC 2 - BEDRIJFSPROCESMODELLERING I
INTRODUCTIE TOT BUSINESS PROCESSES MANAGEMENT
Bedrijfsproces bestaat uit: een samenhangende reeks activiteiten die gezamenlijk een bedrijfsdoel
realiseren.
Business process management: concepten, methoden en technieken ter ondersteuning van;
1. Ontwerpen.
2. Beheren.
3. Configureren.
4. Uitvoeren.
5. Analyseren en verbeteren
Van bedrijfsprocessen.
Niveaus van business processes management;
MODELLING BUSINESS PROCESSES
Een proces (workflow/procedure) beschrijft;
Welke stappen nodig zijn,
In welke volgorde deze worden uitgevoerd,
Wie (of wat) de stappen uitvoert.
→ maakt de uitvoering gestructureerd, reproduceerbaar en analyseerbaar.
3 elementen van een procesdefinitie;
1. Taken (stap, activiteit, transitie);
Een taak is atomair(ondeelbaar): commit(volledig) of rollback(niet uitgevoerd).
1 logische werkeenheid.
2. Condities (toestand, fase, vereiste, plaats);
Beschrijven van status van het proces.
Bepalen volgorde van taken.
3. Subprocessen;
Deelnetwerk met taken, condities en eventueel subprocessen.
Hergebruik van eerder gemaakte processen.
Handig voor structuur, hergebruik en modulariteit.
, Case (ook wel process instance, job, token): het 'ding' dat door het proces wordt verwerkt volgens de
procesdefinitie.
Elke case heeft een unieke identiteit.
Een case heeft beperkte levensduur; begin- en eindpunt. Tijdens zijn bestaan bevindt de case
zich steeds in een bepaalde toestand (state).
Process diagram (Petri net style);
Klassiek Petri net:
Simple process model:
Slechts 3 elementen: plaatsen, transities en gerichte pijlen.
Grafische en wiskundige beschrijving.
Formele semantiek, waardoor analyse mogelijk is.
Petri-netmodellering:
Conditie (plaats): passief element.
Transitie (taak): actief element.
Arc (pijl): causale relatie tussen plaats en taak.
Case (token): entiteit die door het proces beweegt en van toestand verandert.
Routering van cases:
Sequentieel (na elkaar).
Parallel (gelijktijdig, AND).
Selectie (keuze/ OF).