Onderdeel Inleiding: Oriëntatie op het dilemma
1. Je formuleert relevante ethische vragen weer die de casus oproept.
is het pedagogisch verantwoord… kind en ouder perspectief varieer met
waarde, thema’s, perspectieven en andere factoren. Minimaal 2 goede of
meer.
Ethische vragen uitleg:
Als je het formuleert vanuit alleen ouders en kind, dan check je of je alles
hebt.
Het is overstijgend over het algemeen de vragen die deze casus bij je
oproepen.
Waarde toevoegen. Hoe onveilig is dat nou, hoe pedagogisch verantwoord is
dat nou….
Kan je er een debat over voeren, als ik die kant neem is het dat, als ik de
andere kant neem is het dat, er is een tegen argument.
Je weet niet 100 procent zeker of bijvoorbeeld Tom het wel wil of is het zo dat
moeder haar mening zo erg door geeft, het gaat gewoon nog alleen over goed
en kwaad en het is overstijgend. Dit moet je gewoon afvragen voordat je
verder gaat.
Minimaal 2 vragen, meerdere kanten en perspectieven.
Een ethische vraag gaat over dingen die je verwonderen of je wat van vindt.
Een ethische vraag roept discussie op.
Een ethische vraag bevat een normatief element (goed of kwaad / ethisch
verantwoord /menswaardig handelen). “Is het pedagogisch verantwoord
dat….” “Is het rechtvaardig/ inclusief/ veilig/ enz. dat….”
Een ethische vraag is geen methodische vraag (wat moet ik doen)
Een ethische vraag is geen een juridische vraag (wat mag ik doen)
Doel van een ethische vraag: overstijgend denken/verwonderen over goed en
kwaad in een casus.
2. Je beschrijft het morele dilemma waar je op in gaat.
een dilemma is een moeilijke situatie omdat beide opties elkaar uitsluiten of
is er sprake van botsende normen, waarden of rechten. Formuleer in enerzijds
en anderzijds. De beroepscode toevoegen en onderbouwen waarom enerzijds
die kant van het dilemma en ander artikel voor anderzijds van het dilemma.
, De waardes terug laten komen: Ontwikkeling en veiligheid van het kind en
autonomie, zelf beslissen.
3. Je formuleert twee tegengestelde, passende pedagogische
handelingen vanuit het morele dilemma.
je adviseert. Formuleer mogelijke handelingen vanuit jouw positie als
pedagoog. De handelingen moeten logisch vloeien uit het moreel dilemma,
passende pedagogische handelingen houden rekening met de bevoegdheid
van de pedagoog H9 en 11 en het beginsel van subsidiariteit en
proportionaliteit en de beroepscode en rekening houdend met
ontwikkelingstaken en opvoedingsopgaven.
Uitleg moreel dilemma:
Je kiest een1 moreel dilemma
Het heeft twee dingen namelijk: het enerzijds dilemma met een waarde en
anderzijds dilemma met een waarde.
Gebruik ook de beroepscode
Onderdeel Kern 1: Analyse van betrokkenen bij het dilemma
4. Je beschrijft jouw normatieve mensbeeld en hoe dit van invloed is op
jouw rol in de casus.
Wat zijn jouw belangrijke waardes (sociologische begrippen)en hoe komt dat
overeen in de casus. Is hierbij sprake van smal of breed moral. Het moet
beschreven worden in verschillende perspectieven. Begrippen uit de
hoorcollege
5. Je beschrijft het dominante mensbeeld en hoe dit van invloed is op
de casus.
in de neoliberalisme samenleving… zo begin je altijd . Wat is de heersende
dominante mensbeeld en zet het af tegen het normatieve mensbeeld, komt
het overeen of juist niet? Gebruik verschillende begrippen vanuit de
hoorcollege. Kruispuntdenken, neoliberalisme: vrijheid, zelfredzaamheid en
autonomie.
6. Je benoemt per betrokkene een verklaring van het gedrag vanuit zijn
of haar belangen en morele overtuiging.
belangrijke betrokkenen: biologische ouders, kind en jij als professional altijd
noemen. Bij de mensen houden niet de instellingen of organisaties. Type
belangen noemen per betrokkene: eigen, welbegrepen, algemeen, voor
derden. Wat is de overtuiging van het belang van de betrokkene. Morele