Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN)
HBO-Verpleegkunde
VC04 leerjaar 2
OWE 5 Waarde(n)volle zorg
2119542
Examinator: Jessie Jannink
03/11/2025
0
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave............................................................................................................................ 1
Inleiding........................................................................................................................................ 2
Methode........................................................................................................................................ 3
Casus (stap 1: verkennen).......................................................................................................... 4
Complexiteit van de casus.......................................................................................................6
Dilemma (stap 2: formuleren)..................................................................................................... 7
Geraaktheid.................................................................................................................................. 9
Professionele waarden.......................................................................................................... 10
Persoonlijke waarden.............................................................................................................11
Invalshoeken(stap 3: analyseren)............................................................................................ 12
Verpleegkundig perspectief................................................................................................... 13
Medisch perspectief...............................................................................................................16
Juridisch perspectief.............................................................................................................. 18
Ethisch perspectief................................................................................................................ 20
De patiënt.............................................................................................................................. 22
Het verpleegkundig team.......................................................................................................23
De mentor/zorgcoördinator.................................................................................................... 24
De afdelingsassistente...........................................................................................................25
De diëtiste..............................................................................................................................26
De medisch maatschappelijk werker..................................................................................... 27
De nefroloog/behandelend arts............................................................................................. 28
Delibereren (stap 4: afwegen)...................................................................................................29
Keuze (stap 5: beslissen)..........................................................................................................31
Het antwoord......................................................................................................................... 32
De hoofdvraag................................................................................................................. 32
De deelvraag....................................................................................................................32
Terugblik op het proces (stap 6: evalueren)........................................................................... 34
Stap 1: Handelen en ervaring.......................................................................................... 34
Stap 2: Terugblikken........................................................................................................ 34
Stap 3: Bewustwording.................................................................................................... 35
Stap 4: Alternatieven........................................................................................................35
Stap 5: Uitproberen..........................................................................................................35
Reflecteren................................................................................................................................. 36
Bronnenlijst................................................................................................................................37
1
,Inleiding
In de periode van september tot en met oktober heb ik stage mogen lopen in het VieCuri
medisch centrum te Venlo. Hier heb ik gelopen op de dialyseafdeling. Op deze afdeling komen
patiënten met nierfalen. In de nieren zit het nefron, dit is de functionele eenheid. Het nefron is
opgebouwd uit de glomerulus, het kapsel van Bowman, de tubuli en de verzamelbuis. In de
glomerulus vindt ultrafiltratie plaats. In tubuli worden nuttige stoffen deels teruggeresorbeerd. De
afvalstoffen worden via urine uitgescheiden. Nieren zorgen voor regulatie van water- en
zoutbalans, bloeddruk en uitscheiding van afvalstoffen. Bij nierfalen patiënten wordt het bloed
niet meer goed gefilterd van afvalstoffen, dat kan middels dialyse gedaan worden. Ook kan een
dialyse behandeling overtollig vocht onttrekken om de water- en zoutbalans op peil te houden
(Gregoire et. al., 2023, p. 203-208).
Op de dialyseafdeling zijn er verschillende patiënten die allemaal een andere motivatie hebben
om te dialyseren, of juist om niet te dialyseren. De een dialyseert wegens een behoefte aan
levensverlenging, wellicht omdat ze nog een familie hebben of nog doelen hebben om te
behalen. Voor de ander geeft dialyse hoop, ondanks beperkingen kan iemand met dialyse nog
een deel kwaliteit van leven terugkrijgen. Zo zien sommige patiënten dialyse als een tussenstop
tijdens het wachten op een transplantatie. Sommige patiënten willen niet dialyseren, dit kan
verschillende redenen hebben. Zo vraagt dialyse veel tijd en inzet, doorgaans bestaat een
behandeling uit 3 keer per week 4 uur in het ziekenhuis dialyseren en moeten de mensen ook in
intensief dieet volgen. Ook zijn er mensen met een levensovertuiging die inhoudt dat ze geen
levensverlengende middelen willen gebruiken.
In het dialyseteam werken er gespecialiseerde verpleegkundigen, nefrologen, diëtisten en
medisch maatschappelijk werkers samen om de beste zorg voor de patiënten te realiseren. Met
alle verschillende disciplines is er wekelijks een multidisciplinair overleg, hierdoor kunnen we de
zorg het beste afstemmen op de zorgbehoeften van een patiënt.
In dit werkstuk wordt een moreel-ethisch dilemma uitgewerkt van een therapieontrouwe patiënte
die ik ontmoet heb tijdens mijn stageperiode.
Een moreel-ethisch dilemma ontstaat wanneer iemand voor een keuze staat tussen twee of
meer handelingsmogelijkheden, waarbij elke optie botst met bepaalde ethische waarden of
principes. Er is geen duidelijk juist of fout antwoord, omdat elke keuze zowel moreel
verdedigbare als problematische kanten heeft. In zo’n situatie weegt men de tegenovergestelde
waarden zorgvuldig tegen elkaar af om uiteindelijk tot een persoonlijk en verantwoord besluit te
komen. (KNMG, z.d.-a)
2
, Methode
Voor het uitwerken van een moreel-ethisch dilemma bestaan meerdere modellen om tot een
goed overwogen beslissing te komen. Zo heb ik twee methodes in overweging genomen.
Namelijk de Four Box-methode (Jonsen et. al., 2021) en het KNMG-model (z.d.-c).
De Four Box-methode kan nuttig zijn om snel een overzicht te krijgen van de belangrijkste
aspecten van een ethisch dilemma, maar het blijft relatief beperkt. Het model biedt weinig
ondersteuning bij het systematisch doorlopen van het denkproces en helpt zorgverleners
nauwelijks bij het afwegen van verschillende morele en praktische overwegingen. Het
KNMG-model biedt daarentegen een uitgebreider en beter gestructureerd kader. Het integreert
de kerncomponenten van de Four Box-methode, zoals medische indicaties, kwaliteit van leven
en patiënt voorkeuren, in een bredere ethische analyse en voegt daar essentiële stappen aan
toe, zoals het afwegen van de belangen van alle betrokkenen en het kritisch reflecteren op het
proces. Hierdoor begeleidt het KNMG-model zorgverleners stapsgewijs bij het nemen van
weloverwogen beslissingen en waarborgt het dat de patiënt centraal blijft staan.
Ik heb uiteindelijk gekozen om het KNMG-model toe te passen, aangezien ik het fijn vind dat het
model mij begeleidt bij de ethische besluitvorming. Dit is voor mij de eerste keer dat ik een
moreel-ethisch dilemma benader en ik wil dit op een gestructureerde manier doen. Dat maakt
het KNMG-model het model dat het beste bij mij past.
Het KNMG-model bedraagt zes stappen zoals hieronder toegelicht:
1. Verkennen
❖ Hierin wordt de situatie verkend en wordt een compleet beeld gevormd van de
situatie.
2. Formuleren
❖ In deze stap wordt duidelijk wat de morele vraag precies is.
3. Analyseren
❖ Bij stap 3 wordt vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar het dilemma.
4. Afwegen
❖ Als alle invalshoeken uitgewerkt zijn, worden alle argumenten systematisch
afgewogen.
5. Beslissen
❖ Hier wordt het besluit duidelijk en worden afspraken gemaakt om het besluit uit te
voeren.
6. Evalueren
❖ Als laatste wordt geëvalueerd over het proces en worden leerpunten helder.
3