Constructing Place: Cultural Hegemonies and Media Images of an inner-city Neighborhood
Martin
Abstract
Dit paper gaat over dat de major media een dominante rol heeft in het definiëren van een
buurt, maar dat lokale actoren het negatieve beeld (hegemonie) tegengaan. Lokale en
dominante media dragen zo bij aan de place identity.
Plaats identiteit heeft te maken met de discourse van de dominante media bij mainstream
perspectieven. De lokale media kan zorgen voor re-interpretatie van de dominante media. Er
zijn dus interrelaties tussen de discourses. Lokale actoren en de media zorgen voor een
plaat betekenis door interacties met de dominante media.
Place Meaning and Hegemony
Sociale constitutie van plaatsen ontstaat door (alledaagse) interactie tussen mensen en
groepen, instituties, politieke en economische beslissingen en taal van representatie. Sociale
structuren en instituties hebben bepaalde vormen van macht waarbij ze plaatsen definiëren
en in categorieën kunnen stoppen.
Hegemonie
De power of definition is een manifestatie van hegemonie; een systeem van ideeën,
praktijken en sociale relaties binnen de institutionele en private domeinen in de samenleving.
In kapitalistische samenleving zijn degenen die de productie controleren ook degenen die
symbolische (culturele) productie doen. De minder machtigen moeten stilzwijgend
instemmen, zij adopteren de mainstream portretten en internaliseren dat. Het discourse van
de dominante klasse is de common sense.
Hegemonie functioneert bijvoorbeeld via de media. De mensen die er werken hebben hun
eigen opinie maar verwerken ook opinie uit de samenleving. De media medieert tussen
publieke discourse, maar nieuws blijft ideologisch en niet neutraal. De dominante media
scheidt de (black) inner city af van de meeste lezers (white) door rassenonderscheiding.
Individuen kunnen de media wel vormen en elementen toevoegen en de hegemonische
ideologie veranderen. De lokale media kunnen een lokale identiteit laten ontstaan voor
gemarginaliseerde samenlevingen (counter-hegemonisch). De lokale media werkt binnen
een framework waar de major media domineert, maar samen onderhandelen ze de
constructie van inner city plaatsen. Zo ontstaat er niet een hegemonische discourse maar
een veranderlijke set van dialogen die een complex portret maken van de inner city. In de
inner city is er wanhoop (misdaad) en hoop (levenskwaliteit verbeteren).
The Frogtown Neighborhood
De populatie bestaat vooral uit de werkende klasse met veel immigranten, armoede,
misdaad, drugs en prostitutie. Organisaties in de buurt stimuleren activiteiten en dat
activisme wordt ook genoemd in lokale en massamedia. Er zijn verschillende perspectieven
op de realiteit in Frogtown op basis van content analysis.
Vice and Drugs: Imagery About Frogtown
De nadruk bij de dominante media benadrukt de negatieve gebeurtenissen, terwijl de
Frogtown Times vooral positieve gebeurtenissen noemt. De media selecteert items die ze
noemen, of het nu drugs, prostitutie of activisme is. De major media noemt gebeurtenissen
,vaak alsof het feiten zijn en het dus geaccepteerd is. De lokale media erkent het stereotype
maar accepteert het niet als permanent. Ze benadrukken dat er actie nodig is (counter-
hegemonisch).
Myth of the inner city (Burgess)
Waarschuwt dat de media het laat lijken alsof buurten slecht zijn door alledaagse ervaringen
de relateren aan misdaad. De gemarginaliseerde groepen (werkende klasse) apart laten
lijken van de reguliere middenklasse. De inwoners zouden hulpeloos en passief zijn
tegenover de misdaad in hun buurt.
An Alternative View: The Frogtown Times
Het doel van deze krant is om het negatieve imago tegen te gaan. De positieve acties
worden benadrukt die niet in de major media voorkomen. Problemen worden niet genegeerd,
maar er wordt wel laten zien dat inwoners protesteren en niet passief zijn.
Hegemonie? Contradictions and Complexities in Media Discourses
Mainstream media laten een dynamisch en intersubjectief beeld van Frogtown zien.
Alternatieve stemmen veranderen en onderhandelen over de algemene representatie van
Frogtown en zo wordt een plaats identiteit en plaats betekenis gemaakt. Er komen ook
positieve verhalen in de major media, maar vaak wel met een negatieve kop. Je moet echt
zoeken om iets positiefs te vinden, een element in een verhaal. Media constructie ontstaat
door intersubjectiviteit tussen reporters, onderwerpen en discourse. Er is uitwisseling van
dialoog en wederzijdse beïnvloeding. Zo kan een negatief artikel ook invloed hebben op de
bewoners als motivatie om iets te verbeteren. Mensen reageren op media en media reageert
op mensen. Er is geen sprake van pure hegemonie, want mensen accepteren bepaalde
elementen maar veranderen ook sommige dingen. Er is dus geen eendimensionaliteit, maar
ook activisme en interactionisme (figuur 4):
Individuen: ervaringen en reflecties
Lokale organisaties en media: interacteren met outsiders en reageren op representatie
van plaats, bijvoorbeeld door actie te ondernemen. Trekken aandacht van massamedia.
Outsider (media, beleidsmakers): observeren de plaats en lokale actoren en
representeren de plaats vervolgens.
Intersubjective Constructions of Place: A Conceptual Framework
Er zijn verschillende perspectieven die de buurt maken, en de massamedia is niet puur
hegemonisch. Hegemonie bestaat wel omdat de massamedia dominant is bij het maken van
een plaats representatie, lokale media kan het dominante beeld nooit helemaal veranderen.
Maar er is een constant dialoog met lokale actoren die positieve gebeurtenissen
benadrukken. Zo wordt uiteindelijk de plaatsidentiteit en betekenis gemaakt. Iedereen van
binnen en buiten de buurt heeft eigen betekenissen en samen vormen zij het.
Conclusie
De media heeft de macht van informatie (power of naming) en andere media en groepen
kunnen die hegemonie aanvallen. De hegemonie bestaat in de brede omgeving misschien
wel, maar lokale discourse beïnvloeden dit. De plaats betekenis wordt steeds veranderd door
externe en interne invloeden in de buurt en dat daagt de hegemonie uit. Verder onderzoek
moet kijken naar de connectie tussen discourse en actie.
, Etniciteit, criminaliteit en het strafrecht Bovenkerk
Tellen en meten
Het is verboden om het ras of de etnische afkomst bij het registreren van criminaliteit te vermelden op
basis van de Wet op bescherming persoonsgegevens. Toch bestaat er onder grote
minderheidsgroepen een aanzienlijk criminaliteitsprobleem, voornamelijk onder de tweede generatie
allochtonen. Dit blijkt uit cijfers van het CBS die wel gekoppeld mogen worden. Van de autochtone
Nederlanders pleegt 1,4 procent delicten, van de allochtonen 3,3%. Met de meeste immigranten is er
dus niks aan de hand, dus immigratie op zichzelf hangt niet samen met criminaliteit. Bij sommige
groepen wordt wel een hoger cijfer gemeten. Bij Antillianen het hoogst, daarna Marokkanen, daarna
Surinamers en daarna Turken. Daarna autochtonen. Marokkaanse jongeren komen het vaakste in
aanraking met de politie en 90% daarvan recidiveert. Straffen werken dus blijkbaar niet bij deze
etnische groep. De overheid wil de etnische achtergrond wel benoemen om maatwerk te kunnen
leveren.
Ondeugdelijke verklaringen
De etnische groepen zijn oververtegenwoordigd in het onderste deel van de maatschappelijke
ladder en daar is criminaliteit het hoogst. Maar het vergelijken binnen klassen geeft aan dat
allochtonen toch alsnog crimineler zijn.
Selectieve aandacht van politie en justitie weerspiegelen hoge criminaliteitscijfers bij allochtonen
Mislukte maatschappelijke integratie zorgt voor criminaliteit. Maar waardeoriëntatie blijkt niet gelijk
te lopen met de hoogte van criminaliteitscijfers. Turken zijn het minst geïntegreerd qua normen
maar hebben relatief lage criminaliteitscijfers.
Sociale frustratie voortkomend uit relatieve deprivatie (strain theorie). Mensen willen hetgeen
waarvan ze denken dat ze recht hebben zich op een alternatieve manier toe-eigenen. Maar dan
zou criminaliteit in het begin van integratie toenemen, terwijl het dan juist afneemt en in de loop
van de tijd toeneemt.
Culturele specificiteit
Marokkaanse delinquenten scoren hoog bij vermogensdelicten met en zonder geweld en verstoren
openbare orde. Antillianen ook vermogensdelicten met geweld en drugs- en wapendelicten en veel
vrouwelijke misdadigers. Surinamers doen vaak in drugs en Turken plegen weinig diefstal maar wel
geweld. Bij autochtonen gaat het vooral om vandalisme, wietplantages en chemische drugs
fabriceren. De criminaliteit bij Antillianen gaat door tot veel oudere leeftijd, bij Marokkanen juist heel
jong stoppen. Hieruit blijkt dat er sprake is van culturele delicten, waarbij gewoonten en gebruiken in
het land van herkomst worden meegenomen. Ze zijn daar toegestaan maar in Nederland verboden.
Extreme voorbeelden zijn eerwraak, besnijdenis en qat kauwen. Dit moet haast wel tot een botsing
met de autochtone bevolking leiden aangezien moreel relativisme niet eindeloos is.
De culturele verklaring
De verklaring zoeken in cultuur van de groepen, zoals eer, schaamte, respect, machismo en
armoedecultuur is niet heel nuttig. Door misdaadcijfers te groepen naar cultuur of etniciteit, lijkt er al
een verklaring te zijn. De aard van dit verband kan ook heel anders zijn, correlatie is niet per se
causaliteit.
Cultureel beleid
Fundamentele tegenstellingen tussen collectivistische traditionele islamitische waarden en
individualistische, seculiere waarden van de autochtone Nederlanders botsen. Er is in Nederland een
verschuiving van etnische minderheid naar islam. ER worden etnisch-specifieke beleidsmaatregelen
ontwikkeld. De interventies zijn geëvalueerd en het bleek dat er vaak geen projectplan en theorie is
waarop de interventie berust. Het is niet duidelijk of de interventies effectief zijn.
Martin
Abstract
Dit paper gaat over dat de major media een dominante rol heeft in het definiëren van een
buurt, maar dat lokale actoren het negatieve beeld (hegemonie) tegengaan. Lokale en
dominante media dragen zo bij aan de place identity.
Plaats identiteit heeft te maken met de discourse van de dominante media bij mainstream
perspectieven. De lokale media kan zorgen voor re-interpretatie van de dominante media. Er
zijn dus interrelaties tussen de discourses. Lokale actoren en de media zorgen voor een
plaat betekenis door interacties met de dominante media.
Place Meaning and Hegemony
Sociale constitutie van plaatsen ontstaat door (alledaagse) interactie tussen mensen en
groepen, instituties, politieke en economische beslissingen en taal van representatie. Sociale
structuren en instituties hebben bepaalde vormen van macht waarbij ze plaatsen definiëren
en in categorieën kunnen stoppen.
Hegemonie
De power of definition is een manifestatie van hegemonie; een systeem van ideeën,
praktijken en sociale relaties binnen de institutionele en private domeinen in de samenleving.
In kapitalistische samenleving zijn degenen die de productie controleren ook degenen die
symbolische (culturele) productie doen. De minder machtigen moeten stilzwijgend
instemmen, zij adopteren de mainstream portretten en internaliseren dat. Het discourse van
de dominante klasse is de common sense.
Hegemonie functioneert bijvoorbeeld via de media. De mensen die er werken hebben hun
eigen opinie maar verwerken ook opinie uit de samenleving. De media medieert tussen
publieke discourse, maar nieuws blijft ideologisch en niet neutraal. De dominante media
scheidt de (black) inner city af van de meeste lezers (white) door rassenonderscheiding.
Individuen kunnen de media wel vormen en elementen toevoegen en de hegemonische
ideologie veranderen. De lokale media kunnen een lokale identiteit laten ontstaan voor
gemarginaliseerde samenlevingen (counter-hegemonisch). De lokale media werkt binnen
een framework waar de major media domineert, maar samen onderhandelen ze de
constructie van inner city plaatsen. Zo ontstaat er niet een hegemonische discourse maar
een veranderlijke set van dialogen die een complex portret maken van de inner city. In de
inner city is er wanhoop (misdaad) en hoop (levenskwaliteit verbeteren).
The Frogtown Neighborhood
De populatie bestaat vooral uit de werkende klasse met veel immigranten, armoede,
misdaad, drugs en prostitutie. Organisaties in de buurt stimuleren activiteiten en dat
activisme wordt ook genoemd in lokale en massamedia. Er zijn verschillende perspectieven
op de realiteit in Frogtown op basis van content analysis.
Vice and Drugs: Imagery About Frogtown
De nadruk bij de dominante media benadrukt de negatieve gebeurtenissen, terwijl de
Frogtown Times vooral positieve gebeurtenissen noemt. De media selecteert items die ze
noemen, of het nu drugs, prostitutie of activisme is. De major media noemt gebeurtenissen
,vaak alsof het feiten zijn en het dus geaccepteerd is. De lokale media erkent het stereotype
maar accepteert het niet als permanent. Ze benadrukken dat er actie nodig is (counter-
hegemonisch).
Myth of the inner city (Burgess)
Waarschuwt dat de media het laat lijken alsof buurten slecht zijn door alledaagse ervaringen
de relateren aan misdaad. De gemarginaliseerde groepen (werkende klasse) apart laten
lijken van de reguliere middenklasse. De inwoners zouden hulpeloos en passief zijn
tegenover de misdaad in hun buurt.
An Alternative View: The Frogtown Times
Het doel van deze krant is om het negatieve imago tegen te gaan. De positieve acties
worden benadrukt die niet in de major media voorkomen. Problemen worden niet genegeerd,
maar er wordt wel laten zien dat inwoners protesteren en niet passief zijn.
Hegemonie? Contradictions and Complexities in Media Discourses
Mainstream media laten een dynamisch en intersubjectief beeld van Frogtown zien.
Alternatieve stemmen veranderen en onderhandelen over de algemene representatie van
Frogtown en zo wordt een plaats identiteit en plaats betekenis gemaakt. Er komen ook
positieve verhalen in de major media, maar vaak wel met een negatieve kop. Je moet echt
zoeken om iets positiefs te vinden, een element in een verhaal. Media constructie ontstaat
door intersubjectiviteit tussen reporters, onderwerpen en discourse. Er is uitwisseling van
dialoog en wederzijdse beïnvloeding. Zo kan een negatief artikel ook invloed hebben op de
bewoners als motivatie om iets te verbeteren. Mensen reageren op media en media reageert
op mensen. Er is geen sprake van pure hegemonie, want mensen accepteren bepaalde
elementen maar veranderen ook sommige dingen. Er is dus geen eendimensionaliteit, maar
ook activisme en interactionisme (figuur 4):
Individuen: ervaringen en reflecties
Lokale organisaties en media: interacteren met outsiders en reageren op representatie
van plaats, bijvoorbeeld door actie te ondernemen. Trekken aandacht van massamedia.
Outsider (media, beleidsmakers): observeren de plaats en lokale actoren en
representeren de plaats vervolgens.
Intersubjective Constructions of Place: A Conceptual Framework
Er zijn verschillende perspectieven die de buurt maken, en de massamedia is niet puur
hegemonisch. Hegemonie bestaat wel omdat de massamedia dominant is bij het maken van
een plaats representatie, lokale media kan het dominante beeld nooit helemaal veranderen.
Maar er is een constant dialoog met lokale actoren die positieve gebeurtenissen
benadrukken. Zo wordt uiteindelijk de plaatsidentiteit en betekenis gemaakt. Iedereen van
binnen en buiten de buurt heeft eigen betekenissen en samen vormen zij het.
Conclusie
De media heeft de macht van informatie (power of naming) en andere media en groepen
kunnen die hegemonie aanvallen. De hegemonie bestaat in de brede omgeving misschien
wel, maar lokale discourse beïnvloeden dit. De plaats betekenis wordt steeds veranderd door
externe en interne invloeden in de buurt en dat daagt de hegemonie uit. Verder onderzoek
moet kijken naar de connectie tussen discourse en actie.
, Etniciteit, criminaliteit en het strafrecht Bovenkerk
Tellen en meten
Het is verboden om het ras of de etnische afkomst bij het registreren van criminaliteit te vermelden op
basis van de Wet op bescherming persoonsgegevens. Toch bestaat er onder grote
minderheidsgroepen een aanzienlijk criminaliteitsprobleem, voornamelijk onder de tweede generatie
allochtonen. Dit blijkt uit cijfers van het CBS die wel gekoppeld mogen worden. Van de autochtone
Nederlanders pleegt 1,4 procent delicten, van de allochtonen 3,3%. Met de meeste immigranten is er
dus niks aan de hand, dus immigratie op zichzelf hangt niet samen met criminaliteit. Bij sommige
groepen wordt wel een hoger cijfer gemeten. Bij Antillianen het hoogst, daarna Marokkanen, daarna
Surinamers en daarna Turken. Daarna autochtonen. Marokkaanse jongeren komen het vaakste in
aanraking met de politie en 90% daarvan recidiveert. Straffen werken dus blijkbaar niet bij deze
etnische groep. De overheid wil de etnische achtergrond wel benoemen om maatwerk te kunnen
leveren.
Ondeugdelijke verklaringen
De etnische groepen zijn oververtegenwoordigd in het onderste deel van de maatschappelijke
ladder en daar is criminaliteit het hoogst. Maar het vergelijken binnen klassen geeft aan dat
allochtonen toch alsnog crimineler zijn.
Selectieve aandacht van politie en justitie weerspiegelen hoge criminaliteitscijfers bij allochtonen
Mislukte maatschappelijke integratie zorgt voor criminaliteit. Maar waardeoriëntatie blijkt niet gelijk
te lopen met de hoogte van criminaliteitscijfers. Turken zijn het minst geïntegreerd qua normen
maar hebben relatief lage criminaliteitscijfers.
Sociale frustratie voortkomend uit relatieve deprivatie (strain theorie). Mensen willen hetgeen
waarvan ze denken dat ze recht hebben zich op een alternatieve manier toe-eigenen. Maar dan
zou criminaliteit in het begin van integratie toenemen, terwijl het dan juist afneemt en in de loop
van de tijd toeneemt.
Culturele specificiteit
Marokkaanse delinquenten scoren hoog bij vermogensdelicten met en zonder geweld en verstoren
openbare orde. Antillianen ook vermogensdelicten met geweld en drugs- en wapendelicten en veel
vrouwelijke misdadigers. Surinamers doen vaak in drugs en Turken plegen weinig diefstal maar wel
geweld. Bij autochtonen gaat het vooral om vandalisme, wietplantages en chemische drugs
fabriceren. De criminaliteit bij Antillianen gaat door tot veel oudere leeftijd, bij Marokkanen juist heel
jong stoppen. Hieruit blijkt dat er sprake is van culturele delicten, waarbij gewoonten en gebruiken in
het land van herkomst worden meegenomen. Ze zijn daar toegestaan maar in Nederland verboden.
Extreme voorbeelden zijn eerwraak, besnijdenis en qat kauwen. Dit moet haast wel tot een botsing
met de autochtone bevolking leiden aangezien moreel relativisme niet eindeloos is.
De culturele verklaring
De verklaring zoeken in cultuur van de groepen, zoals eer, schaamte, respect, machismo en
armoedecultuur is niet heel nuttig. Door misdaadcijfers te groepen naar cultuur of etniciteit, lijkt er al
een verklaring te zijn. De aard van dit verband kan ook heel anders zijn, correlatie is niet per se
causaliteit.
Cultureel beleid
Fundamentele tegenstellingen tussen collectivistische traditionele islamitische waarden en
individualistische, seculiere waarden van de autochtone Nederlanders botsen. Er is in Nederland een
verschuiving van etnische minderheid naar islam. ER worden etnisch-specifieke beleidsmaatregelen
ontwikkeld. De interventies zijn geëvalueerd en het bleek dat er vaak geen projectplan en theorie is
waarop de interventie berust. Het is niet duidelijk of de interventies effectief zijn.