Ilan, J., & Sandberg, S. (2018). How ‘gangsters’ become jihadists: Bourdieu,
criminology and the crime–terrorism nexus.
Inleiding
De auteurs beginnen met twee voorbeelden. In Noorwegen reisden Sammiulla Khan,
Abo Edelbijev en Torleif Angel Sanchez Hammer naar Syrië, terwijl zij kort daarvoor
vooral bekendstonden om hasj roken, videogames en rondhangen. In Engeland
bespreken ze Mohammed Emwazi, beter bekend als “Jihadi John”, die vanuit een
Londense straatcultuur uiteindelijk bij ISIS terechtkwam.
Deze voorbeelden passen volgens de auteurs in een bredere ontwikkeling binnen
hedendaags jihadisme. Het gaat vaker om gemarginaliseerde jongeren die in Europa
zijn opgegroeid en niet altijd een lange religieuze achtergrond hebben. Hun
radicalisering komt niet alleen voort uit ideologie, maar ook uit straatcultuur,
vriendschappen, geweldservaring en het zoeken naar status. De auteurs willen
daarom verklaren hoe jongeren van straatcriminaliteit naar jihadistisch geweld
bewegen, en waarom hun oude straatgedrag vaak blijft bestaan.
From the street to jihad
De crime–terror nexus verwijst naar de verbinding tussen criminaliteit en
terrorisme. Vroeger ging het vooral over terroristische groepen die criminaliteit
gebruikten voor financiering. In dit artikel gaat het meer om een nieuwe overlap:
criminele en jihadistische milieus rekruteren deels uit dezelfde groep mensen.
Dat betekent niet dat alle straatcriminelen radicaliseren. Wel valt op dat veel
jihadisten eerder betrokken waren bij criminaliteit, drugsgebruik of geweld. Jihadisme
kan voor hen aantrekkelijk zijn omdat het oude criminele gedrag een nieuwe
betekenis geeft.
Dat gebeurt vooral op twee manieren:
- criminaliteit kan worden gerechtvaardigd als onderdeel van jihad;
- jihadisme kan werken als redemption narrative, waarbij iemand zichzelf ziet
als verlost van zijn criminele verleden.
Toch is deze overgang geen volledige breuk met het verleden. Veel jongeren nemen
hun straatstijl, geweldsbereidheid, taalgebruik en groepsloyaliteit mee naar het
jihadistische milieu.
Bourdieusian criminology
In dit deel leggen de auteurs uit hoe Bourdieu helpt om de overgang van
straatcriminaliteit naar jihadisme te begrijpen. Zijn
begrippen field, habitus en capital staan centraal. Een field is een sociale arena
waarin mensen strijden om status en erkenning. Habitus verwijst naar ingesleten
manieren van denken, voelen, spreken en handelen. Capital betekent de middelen
of eigenschappen die binnen een bepaald field waarde hebben.
De straat kan worden gezien als een eigen field. Daar leveren andere dingen status
op dan in school, werk of de reguliere samenleving. Hardheid, reputatie,
vechtcapaciteit, straattaal en toegang tot bepaalde netwerken kunnen daar juist
waardevol zijn. Dit noemen de auteurs street capital.
Voorbeelden van street capital zijn:
- kunnen vechten;
- dreigend of zelfverzekerd overkomen;
, - straatwijsheid hebben;
- toegang hebben tot criminele of gewelddadige netwerken.
De auteurs stellen dat zulke vaardigheden later ook waarde kunnen krijgen binnen
jihadistische groepen.
Street capital
In dit deel laten de auteurs zien hoe street capital jongeren aantrekkelijk kan
maken voor jihadistische milieus. Mohammed Emwazi voelde zich gemarginaliseerd,
werd gepest en vond later erkenning in straatcultuur. Hij nam elementen over van
rap, cannabisgebruik, alcohol, geweld en een “gangsta”-uitstraling. Die
straatidentiteit gaf hem een gevoel van hardheid en status.
Ook de drie Noorse jongeren hadden vormen van street capital. Khan groeide op
met criminaliteit en drugsgebruik in zijn omgeving, Edelbijev had fysieke kracht en
vechtsportervaring, en Hammer kreeg status via drugs, zijn huis als hangplek en later
via zijn bekering. Hun achtergronden waren verschillend, maar ze hadden allemaal
eigenschappen die binnen straatcultuur waardevol konden zijn.
Volgens de auteurs zijn zulke eigenschappen ook nuttig voor jihadistische groepen.
Jongeren met straatervaring zijn vaak gewend aan:
- risico’s nemen;
- geweld;
- politiecontact;
- groepsloyaliteit;
- dreiging.
Hun eerdere investering in straatstatus gaat dus niet verloren, maar wordt overgezet
naar een nieuw gewelddadig field.
Street social capital
Street social capital gaat over de waarde van vrienden, contacten en netwerken
binnen straatcultuur. De auteurs laten zien dat rekrutering tot jihadisme vaak via
bestaande vriendschappen verloopt, niet via een volledig nieuwe omgeving.
Bij Emwazi speelden oudere mannen in zijn netwerk een grote rol. Zij combineerden
straatstatus met jihadistische ideeën, waardoor jihad voor hem niet alleen religieus of
politiek leek, maar ook spannend, mannelijk en “gangsta”. Bij de groep uit
Fredrikstad was de vriendschap tussen de jongeren cruciaal. Ze moedigden elkaar
aan, hielden contact via internet en trokken elkaar richting Syrië.
Straatgroepen en jihadistische groepen lijken hierin op elkaar. Beide bieden:
- broederschap;
- loyaliteit;
- erkenning;
- een gevoel van belonging.
Voor jongeren die zich buitengesloten voelen, kan dat sterk aantrekkelijk zijn.
Vrienden maken radicalisering bovendien praktischer, omdat zij contacten, motivatie
en hulp bij vertrek kunnen bieden.
Street habitus
Street habitus verklaart waarom jongeren na radicalisering niet volledig
veranderen. Hun oude manieren van spreken, bewegen, reageren en denken blijven
bestaan. Volgens de auteurs wordt er dus niet simpelweg een nieuwe jihadistische
, identiteit gevormd; eerder wordt een jihadistisch verhaal gelegd over een al
bestaande straatgerichte manier van zijn.
De auteurs noemen voorbeelden van jihadisten die vlak voor of tijdens hun
extremistische betrokkenheid nog steeds gedrag vertoonden uit straatcultuur, zoals:
- feesten;
- alcohol of drugs gebruiken;
- straattaal spreken;
- poseren met wapens;
- machogedrag tonen.
Bij de Noorse jongeren bleef dit zichtbaar in hun taal, kleding, socialmediagebruik en
omgang met wapens. Ze combineerden religieuze termen met Engelse straattaal en
internettaal. Ook financierden ze hun reis naar Syrië via fraude en schulden, wat ze
religieus probeerden goed te praten.
De kern is dat habitus langzaam verandert. Een jihadistische identiteit vervangt de
straatidentiteit niet volledig. Eerder ontstaat een mengvorm: de “gangsta jihadi”.
Street field
Het street field is de sociale wereld waarin jongeren status kunnen krijgen buiten de
reguliere samenleving. Wie weinig kans ziet in school, werk of mainstream instituties,
kan erkenning zoeken in alternatieve werelden.
Bij Emwazi speelden racisme, uitsluiting en negatieve ervaringen met
veiligheidsdiensten mee. Zulke ervaringen kunnen jongeren het gevoel geven dat ze
geen echte plek hebben in de samenleving. Bij de Noorse jongeren ging het meer om
gebrek aan perspectief, sociaaleconomische marginalisering, verveling en het zoeken
naar belonging.
De auteurs benadrukken dat straatcultuur en jihadisme verschillend lijken, maar toch
overeenkomsten hebben. Beide waarderen bijvoorbeeld moed, geweld, loyaliteit,
mannelijkheid, risico en rebellie tegen de mainstream. Daarom is de overgang van
straatcultuur naar jihadisme minder vreemd dan die op het eerste gezicht lijkt.
Ook in stijl en symboliek overlappen de twee werelden. Denk aan wapens,
camouflage, stoere poses, straatmode, videogame-achtige beelden en “gangsta”-
achtige presentatie.
Conclusie
De auteurs concluderen dat Bourdieusian criminology helpt om de overgang van
“gangster” naar jihadist te begrijpen. Het gaat niet om een totale breuk met het
verleden, maar om het verplaatsen van bestaande vaardigheden, netwerken en
houdingen naar een nieuw gewelddadig milieu.
De kern van het artikel is:
- street capital maakt straatvaardigheden bruikbaar in jihadistische groepen;
- street social capital verklaart de rol van vrienden en netwerken;
- street habitus verklaart waarom straatgedrag blijft bestaan;
- field verklaart waarom straatcultuur en jihadisme allebei alternatieve
statuswerelden kunnen zijn.
Het artikel stelt niet dat marginalisering automatisch leidt tot jihadisme. De meeste
gemarginaliseerde jongeren radicaliseren niet. Wel laten Ilan en Sandberg zien dat
straatcultuur bij sommige Europese jihadisten belangrijk is voor de manier waarop
radicalisering vorm krijgt. Jihadistische ideologie vervangt de straatcultuur dan niet,
maar vermengt zich ermee.