Leerdoelen:
1. Hoe wordt het ontstaan, de ontwikkeling en het einde van de criminele
carrières van dit type daders verklaard?
2. Welke theorieën worden gebruikt om de criminele carrières van dit type
daders te verklaren?
3. Welke methoden van onderzoek worden gebruikt om zicht te krijgen op de
criminele carrières van dit soort daders criminele carrières?
4. Hoe verhouden de criminele carrières van deze daders zich tot de andere
criminele carrières uit dit blok?
Leerdoel 1: Hoe wordt het ontstaan, de ontwikkeling en het einde
van de criminele carrières van dit type daders verklaard?
Turgeman-Goldschmidt, O. (2008). Meanings that Hackers Assign to their
Being a Hacker.
Inleiding: hackers als sociale constructie
Het artikel onderzoekt hoe hackers hun eigen gedrag, identiteit en plaats in de
samenleving interpreteren. In plaats van hackers enkel te zien als daders van
computercriminaliteit, ligt de focus op hun zelfbeeld en betekenisgeving. Deze
benadering toont dat hacking niet alleen een technische activiteit is, maar ook
een sociaal en cultureel fenomeen waarin identiteit centraal staat.
Hackers vormen een wereldwijde subcultuur met eigen normen, waarden en
hiërarchieën. Binnen deze subcultuur bestaat geen eenduidige definitie van “hacker”;
het begrip is vaag en veranderlijk, en varieert van technische expert tot
cybercrimineel.
De evolutie van het begrip ‘hacker’
Historisch gezien had de term hacker een positieve betekenis: iemand die creatief
problemen oplost en de grenzen van technologie verkent. Later verschoof dit naar
een negatieve connotatie, waarbij hackers werden gezien als criminelen of
bedreigingen voor veiligheid en eigendom.
Toch is deze negatieve betekenis niet dominant binnen de subcultuur zelf.
Hackers herdefiniëren het label actief en zien zichzelf vaak als:
- innovatoren
- grensverleggers
- voorvechters van vrije informatie
Hier ontstaat een spanningsveld tussen maatschappelijke
labeling en zelfidentiteit.
Theoretisch kader: labeling en positieve deviantie
Het onderzoek gebruikt de labeling theory, die stelt dat afwijkend gedrag niet
inherent is, maar ontstaat door sociale reacties en labels. Hackers vormen een
interessant geval omdat zij:
- het label “deviant” niet accepteren
- hun gedrag juist positief herinterpreteren
- zichzelf zien als “positive deviants”
Positieve deviantie verwijst naar gedrag dat afwijkt van normen, maar tegelijkertijd
als superieur of bewonderenswaardig wordt gezien.
,Bij hackers leidt dit tot een paradox: wat juridisch als afwijkend geldt, wordt door
henzelf ervaren als bewijs van intelligentie en superioriteit.
Typologie: ‘goede’ versus ‘slechte’ hackers
‘Goede’ hackers
Deze groep definieert hacking als technische vaardigheid en creativiteit, niet als
criminaliteit. Ze leggen nadruk op:
- probleemoplossend vermogen
- innovatie en leren
- ethische grenzen
Ze vermijden vaak illegale activiteiten of verliezen daar interesse in. Hun motivatie
ligt in erkenning en expertise, niet in overtreding.
‘Slechte’ hackers
Deze hackers presenteren zichzelf als rebels en uitzonderlijk begaafd. Hun
gedrag wordt gekenmerkt door:
- een “wild” zelfbeeld vanaf jeugd
- betrokkenheid bij meerdere vormen van cybercriminaliteit
- zoeken naar thrill, uitdaging en prestige
Voor hen is hacking een manier om grenzen te testen en macht te ervaren.
Identiteitsvorming en zelfpresentatie
Een kerninzicht is dat hackers hun gedrag koppelen aan hun levensverhaal en
zelfbeeld.
- “Goede” hackers zien hun ontwikkeling als een logisch gevolg van talent
en interesse
- “Slechte” hackers construeren een identiteit van rebelse genialiteit
In beide gevallen wordt hacking geïntegreerd in een consistent narratief over wie
ze zijn.
Belangrijk is dat deze identiteiten vaak al in de jeugd gevormd worden, mede door
informele labeling (bijv. “slim”, “lastig”, “anders”).
Gedeelde betekenissen onder hackers
Ondanks verschillen delen alle hackers een aantal centrale overtuigingen. Ze zien
zichzelf als:
- grensverleggers (“breaking boundaries”)
- probleemoplossers die het onmogelijke mogelijk maken
- technologische elites met unieke kennis
Hacking wordt ervaren als:
- een intellectuele uitdaging
- een vorm van controle en macht
- een manier om erkenning en status te verkrijgen
Deze gedeelde betekenissen versterken de collectieve identiteit van de
subcultuur.
Motivaties: meer dan criminaliteit
Hackers worden zelden gedreven door financieel gewin. Belangrijkere motivaties zijn:
- nieuwsgierigheid en leerdrang
- plezier en spanning
- prestige binnen de subcultuur
, - ideologische overtuigingen (zoals vrije informatie)
Dit verklaart waarom hacking vaak wordt gezien als spel, uitdaging of kunstvorm,
in plaats van misdaad.
Van hacker naar professional
Veel hackers maken later een overgang naar legitieme rollen, bijvoorbeeld in
cybersecurity. Deze overgang betekent geen volledige breuk met het verleden.
Integendeel:
- hun hackingvaardigheden worden sociaal kapitaal
- hun verleden fungeert als “credential”
- ze behouden een positief zelfbeeld zonder schuldgevoel
Hierdoor kan deviantie juist leiden tot betere carrièrekansen, wat afwijkt van
klassieke theorieën.
Conclusie: een omgekeerde labeling-dynamiek
Het onderzoek laat zien dat hackers een uitzonderlijk geval vormen binnen de
sociologie van deviantie.
In plaats van negatieve gevolgen leidt labeling hier tot:
- versterking van zelfvertrouwen
- positieve identiteitsvorming
- verbeterde maatschappelijke kansen
Hackers slagen erin het label “deviant” om te buigen tot een symbool van
superioriteit en expertise. Daarmee tonen ze dat deviantie niet vaststaat, maar
een onderhandelbaar en dynamisch sociaal construct is.
Van der Wagen, W., ’t Zand, E.G. van, Matthijsse, S.R. & Fischer, T.F.C.
(2019). Cyberdaders: uniek profiel, unieke aanpak? Een onderzoek naar
kenmerken van en passende interventies voor daders van cybercriminaliteit
in enge zin – hoofdstuk 6
1. Initiatie: het begin van cybercriminaliteit
Maturity gap
Een belangrijk startpunt is de maturity gap, afkomstig uit het model van Moffitt.
Veel jonge cyberdaders lijken op adolescence-limited daders: jongeren die vooral
tijdens de adolescentie delinquent gedrag vertonen.
Tijdens deze fase zoeken jongeren naar identiteit, zelfstandigheid, spanning en
erkenning van peers. Ze overzien de gevolgen vaak minder goed en kunnen
impulsiever handelen. Cybercriminaliteit kan dan aantrekkelijk worden omdat het
status oplevert en relatief makkelijk toegankelijk lijkt.
Bij cyberdaders begint dit soms al jonger dan bij traditionele daders, omdat jongeren
vroeg online zijn, gamen en in aanraking komen met digitale delicten.
Interesse in ICT en gamen
Veel jonge cyberdaders hebben al vroeg een sterke interesse in computers, ICT of
gamen. Die interesse is op zichzelf niet crimineel, maar kan wel een ingang vormen
naar cybercriminaliteit.
Vooral bij hackers speelt nieuwsgierigheid, leergierigheid en technische
uitdaging een belangrijke rol. Bij gamers kan cybercriminaliteit ontstaan doordat
hacken, accounts stelen of DDoS-aanvallen binnen games soms genormaliseerd
worden. Daardoor vervagen grenzen tussen spel, uitdaging en strafbaar gedrag.