Leerdoelen:
1. Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen in het meten van criminaliteit?
2. Wat is er bekend over de patronen van criminaliteit?
3. Wat is social harm en hoe verschilt het van een traditionele kijk op
criminaliteit?
Leerdoel 1: Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen in
het meten van criminaliteit?
Carrabine et al. (2020). Researching crime. In Criminology: A sociological
introduction (4th ed.). Routledge.
Inleiding: waarom ‘researching crime’ geen neutrale bezigheid is
Het hoofdstuk Researching Crime vertrekt vanuit het idee dat onderzoek naar
misdaad nooit een puur technische of neutrale onderneming is. Criminologisch
onderzoek gaat niet alleen over methoden en cijfers, maar altijd ook over keuzes,
aannames en belangen. Wat als ‘data’ wordt gezien, welke methoden als legitiem
gelden, en welke vragen belangrijk worden gevonden, hangt samen met bredere
theoretische, politieke en morele standpunten.
De auteurs benadrukken dat criminologie geen eenduidige discipline is.
Onderzoekers komen uit verschillende vakgebieden – zoals sociologie, psychologie,
recht en sociale geografie – en gebruiken uiteenlopende methoden. Daardoor
bestaan er binnen criminologie fundamentele meningsverschillen over wat goede
kennis is en wat onderzoek zou moeten opleveren. Dit hoofdstuk laat zien dat die
diversiteit geen zwakte is, maar wel vraagt om kritisch reflectief onderzoek.
Criminologische onderzoeksmethoden: geen ‘beste’ methode
Criminologen genereren hun eigen data en kiezen hun onderzoeksmethoden op basis
van hun onderzoeksvragen, theoretische voorkeuren en praktische mogelijkheden. Er
bestaat geen vaste of ‘ideale’ methode binnen criminologie. In plaats daarvan is het
veld methodologisch zeer divers.
Traditioneel wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen:
- Kwalitatieve methoden, zoals interviews, participerende observatie en
etnografie
- Kwantitatieve methoden, zoals surveys, statistische analyses en
voorspellingstudies
In recente jaren zijn mixed methods steeds belangrijker geworden. Deze
combineren kwalitatieve en kwantitatieve benaderingen om zowel patronen als
betekenissen van criminaliteit te begrijpen. Vooral binnen evaluatieonderzoek en
evidence-based beleid worden deze methoden geprefereerd, omdat ze beleidsmakers
concrete, toepasbare kennis beloven.
Experimentele criminologie en ‘what works’
Een opvallende ontwikkeling binnen het veld is de opkomst van experimentele
criminologie, die probeert vast te stellen “wat werkt” in criminaliteitsbestrijding.
Deze benadering gebruikt vaak medische onderzoeksmodellen, zoals
gerandomiseerde gecontroleerde experimenten, om beleid te testen.
, Voorstanders stellen dat criminologie hierdoor praktischer en nuttiger wordt voor
beleid. Critici – vooral sociologen – waarschuwen echter dat deze aanpak
problematisch is. Ze wijzen erop dat experimentele criminologie vaak:
- Doet alsof objectieve, waardevrije kennis mogelijk is
- Sociale context en machtsverhoudingen buiten beschouwing laat
- Repressief beleid kan legitimeren
- Complexe sociale processen reduceert tot meetbare variabelen
Jock Young vat deze kritiek scherp samen door dit soort benaderingen spottend
“voodoo criminology” te noemen.
Wat telt als criminologische data?
Het hoofdstuk maakt duidelijk dat criminologische data veel breder zijn dan alleen
politiecijfers. Informatie over misdaad en criminaliteit wordt geproduceerd door
uiteenlopende actoren, zowel binnen als buiten het strafrechtsysteem.
Belangrijke bronnen van criminologische data zijn onder andere:
- Criminal justice agencies (politie, rechtbanken, gevangenissen)
- Massamedia (nieuws, films, internet)
- Maatschappelijke organisaties en NGO’s (zoals mensenrechtenorganisaties)
- Private bedrijven (banken, verzekeraars, beveiligingsbedrijven)
- Internationale organisaties (zoals de VN en de EU)
Deze veelheid aan bronnen betekent dat criminologische data altijd selectief,
gefilterd en geïnterpreteerd zijn.
Kritisch denken over criminaliteitsstatistieken
Een centraal thema in dit hoofdstuk is dat criminaliteitsstatistieken nooit simpelweg
de ‘werkelijkheid’ weerspiegelen. De auteurs gebruiken Joel Bests onderscheid tussen
drie houdingen ten opzichte van statistieken: de ontzagvolle, de naïeve en de
cynische. Geen van deze houdingen is productief. In plaats daarvan pleiten zij voor
een kritisch-statistische houding.
Criminaliteitscijfers zijn het resultaat van complexe processen, waaronder:
- Herkenning van een incident als misdaad
- Aangifte door slachtoffers
- Registratie door de politie
- Classificatie volgens administratieve regels
Veel misdaad verdwijnt onderweg in wat bekendstaat als de ‘dark figure’ of crime:
misdrijven die nooit worden gemeld of geregistreerd. Veranderingen in statistieken
zeggen daarom vaak meer over veranderingen in registratie, beleid of
politietactieken dan over daadwerkelijke criminaliteit.
Politiek gebruik en misbruik van statistieken
De auteurs laten zien hoe criminaliteitsstatistieken regelmatig worden ingezet in
politieke debatten. Tegengestelde politieke partijen kunnen met verschillende
datasets volledig tegengestelde claims doen over criminaliteit, zonder dat één van
beide noodzakelijkerwijs ‘liegt’. Dit maakt duidelijk hoe cijfers strategisch worden
gebruikt om beleid te legitimeren of te bekritiseren.
Statistieken zijn dus niet alleen meetinstrumenten, maar ook politieke wapens.
Racistische incidenten als voorbeeld van kritische analyse