Leerdoelen
1. Wat is slachtofferschap van hate crimes?
2. Wie lopen een groter risico slachtoffer te worden van hate crimes?
3. Wat is het verschil in risico op slachtofferschap van hate crimes en geweld en
hoe kan dit verschil worden verklaard?
Leerdoel 1: Wat is slachtofferschap van hate crimes?
Kesteren, J. van (2016). Assessing the risk and prevalence of hate crime
victimization in Western Europe. International Review of Victimology,
22(2), 139-160.
Hate crime is een criminele daad die (deels) wordt gemotiveerd door de specifieke
sociale groep waartoe het slachtoffer behoort en het moet een strafbaar feit zijn,
ongeacht de motivatie van de dader. Het bevat dus 2 elementen:
1. Handeling moet een strafbaar feit zijn
2. Handeling moet (gedeeltelijk) gepleegd zijn uit vooroordelen, of uit haat
tegen het slachtoffer als een vertegenwoordiger van een bepaalde
groep.
Het gaat om groepen gekenmerkt door immigranten- of etnische status, ras, religie,
gender, seksuele geaardheid of beperking. Ze kunnen door sommige schrijvers
worden benoemd als groepen van minderheden.
Perry: “hate crimes zijn vooral gericht op gemarginaliseerde groepen en bedoeld om
‘de bedreigde hegemonie’ van de groep van de dader en de gepast
‘ondergeschikte identiteit’ van de groep van het slachtoffer te herbevestigen.”
Perry bedoeld hiermee dat haatmisdrijven worden gebruikt om de superioriteit of wel
dominantie van de dadergroep tegenover de slachtoffergroep te bevestigen.
Garland: “hate crimes komt voort uit angst/haat voor verschillen in plaats van
suprematische gevoelens.” Garland zegt hier dus mee dat superioriteit geen rol
speelt, maar de verschillen tussen individuen de oorzaak is van de haatmisdrijven.
Slachtofferschap kan bij hate crimes ook worden gezien als familieleden of mensen
die dichtbij de directe slachtoffers staan, waarbij deze misdaden ook een effect op
naasten kunnen hebben, en dus niet alleen de primaire slachtoffers raakt.
Data over hate crimes kunnen worden gehaald uit politieregistraties, registraties van
aanklagers en rechtbanken of vertegenwoordigende agentschappen (Organisaties
die specifieke groepen of belangen behartigen, zoals mensenrechtenorganisaties of
ant-idiscriminatiebureaus), hotlines of sample surveys (steekproefonderzoek met
enquêtes).
McNeeley, S., & Overstreet, S. (2018). Lifestyle-routine activities,
neighborhood context, and ethnic hate crime victimization. Violence and
Victims, 33(5), 932-948
De auteurs definiëren hate crime als criminaliteit waaruit vooroordelen blijken obv
ras, etniciteit, geslacht, genderidentiteit, religie, handicap of seksuele geaardheid.
Wordt gezien als een serieus sociaal probleem met psychologische gevolgen.
Gebaseerd op specifieke motivatie en gedachte, gericht op bepaalde groepen.
Discriminatie is volgens hun breder dan hate crime. Discriminatie is namelijk de
ongelijke behandeling obv kenmerken die er in die situatie niet toe doen.
Discriminatie is ook als eigen term strafbaar in de grondwet, ipv als losse artikelen in
WvSr (zoals hate crime is).
, Geweld definiëren de auteurs als kracht van meer dan geringe betekenis
uitgeoefend op personen of zaken. Algemeen fenomeen zonder specifieke motivatie
of gedachte. Het verschil tussen geweld en hate crime is dat geweld algemeen is,
terwijl hate crime specifiek is en voortkomt uit discriminatoire motivaties.
Leerdoel 2: Wie lopen een groter risico slachtoffer te worden
van hate crimes?
Kesteren, J. van (2016). Assessing the risk and prevalence of hate crime
victimization in Western Europe. International Review of Victimology,
22(2), 139-160.
Abstract: Onderzoek naar hate crime victimization in 14 West-Europese landen
toont aan dat immigranten (Immigrant wordt hier gedefinieerd als iemand die zelf,
ouders of naaste familieleden in een ander land zijn geboren) het meest slachtoffer
zijn, waarbij het aantal hate crimes stijgt naarmate het aantal immigranten
toeneemt.
Operationalisering hate crime slachtofferschap
Victim-centered operationalization gebruikt de perceptie van het slachtoffer om hate
crime te identificeren. Bij de ICVS-survey (International Crime Victims Survey): alle
incidenten waarbij het slachtoffer zelf het idee heeft dat hij/zij of een familielid
slachtoffer is geweest van een hate crime, wordt als slachtofferschap meegenomen
in het onderzoek. Daarbij werd niet gevraagd wat voor incident en waarom het als
hate crime wordt beleefd.
Theorie:
- Microtheorieën zoals de lifestyle-exposure theorie en macrotheorieën over
economische, sociale en culturele oorzaken worden gebruikt.
- Sociaal-psychologisch perspectief: agressie uit zich in hate crimes, vaak
gericht op kwetsbare zondebokken zoals immigranten.
- Economisch perspectief: hate crimes als reactie op economische
bedreigingen door nieuwkomers.
- Cultureel perspectief: gemeenschappen zien immigranten als een bedreiging
voor hun manier van leven.
Resultaten
- Volgens het onderzoek van Van Kesteren, bij het uitvoeren van een multivariate
analyse, komt vanuit het onderzoek de conclusie dat individuen met de
risicofactoren ‘jonge leeftijd’, ‘urban residence’ en ‘outgoing lifestyle’
de grootste kans hebben op slachtofferschap van hate crimes. Daarnaast
scoorden ‘low income’ en ‘high education’ ook hoog op kans op
slachtofferschap.
- Daarnaast worden immigranten meer getriggerd om slachtoffer te worden van
hate crimes dan andere groepen.
- Landen met meer immigranten hebben hogere hate crime cijfers, maar de
meeste hate crimes zijn gericht op niet-immigranten.
- Het verschilt per enquête en per land wat de resultaten zijn.
- Driekwart van de hate crimes gericht op ras, etniciteit of religie.
- De bevinding dat migrantenstatus sterk gerelateerd is aan de risico's van
slachtofferschap van haatmisdrijven, staat volledig in lijn met het hoge
percentage gewelddadige slachtoffers gemotiveerd door haat volgens de
toegewijde FRA(Federal Agency of Fundamental Rights)- onderzoeken onder
minderheidsgroepen.
o Hiermee kan worden bevestigd dat migrantenstatus de
belangrijkste doelwitten zijn voor hate crimes in West-Europa.