Leerdoelen
1. Wat is het verband tussen criminaliteit, tijd en plaats? Hoe is criminaliteit
(ongelijk) verdeeld over gebieden en tijden?
2. Hoe kan deze ongelijke temporele en ruimtelijke spreiding of clustering
verklaard worden?
Leerdoel 1: Wat is het verband tussen criminaliteit, tijd en
plaats; hoe is criminaliteit (ongelijk) verdeeld over gebieden en
tijden?
Hart, T.C. & Lersch, K.M. (2016). Space, Time, and Crime (vierde editie).
Durham: Carolina
Academic Press
Place & Space
Er zijn verschillende betekenissen te geven aan het woord ‘ruimte’. Meestal
beschrijven ze een locatie of gebied en het kan tot twee algemene termen gezien
worden: place or space. Een plaats is een individuele locatie is er vaak een kleiner
gebied dan ruimte. Een ruimte omvat grotere hoeveelheden plaatsen. Grenzen van
spaces kunnen op verschillende manieren worden bepaald:
- Officiële/formele grenzen: bijvoorbeeld een politie-eenheid die hun gebied
opdeelt in een aantal kleine geografische gebieden, Steden kunnen ook space-
grenzen maken door bvb borden neer te zetten bij specifieke straatgrenzen.
o Formele grenzen vallen vaak niet samen met informele grenzen die
door lokale bewoners zelf historisch ontwikkeld zijn om spaces te
verdelen
- Persoonlijke/ interne grenzen: Wanneer iemand rijdt of loopt naar
school/werk worden bepaalde gebieden geïdentificeerd dmv bepaalde
ijkpunten (herkenbaar punt in de omgeving dat iemand gebruikt om zich te
oriënteren of de weg te vinden) die iemand heeft → Ruimtes worden dan
gedefinieerd op basis van persoonlijke cognitieve/interne kaarten van een
stad/land/regio.
De grenzen tussen ruimte en plaats zijn en beetje vaag. Bvb: is de middelbare school
een plaats of ruimte? Hangt af van het persoon die het verschil hierin maakt.
Time
Temporele spreiding betreft de tijd in relatie tot het vóórkomen (verschijnen) van
criminaliteit. Er zijn temporele patronen in criminaliteit te bespeuren → tijdsblokken
waarin slachtofferschap van bepaalde typen criminaliteit waarschijnlijker is dan in
andere tijdsblokken. Veel van deze risicotijdsblokken hebben te maken met hoe we
ons dagelijks leven leiden. Ook kunnen zulke temporele patronen worden
geobserveerd in verschillende subsets van de totale populatie. Naast tijd en dag van
de week zijn er andere belangrijke overwegingen in het licht van tijd en de relatie
met crimineel slachtofferschap, zoals week van de maand, jaarlijkse fluctuaties en
seizoenpatronen.
Momenten in tijd: een moment levert de tijd dat een delict plaatsvond in space
(wanneer en waar).
De exacte tijd en locatie van een delict kan complex zijn voor bepaalde typen
criminaliteit.
Twee belangrijke concepten voor momenten:
- Exact time crimes: delict waarbij slachtoffer de tijd van het delict met
relatieve nauwkeurigheid kan duiden. Gewelddadige persoonlijke delicten
(beroving, mishandeling, etc.) zijn meestal exact time crimes.
, - Time span crimes: er kan alleen een tijdspanne worden aangewezen; misdaad
waarvan geen exacte tijd bekend is. Eigendomsdelicten (specifiek inbraak en
autodiefstal) zijn meestal time span crimes.
o Voor temporele analyse is een ‘best guess’ tijd vaak bruikbaarder
dan een grote tijdspanne. Een aantal technieken:
Midpoint analysis het midden van de bekende tijdspanne
wordt als uitgangspunt genomen, de ‘split time value’.
Weighted time span method deze methode is iets
ingewikkelder, maar wordt meestal als nauwkeuriger beschouwd
dan de midpoint analyse. Bij de gewogen methode wordt voor
elk tijdsinterval binnen de bekende grenzen een kans berekend
dat de misdaad heeft plaatsgevonden.
Stel dat je om 9:00 uur van huis vertrekt en om 12:00 uur
terugkomt en ontdekt dat er is ingebroken. Je hebt dan
een tijdsvenster van drie uur. Om de gewogen kans te
berekenen, deel je het getal één door drie (het aantal
uren in dat venster). In dit geval is er een kans van 33%
dat de inbraak tussen 9:00 en 10:00 uur plaatsvond, een
kans van 33% dat het tussen 10:00 en 11:00 uur
gebeurde, enzovoort.
Deze methode is vooral nuttig wanneer er een serie-
inbreker actief is (dezelfde persoon breekt in bij
verschillende huizen in de buurt). Een risicoscore kan dan
voor elk uur van de dag worden berekend door de
gewogen kans voor elk uur op te tellen voor alle bekende
inbraken die deze persoon heeft gepleegd. Deze
risicoscores worden vervolgens opgeteld om de
waarschijnlijkheid van een inbraak per uur te bepalen.
Duration (duur): hoe lang een gebeurtenis/proces voortduurde in een bepaalde
space. Het kan gaan om specifieke criminele voorvallen, maar ook om bredere zaken
als hoe lang het aantal gerapporteerde delicten boven een bepaald niveau bleef in
een bepaald gebied. Ook kan het slaan op hoe lang een specifieke dader actief was.
Distance als time (afstand als tijd): afstand kan worden uitgedrukt in tijd (bijv. iets is
een uur van huis). Dit is interessant in het kader van space, tijd en criminaliteit als je
kijkt naar kwesties gerelateerd aan reistijd.
Crime
Criminaliteit is relatief en verandert afhankelijk van tijd en plaats. Wat vandaag
legaal is, kan morgen strafbaar zijn door wetswijzigingen. Zo verbood Colorado
cannabis vóór 2014, maar legaliseerde het daarna.
Criminaliteit en deviant gedrag verschillen van elkaar. Criminaliteit betekent dat
iemand een wet overtreedt, terwijl deviant gedrag afwijkt van sociale normen zonder
per se illegaal te zijn. Normen verschillen per situatie, locatie en tijd. In sommige
buurten houden bewoners zich strikt aan sociale verwachtingen, terwijl anderen deze
losser naleven.
Soms leggen wetten normen vast, maar vaak blijven normen informeel. Toch
beïnvloeden ze gedrag sterk. In elke buurt gelden dezelfde wetten, maar de mate
van naleving en sociale controle verschilt.
Leerdoel 2: Hoe kan deze ongelijke temporele en ruimtelijke
spreiding of clustering verklaard worden?
Hart, T.C. & Lersch, K.M. (2016). Space, Time, and Crime (vierde editie).
Durham: Carolina
Academic Press: Hoofdstuk 3
Rationele keuzetheorie (Clarke & Cornish) (microniveau)
, Een rationele dader maakt keuzes over het plegen van criminaliteit; daarbij wordt
rekening gehouden met benodigdheden en behoeften, risico van aanhouding, hoogte
van de straf, kans op bestraffing en verwachte winst. Het doel is het hoogst
mogelijke plezier met daarbij de laagste straf.
De eerste fase van hun model is de initiële betrokkenheid. Criminele betrokkenheid
verwijst naar de processen waardoor individuen ervoor kiezen om betrokken te raken
bij crimi, om door te gaan en te stoppen.
- Involvement decisions deze beslissingen om betrokken te raken worden
door een paar aspecten beïnvloedt:
o Achtergrondfactoren : Dit omvat de individuele kenmerken van de
potentiële dader, zoals geslacht, temperament, intelligentie en
cognitieve besluitvorming. Daarnaast spelen de kenmerken van het
gezinsleven, beschikbare rolmodellen, sociale klasse en
opleidingsniveau een rol.
o Eerdere ervaring en leren : Potentiële daders evalueren hun directe en
indirecte ervaringen met criminaliteit en de politie. Ze wegen hun
geweten en morele houding ten opzichte van crimineel gedrag af.
o Beoordeling van algemene behoeften : De behoeften van een individu
kunnen draaien om geld en materiële goederen, maar ook om seks,
status binnen de vriendengroep of simpelweg spanning en sensatie.
o Overwogen oplossingen (kosten/baten-analyse): Dit houdt in dat de
dader de waargenomen risico's en straffen afweegt tegen de mogelijke
voordelen. Ook overweegt hij de inspanning die nodig is om de misdaad
te plegen en de morele kosten van zijn acties.
o Waargenomen oplossingen: De potentiële dader bekijkt zijn opties.
"Moet ik een legitieme baan zoeken om te krijgen wat ik wil, of pleeg ik
een misdaad? Als misdaad de oplossing is, welk type crimineel gedrag
past dan bij mij? Is inbraak geschikt voor mijn behoeften (en mijn
vaardigheden), of is een overval een betere keuze?"
o Onverwachte gebeurtenis (chance event): Tijdens het dagelijkse leven
komt de potentiële dader uiteindelijk een situatie tegen die hem tot een
beslissing dwingt. Dit kan een gemakkelijke kans zijn om een misdaad
te plegen, groepsdruk of een dringende behoefte aan geld.
o Gereedheid (first decision point) Dit is het eerste beslissingsmoment.
Hier maakt het individu bewust de keuze en erkent hij dat hij klaar is
om een bepaald type misdaad te plegen.
o Beslissing (second decision point) Dit is het tweede
beslissingsmoment. Wanneer de dader met een onverwachte
gebeurtenis (chance event) wordt geconfronteerd, besluit hij de
misdaad te plegen.
- Event decisions snel gemaakte keuzes obv info over kenmerken van een
specifieke situatie.
Er wordt voor specifiek doel gekozen met minste risico’s obv kans, moeite en
risico.
o Event decisions worden snel genomen op basis van de specifieke
situatie, terwijl betrokkenheidsbeslissingen over een langere periode
kunnen ontstaan. Zodra een dader besluit een woninginbraak te
plegen, kiest hij een doelwit. Eerst selecteert hij een buurt met een laag
risico en daarna een specifiek huis. Deze keuze hangt af van
waargenomen kansen, benodigde inspanning en risico’s. Buurten met
buurtwachten of veel thuisblijvende moeders worden vaak vermeden
vanwege een hoger risico op ontdekking. Binnen de gekozen buurt zijn
huizen met zichtbare rijkdom, overwoekerde struiken of hoge
privacyhekken aantrekkelijker dan huizen met grote honden of
zichtbare alarmsystemen.