Werken volgens de regulatieve cyclus: je evalueert tussentijds de situatie, reflecteert op je
eigen handelen en stelt je plan bij.
Ontwikkeling en leerproces beter in beweging zetten door:
- Tussentijdse feedback van client(systeem), collega’s en medestudenten te benoemen,
beschrijven en bespreken.
Reflecteren op handelen: helpt om tot verdieping te komen.
Kenmerken methodisch werken:
- Je handelen is doelgericht.
- Je handelen is systematisch.
- Je handelen is procesmatig.
- Je handelen is bewust.
Theorie uit Hfst.1. Veranderen in meervoud (Gerard Donkers)
Veranderen: wijzigingen aanbrengen in onze eigen situatie of die van een ander. Doe we om
iets te realiseren.
Elk verander-activiteit heeft ook betrekking op de veranderaar zelf. Moet zichzelf
beïnvloeden.
Wijzigingen brengen we aan in:
- Materiele omgeving.
- Sociale omgeving.
Verander-bekwame wezens: mensen kunnen in meer/mindere mate invloed uitoefenen op
hun omgeving en op zichzelf.
Bewust bezig zijn met veranderen: in staat zijn om te kunnen reflecteren, interpreteren,
nadenken, bewegen en doen.
Veranderen kan gericht zijn op:
- Het behoud van het bestaande (het handhaven kan gezien worden als een vorm van
veranderen – ontslagrecht invoering)
- Op de persoon zelf (uiten van gevoel, leren omgaan met het ‘niet maakbare’ deel in het
leven)
Definitie veranderen: een alledaags bewust/onbewust proces van doel- of waarde-
georiënteerd handelen, gericht op het aanbrengen van wijzigingen in de omgeving en/of
zichzelf.
6 basiskenmerken van veranderkundig handelen:
1) Interventiekundig
2) Sociaal
3) Procesmatig
4) Moreel
5) Dialogisch
6) Integratief
1. Interventiekundig:
- Interventiekunde (veranderkunde): praktische pogingen van mensen om sociale situaties in
een wenselijke geachte richting te beïnvloeden.
- Respect voor de ander als zelfsturend persoon.
- Verschil tussen leek en professional:
De prof. Handelt uit hoofde van zijn functie;
1
, Een professionele houding is van korte duur;
Een professionele houding verloopt meer bewust.
2. Sociaal:
- Psychosociaal functioneren: samenhang tussen psychische en sociale verschijnselen.
- Sociaal functioneren verwijst ook naar maatschappelijk functioneren.
- Sociaal functioneren wordt ook bepaald door de historisch-maatschappelijke, institutionele
context en positie binnen de context.
- 2 hoofbenaderingen van veranderen:
1) competentieversterking
2) conditieverbetering
- Veranderen speelt zich af op micro, meso en macroniveau (Bronfenbrenner)
3. Procesmatig:
- Sociaal functioneren van mens en samenleving vraagt om een procesmatige manier van
denken en handelen – Regulatieve cyclus.
- Sociaal domein is dynamisch.
- Objectieve blik is belangrijk. Niet alles is waarneembaar.
4. Moreel:
- Bij elk sociaal vraagstuk is er sprake van veel verschillende visies en waardeoriëntaties.
- Veranderen is nooit waardevrij. De veranderkundige is geen passieve toeschouwer.
- Normen: gedragsregels.
- Waarden: idealen, principes en motieven die nastrevenswaardig zijn.
- Broepsmoraal: normen & waarden van goed en verkeerd handelen bij uitoefening van een
beroep.
- Ethiek: wetenschap van de moraal.
- Kwaliteitstoetsing vraagt om kennis van ethiek.
5. Dialogisch:
- Veranderen verloopt op een sociale manier. De veranderkundige gaat met mensen in
gesprek.
- Informatie uitwisseling verloopt verbaal, non-verbaal en via creatieve middelen.
- Dialoog: er is sprake van wederkerige beïnvloeding. Wederzijds respect en
gelijkwaardigheid.
6. Integratief:
- Veranderkundig ingrijpen wordt gekenmerkt door een integratieve manier van werken.
- Integratief: de verschillende bronnen van kennis tot een samenhangend geheel worden
gemaakt.
- Sociale veranderkunde vraagt om integratie van 4 bronnen van kennis en ervaring:
1) Gedragswetenschappelijke kennis.
2) Kennis omtrent beïnvloedingsmogelijkheden.
3) Filosofische en ethische kennis van het menselijk handelen.
4) Competentiekennis.
Modellen kunnen verschillen wat betreft reikwijdte van de verandering; micro-, meso- en
macro niveau.
Sociaal agogisch werk: maatschappij-cultuur en tijdgebonden beroep.
Dominant aanwezig binnen sociaal agogisch werk zijn:
- Decentralisatie door overheid en welzijnstaken.
- Participatie en burgerkracht.
- Vergrote (bi)culturele diversiteit.
2