Samenvatting — Communicatie &
Communicatievaardigheden
Tentamengerichte studiehulp voor het eerste jaar — communicatiemodellen, verbaal/non-verbaal,
luisteren, feedback, gespreksvormen, interculturele communicatie, conflicthantering, schriftelijke
communicatie en presenteren.
Inhoudsopgave
1. Wat is communicatie? Basisbegrippen
2. Communicatiemodellen (zender–ontvanger, Shannon & Weaver, Schulz von Thun)
3. De axioma's van Watzlawick
4. Verbale & non-verbale communicatie
5. Luistervaardigheden (LSD + actief luisteren)
6. Feedback geven & ontvangen
7. Gespreksvormen (slecht-nieuws, advies, vergaderen)
8. Interculturele communicatie (Hofstede)
9. Conflicthantering (Thomas-Kilmann)
10. Schriftelijke communicatie & adviesrapport
11. Presenteren
12. Kernbegrippen (begrippenlijst)
1. Wat is communicatie? Basisbegrippen
Communicatie is het proces waarbij een zender een boodschap overbrengt naar een
ontvanger, met de bedoeling betekenis te delen. Communicatie is geslaagd als de boodschap
die de ontvanger begrijpt overeenkomt met wat de zender bedoelde.
Kernelementen van elk communicatieproces:
Zender: degene die de boodschap verstuurt (codeert).
Boodschap: de inhoud die wordt overgebracht.
Codering: het omzetten van gedachten in tekens (woorden, gebaren, beeld).
Kanaal / medium: het middel waarlangs de boodschap reist (gesprek, telefoon, e-mail,
brief).
Ontvanger: degene die de boodschap ontvangt en decodeert (interpreteert).
Feedback / terugkoppeling: de reactie van de ontvanger; maakt communicatie
tweerichtingsverkeer.
Ruis: alles wat de boodschap verstoort (zie hieronder).
Context: de situatie/omgeving waarin gecommuniceerd wordt.
Referentiekader: het geheel van kennis, ervaring, normen en waarden waarmee iemand
een boodschap interpreteert. Verschillende referentiekaders zijn een hoofdoorzaak van
file:///C:/Users/niels/OneDrive/Documenten/Stuvia/Communicatie_Samenvatting.html 1/10
, 05-06-2026, 23:50 Communicatie — samenvatting
misverstanden.
Soorten ruis
Externe ruis: storing in de omgeving (lawaai, slechte verbinding).
Interne ruis: storing bij zender of ontvanger (afleiding, vooroordeel, emotie,
vermoeidheid).
Semantische ruis: storing in de betekenis (vakjargon, dubbelzinnige woorden,
taalverschil).
Indelingen van communicatie
Verbaal (woorden, gesproken/geschreven) vs. non-verbaal (lichaamstaal, intonatie).
Eenrichtings- (lezing, brief) vs. tweerichtingscommunicatie (gesprek, met feedback).
Formeel (volgens vaste regels/kanalen) vs. informeel (spontaan, sociaal).
Interpersoonlijk (tussen personen) vs. massacommunicatie (naar groot publiek).
2. Communicatiemodellen
2.1 Zender–ontvangermodel (basismodel)
Het eenvoudigste model: zender → boodschap (via kanaal) → ontvanger, met een
feedbackloop terug. Het laat zien dat communicatie een proces is en geen eenmalige actie.
Beperking: het lijkt eenrichting en houdt weinig rekening met interpretatie en context.
2.2 Model van Shannon & Weaver (1949)
Een technisch/lineair model uit de informatietheorie. Componenten: informatiebron →
zender (transmitter) → kanaal → ontvanger → bestemming, met ruisbron (noise)
die op het kanaal inwerkt. Belangrijke bijdrage: het introduceerde het begrip ruis expliciet.
Beperking: lineair, eenrichting, zonder feedback en zonder aandacht voor betekenis. Latere
modellen voegden de feedbackloop toe.
Onthoud: Shannon & Weaver = het "techniek/ruis"-model. Het verklaart waarom een
boodschap onderweg vervormt, maar niet hoe mensen betekenis geven.
2.3 Communicatiekwadrant van Schulz von Thun — de vier zijden van een
boodschap
Friedemann Schulz von Thun stelt dat elke boodschap vier zijden (aspecten) tegelijk
bevat. De zender verzendt op vier "monden", de ontvanger luistert met vier "oren".
Misverstanden ontstaan als zender en ontvanger op een verschillend aspect zenden/luisteren.
Zijde Vraag die je stelt Voorbeeld bij "Het stoplicht is groen!"
(passagier tegen bestuurder)
Inhoud / zakelijk Waarover informeer ik? Het licht staat op groen.
(de feiten)
file:///C:/Users/niels/OneDrive/Documenten/Stuvia/Communicatie_Samenvatting.html 2/10