Samenvatting — Organisatiekunde
Management & Organisatie (o.a. Marcus & Van Dam, Organisatie en Management) — tentamengerichte studiehulp voor
het eerste jaar HBO/WO.
Inhoudsopgave
1. Inleiding: wat is organisatiekunde?
2. Managementstromingen (Taylor, Fayol, Mayo, systeem, contingentie)
3. Omgeving van de organisatie
4. Strategie en strategisch management (SWOT, Porter)
5. Organisatiestructuur (lijn, lijn-staf, matrix)
6. Mintzberg: configuraties en coördinatiemechanismen
7. Organisatiecultuur (Handy, Schein)
8. Motivatie en leiderschap (Maslow, Herzberg, McGregor)
9. Besluitvorming
10. Management, planning en het sturingsproces
11. Kernbegrippen (overzichtstabel)
1. Inleiding: wat is organisatiekunde?
Organisatiekunde is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van organisaties: hoe ze ontstaan,
functioneren, gestructureerd zijn en hoe ze bestuurd worden. Een organisatie is elk samenwerkingsverband van
mensen dat doelgericht streeft naar het bereiken van gemeenschappelijke doelen, met behulp van middelen.
Organisatiekunde is een multidisciplinaire wetenschap: ze leent kennis uit de economie, psychologie,
sociologie, bedrijfskunde en bestuurskunde. We onderscheiden twee invalshoeken:
Organisatieleer — beschrijvend (descriptief): hoe zien organisaties eruit en hoe werken ze?
Managementleer / bedrijfskunde — voorschrijvend (prescriptief/normatief): hoe kun je een organisatie
het beste besturen?
Productiefactoren. Klassiek onderscheidt men: arbeid, kapitaal, natuur (grondstoffen) en
ondernemerschap/management. Management voegt waarde toe door de andere factoren te combineren en te
coördineren.
De organisatie als open systeem
Een organisatie zet via een transformatieproces input (grondstoffen, kapitaal, arbeid, informatie) om in output
(producten/diensten). Ze staat voortdurend in wisselwerking met haar omgeving (open systeem) en stuurt bij via
feedback (terugkoppeling).
2. Managementstromingen (historisch overzicht)
De ontwikkeling van het managementdenken verloopt grofweg van een mechanische/technische focus naar
aandacht voor mens en omgeving.
2.1 Scientific Management — Frederick W. Taylor (±1900)
Taylor wilde de productiviteit op de werkvloer verhogen door werk wetenschappelijk te bestuderen (de "one best
way"). Kernpunten:
file:///C:/Users/niels/OneDrive/Documenten/Stuvia/Organisatiekunde_Samenvatting.html 1/8
, 05-06-2026, 23:50 Organisatiekunde — samenvatting
Tijd- en bewegingsstudies om de meest efficiënte werkmethode te vinden.
Strikte scheiding tussen denken (management) en doen (uitvoerenden).
Vergaande arbeidsdeling en specialisatie.
Selectie en training van de juiste persoon voor de taak.
Prestatiebeloning (stukloon) als motivator — mensbeeld: de "economische mens".
Kritiek: dehumanisering, monotoon werk, mens als "verlengstuk van de machine". Henry Ford paste de
principes toe in de lopende band (Fordisme).
2.2 Algemene managementtheorie — Henri Fayol
Fayol keek naar de héle organisatie en de taak van de manager (top-down). Hij benoemde vijf
managementtaken: plannen, organiseren, coördineren, bevelen (leidinggeven) en controleren. Daarnaast
formuleerde hij 14 managementprincipes, waaronder:
Eenheid van bevel (unity of command): één medewerker krijgt opdracht van slechts één baas.
Eenheid van richting: één plan en één leider per groep activiteiten met hetzelfde doel.
Gezag en verantwoordelijkheid, arbeidsdeling, hiërarchie (de "lijn"), discipline, beloning, centralisatie.
2.3 Bureaucratie — Max Weber
Weber beschreef de ideaaltypische bureaucratie als de meest rationele organisatievorm: gebaseerd op vaste
regels, hiërarchie, functiescheiding, onpersoonlijkheid en benoeming op basis van bekwaamheid. Doel:
voorspelbaarheid en gelijke behandeling. Nadeel: starheid en regelfixatie.
2.4 Human Relations — Elton Mayo (Hawthorne-experimenten)
De Hawthorne-onderzoeken (Western Electric, jaren '20-'30) toonden aan dat productiviteit niet alleen
afhangt van fysieke werkomstandigheden, maar vooral van aandacht, sociale relaties en groepsnormen.
Het Hawthorne-effect: mensen presteren beter omdat ze zich gezien/onderzocht voelen. Mensbeeld verschuift
naar de "sociale mens". Dit legde de basis voor aandacht voor motivatie en leiderschap.
2.5 Systeembenadering
De organisatie wordt gezien als een systeem: een geheel van samenhangende, onderling afhankelijke delen
(subsystemen). Een wijziging in één deel beïnvloedt de andere delen. Centraal staan input–transformatie–output,
feedback en de organisatie als open systeem in interactie met de omgeving.
2.6 Contingentiebenadering ("het hangt ervan af")
De contingentietheorie stelt dat er geen universeel beste manier van organiseren bestaat. De beste
structuur/aanpak hangt af van situationele factoren (contingenties) zoals omgeving, omvang, technologie en
strategie. Bekende onderzoekers: Burns & Stalker (mechanistische vs. organische organisatie), Lawrence &
Lorsch, Woodward (technologie).
Stroming Grondlegger Focus Mensbeeld
Scientific Management Taylor Efficiëntie werkvloer Economische mens
Algemene managementtheorie Fayol Managementtaken/structuur —
Bureaucratie Weber Regels & hiërarchie —
Human Relations Mayo Mens & sociale relaties Sociale mens
Systeembenadering — Samenhang/subsystemen —
Contingentie Burns & Stalker e.a. Situationeel ("it depends") —
file:///C:/Users/niels/OneDrive/Documenten/Stuvia/Organisatiekunde_Samenvatting.html 2/8