(1500 - 1600) / renaissancetijd
Kenmerkend aspect: het begin van de Europese overzeese expansie
De periode tussen 1500 en 1600 wordt de renaissance genoemd. Dit betekent
'wedergeboorte'. De Griekse en Romeinse Oudheid werd opnieuw gewaardeerd. Er
ontstond in deze periode een hernieuwde belangstelling voor de wetenschap, de
kunst en bouwkunst uit de Oudheid. Tevens werd deze periode gekenmerkt door het
veranderende beeld dat mensen van zichzelf en de wereld hadden. Dit kwam door de
ontdekkingsreizen.
Er waren verschillende redenen om op ontdekkingsreis te gaan:
● Handel en rijkdom. In de 15e eeuw groeide het beroep van handelaar. De vraag
naar goud en andere waardevolle metalen groeide. De handel in exotische
producten leverde tevens een hoop op. Onder andere door conflicten met
Arabieren en om sneller en goedkoper goederen te kunnen inkopen, ging men
op zoek naar alternatieve handelsroutes.
● Religie, faam en fortuin. Terwijl handelaren hun fortuin wilden vergroten,
vonden anderen dit een goed moment om hun geloof aan anderen over te
brengen en hen te bekeren tot het christendom. De christenen ondervonden
concurrentie van de islam en probeerden overal mensen te evangeliseren
(bekeren tot het christendom). In de 15e eeuw kwam ook het individualisme
op. Faam en glorie begonnen mee te spelen als redenen voor exploratie.
● Wetenschap en nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid speelde een rol bij de
opkomst van ontdekkingsreizen. Wetenschappers wilden de kennis vergroten
en avonturiers wilden andere gebieden ontdekken. De nieuwe
wetenschappelijke belangstelling in deze periode leidde tot ontdekkingen op
het gebied van de scheepvaart, waardoor het juist mogelijk werd om deze
overzeese reizen te ondernemen. Aan de andere kant bleek door de
ontdekkingsreizen dat de bestaande wetenschappelijke kennis niet voldeed