Hoorcollege 1:
Vraag 1: Wat betekent ‘growing into deficits’?
A. Stoornis verdwijnt met leeftijd
B. Stoornis wordt later zichtbaar
C. Stoornis ontstaat op volwassenleeftijd
D. Stoornis is genetisch
Vraag 2: Wat is de juiste definitie van ‘ontwikkelingsstoornis’?
A. Ontwikkelingsprocessen die bijdragen aan psychopathologie
B. Het stellen van gedrag dat ooit, maar niet langer, past binnen het ontwikkelingsniveau
van het kind
C. Het stellen van gedrag dat nooit binnen het ontwikkelingsniveau van het kind heeft
gepast
D. Ontwikkelingsprocessen die beschermen tegen psychopathologie
Vraag 3: Een ouder ervaart veel stress door armoede in het huishouden. Bij welk niveau van het
transactioneel en ecologisch model hoort dit?
A. Microsysteem
B. Mesosysteem
C. Exosysteem
D. Macrosysteem
Vraag 4: Wat is accommodatie volgens Piaget?
A. Nieuwe informatie negeren, omdat het niet in een bestaand schema past
B. Bestaande schema’s toepassen op een nieuwe situatie
C. Bestaande schema’s bevestigen aan de hand van een nieuwe situatie
D. Bestaande schema’s aanpassen om te kunnen toepassen in een nieuwe situatie
Vraag 5: Welke hechtingsstijl toont weinig reactie op het vertrek van een ouder bij de vreemde
situatie test?
A. Veilig
B. Ambivalent
C. Vermijdend
D. Gedesorganiseerd
Hoorcollege 2:
Vraag 6: Wat is de juiste uitleg van een kwetsbaarheid?
A. Vergroot de kans op normale ontwikkeling
B. Vergroot de kans op het ontwikkelen van psychopathologie
C. Vergroot de kans op het ontwikkelen van psychopathologie na blootstelling aan een
risicofactor
D. Gevoeligheid voor positieve omgeving
Vraag 7: Wat is de juiste definitie van equifinaliteit?
A. Meerdere oorzaken leiden tot dezelfde uitkomst
B. Een gebeurtenis heeft meerdere uitkomsten
, C. Alles komt voort uit meerdere oorzaken
D. Veerkracht heeft invloed op de uitkomst
Vraag 8: Een onderzoeker leest een onderzoek dat gaat over mensen met een sociale
angststoornis en hoe zij vaak sociale uitsluiting ervaren door hun angst. Hierop baseert zij de
hypothese dat mensen met agorafobie ook sociale uitsluiting ervaren. Bij welke stap van de
empirische cyclus hoort dit?
A. Inductie
B. Deductie
C. Generalisatie
D. Theoretische toetsing
Vraag 9: Wat is GEEN kernkritiek op de DSM?
A. Kijkt te veel naar context
B. Risico op stigmatisering
C. Kijkt niet naar geslacht, leeftijd en cultuur
D. Risico op valse positieve
Hoorcollege 3:
Vraag 10: Door wie is gezinssysteemtherapie ontwikkeld?
A. Minuchin
B. Cicchetti
C. Bateson
D. Piaget
Vraag 11: Het aangaan van een gesprek tijdens de therapie over hoe een familie met elkaar
interacteert is een voorbeeld van….?
A. Enactment
B. Circulariteit
C. Communicatie
D. Metacommunicatie
Vraag 12: Een therapeut traint ouders hoe ze empathisch en zorgelijk moeten reageren als hun
kind hun iets emotioneels verteld. Welke taak van de Attachment Based Family Therapy (ABFT)
wordt hier uitgelegd?
A. Relationele herformulering
B. Alliantie met ouders
C. Corrigerende hechtingservaring
D. Autonomie ondersteunen
Hoorcollege 4:
Vraag 13: Welke van deze reacties hoort NIET bij een angst reactie?
A. Cognitief
B. Emotioneel
C. Fysiologisch
D. Gedragsmatig