Hoofdstuk 1
Gedrag
Gedrag bestaat uit patronen in de tijd. Gedrag is elke vorm van observeerbare actie of reactie
van een mens of dier in reactie op externe of interne prikkels (stimuli).
De meeste vormen van gedrag bestaan uit een mix van aangeboren en aangeleerde (re)acties.
Deze mix varieert sterk tussen diersoorten:
- Bij een kleiner, eenvoudiger zenuwstelsel:
o kleiner gedragsrepertoire, simpelere gedragingen, veelal aangeboren.
- Bij een groter, meer complex zenuwstelsel:
o groter gedragsrepertoire, meer complexe gedragingen, beïnvloed door
leerprocessen.
Hersengrootte en gewicht
Mensen stammen niet af van chimpansees, wel hebben we een gemeenschappelijke voorouder.
Het gewicht van onze hersenen, ons hersenvolume, is significant groter dan die van onze
voorouders.
Encefalisatiequotiënt (EQ): feitelijk hersengewicht / verwacht hersengewicht op basis van
lichaamsgewicht
Kat = gemiddeld intelligent huisdier → EQ 1
Voorouders → EQ 2.5
Homo sapiens → EQ 7.0
Hoe kon ons brein zo groot worden?
- Leefwijze:
o fruit eten (is meer complex dan bijv. gras eten)
o het gebruik van vuur om te koken
o sociale groepsgrootte
- Efficiënte koeling:
o bloedcirculatie in het brein werkt als een radiator
o hierdoor kan het brein hoog metabolisme
▪ 2% lichaamsgewicht, 25% zuurstof, 70% glucose
- Neotenie:
o vertraagde ontwikkeling (ten opzichte van eerdere soorten)
o eigenschappen uit juveniele fase van voorouders blijven behouden in volwassen
afstammelingen
▪ Bijv. in bepaalde opzichten lijkt de moderne mensen op jonge versies van
voorouders
Is een groter brein ook een beter brein (binnen soort)?
Nee. Intelligentie draait waarschijnlijk meer om (het aantal) verbindingen tussen de
,verschillende hersengebieden.
Veel gedrag is niet aangeboren, maar aangeleerd en wordt bepaald door cultuur.
Hoofdstuk 2
De hersenen hebben een bepaalde structuur, maar is geen statisch orgaan. We worden niet
geboren met een brein dat de rest van ons leven onveranderd blijft.
De hersenen zijn flexibel: neurale plasticiteit: hersenweefsel heeft het vermogen om zich aan te
passen aan de omgeving.
Anatomisch aanduidingen van locaties in het brein
Brain-body orientation: locatie van hersengebieden met het gezicht als referentie
Dorsaal: dorsum → rug
Ventraal: venter → buik
Mediaal: medialis → midden
Lateralis: lateralis → zijkant
Anterieur: anterior → voor
Posterieur: posterior → achter
Spatial orientation: locatie van hersengebieden in relatie tot andere onderdelen van het
lichaam (hangt af van lichaamshouding)
,Anatomical orientation: richting van doorsnedes of secties van het brein vanuit het perspectief
van een toeschouwer.
LEER DIT UIT JE HOOFD!! Maak de formatieve opdracht en leer p. 38-39 uit je hoofd!!
Bescherming van je hersenen
- Schedel (hersenpan)
- Hersenvliezen, meninges: in het ruggenmerg zitten ook dezelfde soort vliezen
o Dura mater: harde hersenvlies
o Arachnoid mater: spinnenwebvlies
o Pia mater: zachte hersenvlies
- Cerebro spinale vloeistof (CSV): zit tussen het spinnenwebvlies en zachter hersenvlies
en hierop drijft je brein. Beschermt tegen schokken van buitenaf.
o Ependimale gliacellen: deze cellen zorgen voor de productie van CSV
, Bloedtoevoer (zuurstof en voedingsstoffen)
Cerebro vasculair accident (CVA): er gaat iets mis met de bloedtoevoer
- Ischemisch CVA: herseninfarct: afsluiting van bloedvat door bloedprop of vernauwing,
leidt tot lokaal zuurstoftekort
- Hemorragisch CVA: hersenbloeding: bloeduitstorting in de hersenen door
opengebarsten of gescheurd bloedvat
De hersenen gezien vanaf de buitenkant
- Cerebrum (grote hersenen)
- Cerebellum (klein
hersenen)
- Hersenstam
- Cerebrale cortex
(hersenschors)
Het brein heeft bochten (Gyrus),
groeven (Sulcus) en diepe groeven
(Fissuur).
Binnen in de hersenen
- Grijze stof: zenuwcellen, geen isolerende laag
- Witte stof: zenuwvezels, isolerende laag, myeline
o Corpus callosum (hersenbalk): grote hoeveelheid witte stof, balk tussen linker
en rechter helft waar de samenwerking voornamelijk overheen gaat
- Reticulaire stof: netvormig, mix van vezels en cellen, bestaat dus uit witte en grijze stof
Ventrikelsysteem: 4 met elkaar verbonden holtes gevuld met cerebrospinale vloeistof (CSV).
De functie is het ondersteunen van het metabolisme, afvoeren van afvalstoffen en beschermen
van hersenweefsel.
- 1e en 2e = laterale ventrikels: 1 in elke hemisfeer (hersenhelft), verbonden met 3e ventrikel