1. Fundamenten EIBR, BEPS, MLI en beginselen
2. Pensioenen en soortgelijke uitkeringen
3. Inkomsten uit bijzondere dienstbetrekkingen
4. Transfer pricing
5. Staatssteun en belastingen
6. Dividend en vervreemdingswinsten op aandelen
7. Rente, royalty’s en vervreemdingswinsten op vorderingen/auteursrechten
8. Voorkoming dubbele belasting
9. Verdragen en Europees recht (oorsprongsbeginsel vs marktstaat, BEPS 2.0)
10. Formeelrechtelijke thema’s en geschillen
Hieronder thema 1 (kort, veel heb ik al gegeven) en dan vooral thema 2–3 uitgewerkt, omdat je daar
vaak punten kunt “pakken”.
1. Fundamenten, BEPS, MLI, EU-beginselen
1.1 Kernvraag
Hoe verdeel je heffingsrechten tussen staten (kwalitatief/kwantitatief), hoe voorkom je dubbele
belasting en hoe sturen BEPS, MLI en EU-recht die verdeling?
1.2 Denkschema (algemeen voor elk thema)
1. Kan Nederland heffen?
Nationaal recht: binnenlandse vs buitenlandse belastingplicht, woonplaats, bron.
Universaliteit vs territorialiteit.
2. Mag Nederland heffen?
Belastingverdrag (inclusief MLI-wijzigingen).
Toegang via inwonerschap; toepasselijk artikel (bijv. art. 7, 10, 11, 18); methode
voorkoming.
3. Mag Nederland heffen in het licht van EU-recht?
Is er grensoverschrijdend element en verdragsubject?
Is er beperking van vrijheden (belemmering/discriminatie)?
Rechtvaardiging, proportionaliteit.
1.3 BEPS en MLI in één pagina
, BEPS 1.0: minimumstandaarden (harmful tax practices, treaty abuse, CbCr, dispute
resolution), recommendations (TP, hybrid mismatches) en best practices (CFC, disclosure).
Implementatieroutes: nationaal recht (ATAD), verdragen, soft law
(OESO-model/TP-guidelines), MLI, peer review.
BEPS 2.0:
Pijler 1: (her)verdeling heffingsrechten naar marktstaten.
Pijler 2: minimum effective tax rate, bijheffing in woon/bronstaat.
MLI:
Extra “laag” boven bilaterale verdragen (aanvulling, vervanging, wijziging).
Minimumstandaarden verplicht, optionele onderdelen alleen bij matching.
Praktisch: in casus altijd checken: Wet – Verdrag – MLI.
2. Pensioenen en soortgelijke uitkeringen
2.1 Kernvraag
Waar mag een pensioen/soortgelijke uitkering worden belast als iemand in het ene land heeft
opgebouwd en later in een ander land woont, en hoe gaan NL, verdragen en EU-recht om met exit en
import van pensioen?
2.2 Denkschema pensioenen
1. Nationale belastingplicht
Inwoner NL: wereldinkomen → zowel buitenlandse pensioenopbouw als uitkeringen
vallen in beginsel in box 1.
Niet-inwoner: kijken naar bron: NL-dienstbetrekking, NL-opbouw, art. 7.2/7.2a Wet IB
2001 of VPB voor fonds.
2. Verdrag
Bepalingen vergelijkbaar met art. 18 OESO-model (pensioenen) en soms art. 17
(overheidsdienst).
Vaak woonstaatheffing, maar varianten: bronstaatheffing bij hoge bedragen, afkoop,
of bij niet-normale opbouw.
Let op bijzondere regels voor sociale zekerheidsuitkeringen.
3. EU-recht
Vrij verkeer van werknemers / kapitaal.
Probleem: ongelijke behandeling bij grensoverschrijdende opbouw (aftrek premies,
waardering aanspraken) en uitkeerfase (dubbele heffing of geen voorkoming).
Hof van Justitie heeft in diverse zaken (Safir, Danner-achtige lijn) duidelijk gemaakt
dat beperking van grensoverschrijdende pensioenopbouw kritisch wordt getoetst.
, 2.3 Typische leerstukken bij pensioenen
Opbouwfase
In NL: omkeerregel (aftrek premie, latere heffing bij uitkering).
Grensoverschrijdend: problemen als woonstaat premies niet aftrekt voor
buitenlandse pensioeninstelling – mogelijke strijd met vrij verkeer als binnenlandse
premies wel aftrekbaar zijn.
Fiscale behandeling grensoverschrijdende waardeoverdracht.
UItkeringsfase
Woonstaatheffing als hoofdregel in veel verdragen (OESO-model art. 18).
Bronstaatheffing mogelijk bij bepaalde afspraken (bijv. als pensioen in bronstaat is
gefinancierd met aftrek en uitkering daar ook belast zou zijn).
Misbruikclausules: bronstaat wil voorkomen dat iemand naar een laagbelastend land
verhuist en pensioen belastingvrij incasseert.
Exit-heffing uitgang NL
Bv. conserverende aanslag bij emigratie (waardering aanspraak, later (gedeeltelijke)
kwijtschelding bij nakoming voorwaarden).
EU-recht: onmiddellijke afrekening kan in strijd zijn met vrije verkeer; uitstel van
betaling (gespreide invordering) is vaak vereist om proportioneel te zijn.
2.4 Tentamenvalkuilen
Alleen naar het verdrag kijken en nationale exit-heffing vergeten.
EU-recht pas helemaal aan het einde noemen; beter: meteen na constatering van verschil
binnenlands vs grensoverschrijdend.
Niet onderscheiden tussen pensioen, lijfrente en sociale zekerheidsuitkeringen
(verdragstechnisch vaak anders behandeld).
2.5 Korte oefenvragen
1. Een werknemer bouwt 20 jaar pensioen op in NL, emigreert naar Duitsland net vóór
pensioendatum. Hoe beoordeel je: (i) conserverende aanslag NL, (ii) verdeling heffingsrecht
over toekomstige uitkeringen, (iii) eventuele EU-rechtelijke beperkingen?
2. Een Nederlandse arts werkt 10 jaar in België, pensioenfonds in BE. Bij terugkeer naar NL
weigert NL aftrek van extra pensioeninleg bij Belgisch fonds, terwijl inleg bij NL-fonds wel
aftrekbaar zou zijn. Is dit verenigbaar met vrij verkeer?
3. Inkomsten uit bijzondere dienstbetrekkingen
Hier gaat het vooral om artiesten, sporters, bestuurders, commissarissen en vergelijkbare
categorieën, waar bronstaten uit vrees voor vluchtigheid van de inkomsten een ruimer
bronheffingsrecht claimen.