Je kunt informatiekunde definiëren en het belang ervan uitleggen: Het is belangrijk om kennis te
hebben van informatiesystemen (IS) en informatietechnologie (IT) en dus een geïnformeerde
gebruiker te worden:
Ten eerste kun je dan de technologieën die je tot je beschikking hebt beter gebruiken en
productiever zijn. Door je kennis over IT en IS ben je ook beter in staat om je organisatie te
helpen met ideeën en aanbevelingen voor het selecteren, verbeteren en gebruiken van
technologie om hogere prestaties te bereiken. Het is dus belangrijk om een geïnformeerde
gebruiker te worden om zowel waardevoller te worden voor de organisatie. Je begrijpt wat achter
IT-systemen zit en kunt hierdoor effectiever de in een bedrijf geïmplementeerde ISs gebruiken
Ten tweede ben je door je kennis van IT en IS beter voorbereid een bijdrage te leveren aan
de digitale transformatie die je organisatie ondergaat (of zal moeten ondergaan); steeds meer
organisaties gebruiken digitale transformatie als onderdeel van hun strategie.
Ten derde zijn zaken rondom het management van IT en IS tegenwoordig geen exclusieve
taak meer voor de IT-afdeling. Als IT-gebruiker of IS-deelnemer draag je bij aan de vormgeving,
selectie en implementatie van IT en IS in je organisatie. Het beheren van de functies van
informatiesystemen is niet langer uitsluitend de taak is van het MIS-departement. Nu spelen
gebruikers van IS ook een rol in. IT biedt immers veel carrièremogelijkheden. Het
MIS-departement fungeert nu meer als consultant en ziet de eindgebruikers als ‘klanten’.
Deze drie redenen geven een beeld waarom informatiekunde, informatiesystemen en
informatietechnologie over het algemeen zeer belangrijk zijn voor informatici, maar ook steeds
vaker voor mensen zonder technologische achtergrond. In een al dan niet digitale wereld wordt
van iedereen verwacht dat zij een geïnformeerde gebruiker zijn.
Je kunt het verschil en de relatie tussen informatietechnologie en informatiesystemen uitleggen:
Informatietechnologie (IT) refereert naar alle computer-gebaseerde huplmiddelen die mensen
gebruiken om met informatie te werken, ondersteuning te bieden aan de organisatie-informatie
en de informatieverwerkingsbehoeften. Informatiesystemen (IS) verzamelen, verwerken,
bewaren, analyseren en verspreiden informatie voor een specifiek doel.
Informatiesystemen hebben voor organisaties veel voordelen: 1) het razendsnel uitvoeren
van grote hoeveelheden nummerieke berekeningen; 2) het mogelijk maken van razendsnelle en
accurate communicatie en samenwerking binnen de organisatie; 3) het opslaan van
astronomische hoeveelheden informatie die tevens makkelijk te bereiken zijn; 4) het mogelijk
,maken van snelle en goedkope toegang tot grote hoeveelheden informatie wereldwijd; 5) het snel
en efficiënt analyseren en interpreteren van grote hoeveelheden data, én 6) het automatiseren
van zowel semi-automatische bedrijfsprocessen en handmatige taken.
Je kunt uitleggen waarom het moeilijk is om informatiesystemen te managen: 1)
Informatiesystemen hebben strategische waarde voor organisaties en als er problemen zijn met
een informatiesysteem kan dat slechte gevolgen hebben. 2) Informatiesystemen zijn heel duur
om te kopen of te ontwikkelen, maar ook om ze goed te laten functioneren en te onderhouden.
3) Tegenwoordig is de verantwoordelijkheid van informatiesystemen in de organisatie verspreid,
waar zowel de IT-afdeling als de eindgebruikers verantwoordelijkheid voor dragen.
Je kunt uitleggen wat digitale transformatie inhoudt: Het tekstboek hanteert de definitie: digitale
transformatie (digital transformation) is de bedrijfsstrategie die gebruikmaakt van IT om relaties
met werknemers, klanten en zakenpartners drastisch te verbeteren; om continue verbetering in
bedrijfsvoering en -processen te ondersteunen én om nieuwe bedrijfsmodellen en organisaties te
ontwikkelen. Men maakt hier gebruik van Big Data, Business Analytics, Social Computing, Agile
Systems Development methods, Cloud Computing en Artificial Intelligence.
Digitale transformatie vindt voortdurend plaats binnen de meeste organisaties en is
onderdeel van zo niet de prioriteit van de bedrijfsstrategie. Digitale transformatie is nodig om te
kunnen reageren op een veranderende klantbehoefte. Dit brengt enorme kansen met zich mee
als op tijd wordt geanticipeerd op deze veranderende klantbehoefte (denk aan Netflix en DHL),
maar kan ook desastreuze gevolgen hebben voor het bedrijf (denk aan Kodak en faillisement van
Free Record Shop).
Vial definieert Digitale transformatie als “een proces die erop gericht is om een entiteit
(onderdeel) te verbeteren door significante veranderingen te triggeren in haar eigenschappen via
een combinatie van informatie-, computer-, communicatie- en connectiviteitstechnologieën”
(2019). DT gaat niet simpelweg over nieuwe technologie, maar over hoe organisaties deze
technologieën strategisch inzetten om hun manier van waardecreatie fundamenteel te
herontwerpen, als reactie op de veranderende klantbehoeften. Technologie is daarbij slechts één
onderdeel; succesvolle digitale transformatie vereist ook aanpassingen in strategie,
organisatiestructuur, processen en cultuur.
Het verschil tussen de definitie van Vial (2019) en het tekstboek is dat Vial spreekt over
een ‘proces’, terwijl de auteurs van het tekstboek zeggen dat digitale transformatie over een
‘businessstrategie’ gaat. Een overeenkomst tussen de definities van het boek en Vial (2019) is dat
digitale transformatie een verbetering (‘improve’) behelst in een tal van eigenschapen van de
organisatie (zoals een verbetering in de relatie met klanten en partners, en verbeteringen in de
,business operations en processen). Een andere overeenkomst tussen deze twee definities is de
essentiële rol van informatietechnologie (IT) om deze verbetering waar te maken
De vroege definities (±2011–2014) van digital transformation benaderen DT
voornamelijk instrumenteel: het inzetten van digitale technologieën om prestaties te verbeteren,
efficiëntie te verhogen of nieuwe businessmodellen te creëren, waarbij technologie centraal staat
en transformatie vaak wordt vereenzelvigd met haar uitkomsten. In een tweede fase
(±2015–2017) verschuift de focus naar een organisatorisch-strategisch perspectief, waarin DT
wordt opgevat als een diepgaand en versneld veranderingsproces dat processen, competenties,
waardecreatie en organisatievormen herstructureert. Over deze definities heen bestaan duidelijke
overeenkomsten: digitale technologieën fungeren als trigger, de veranderingen zijn fundamenteel
van aard en verbetering vormt het normatieve doel. Echter zijn er ook terugkerende verschillen
en problemen, met name ten aanzien van het analytniveau (analyse op individueel, departement-
organisatie- of globaal niveau) , de afbakening van ‘digitaal’ en de structurele vermenging van het
concept met zijn effecten.
Je kunt het verschil en de relatie tussen data, informatie en kennis uitleggen: Data verwijst naar
een elementaire beschrijving van dingen, evenementen, activiteiten en transacties die zijn
gedocumenteerd, geclassificeerd en opgeslagen, maar nog niet zijn geordend/gestructureerd om
een bepaalde betekenis te geven aan de data. Data kan bestaan uit tekens, nummers, letters,
plaatjes et cetera.
Informatie verwijst naar data die wél zodanig geordend zijn dat ze een betekenis hebben
en van waarde zijn voor de ontvanger. Denk aan een studentennummer, inwoneraantal, aantal
bestelde producten en totaal besteed bedrag.
Kennis bestaat uit data en/of informatie die geordend en verwerkt zijn om begrip,
ervaring, opgebouwde kennis en expertise over te brengen voor bijvoorbeeld een
bedrijfsprobleem.
Zodra informatie geïnterpreteerd en gebruikt wordt om beslissingen te nemen of
problemen op te lossen spreken we van kennis. Kennis is ook nodig om data te kunnen omzetten
tot informatie door deze data te ordenen en betekenis te geven. Daarnaast wordt ook kennis
toegepast om informatie te interpreteren en nieuwe kennis op te doen. Data kan dezelfde waarde
hebben zonder context, maar betekent binnen twee verschillende contexten (informatie) iets
anders. Je neemt in beide situaties een besluit op basis van de beschikbare informatie voor het
bedrijf (kennis).
Je kunt de basiscomponenten van informatiesystemen beschrijven: Een computer-gebaseerd
informatiesysteem (CBIS) is een IS die computertechnologie gebruikt om sommige of alle taken
, bedoelde taken uit te voeren. Een CBIS bestaat uit hardware (apparaten als processor, monitor,
toetsenbord en printer; samen accepteren, bewerken en geven de apparaten data en informatie
weer), software (een programma of verzameling programmas die de hardware in staat stellen
data te verwerken), een database (een colllectie van gerelateerde bestanden of tabellen met
data), een netwerk (een aansluitend systeem (bedraad of draadloos) die meerdere computers in
staat stelt middelen te delen), procedures (de instructies die de bovengenoemde onderdelen
instrueren over hoe informatie moet worden verwerkt en het gewenste resultaat geleverd wordt)
en mensen (zij gebruiken hardware en sftware voor output).
Al met al bestaan informatiesystemen dus uit drie basiscomponenten:
informatietechnologie, procedures en mensen. Informatietechnologie omvat hardware, software
(de programma’s die mogelijk maken dat data worden verwerkt), databases of verzamelingen van
bestanden met data, en het netwerk dat verschillende computers of andere hardware met elkaar
verbindt (bedraad of draadloos). Het component mensen betreft alle individuen die met
informatietechnologie werken of de voortvloeiende informatie gebruiken. Het component
procedures betreft de manier waarop de andere componenten samen informatie verzamelen en
verwerken om het gewenste resultaat te bereiken.
De informatietechnologie platform (IT-platform) zijn de volgende IT-componenten:
hardware, software, netwerken (bedraad en draadloos) en databases. De informatietechnologie
services (IT-services) zijn de activiteiten van de eindgebruikers die de componenten van het IT
platform gebruiken om IT-systemen te ontwikkelen, risicos en beveiliging te overzien én om data
te beheren. De informatietechnologie infrastructuur (IT-infrastructuur) bestaat uit het
IT-platform (de IT-componenten) en de IT-services. Hiërarchisch, van beneden naar boven, heb
je in eerste instantie de IT-platformen. Daarboven zitten de IT-services, die gezamelijk de
IT-infrastructuur vormen. Tot slot, bovenaan krijg je de organisatie informatiesystemen (voor
diverse departementen).
Een applicatie (app) is een computer programma die is ontworpen om specifieke taken of
bedrijfsprocessen te ondersteunen. Informatiesystemen gebruiken deze apps bij diverse taken. De
verzameling applicatie programma’s in een bepaald departement binnen de organisatie wordt
ook wel departementaal informatiesysteem genoemd (ofwel functional area information system,
FAIS).
Informatiesystemen kunnen individuele departementen (FAIS), de gehele organisatie of
meerdere organisaties steunen. FAIS kan worden gebruikt als accounting IS of finance IS,
waarbij managers de IT-systemen bijvoorbeeld inzetten om de omzet en bedrijfsactiviteiten te