Oefentoets Informatiemanagement
HBO-niveau · ± 60 minuten · 50 punten
Open vragen, analysevragen en casussen
Deel A – Informatiemanagement (10 punten)
Vraag 1 (2 punten)
Leg het verschil uit tussen gegevens en informatie. Geef een eigen voorbeeld.
Vraag 2 (2 punten)
Werk voor onderstaande situatie de volledige DIKAR-keten uit.
Een streamingdienst ontdekt dat gebruikers die drie afleveringen van een serie bekijken, vaak binnen een
week een abonnement afsluiten.
Vraag 3 (2 punten)
Leg uit wat het verschil is tussen effectiviteit en efficiëntie. Geef van beide een voorbeeld.
Vraag 4 (2 punten)
Noem de drie fasen van de managementcyclus en leg kort uit wat er in elke fase gebeurt.
Vraag 5 (2 punten)
Noem vier voorwaarden voor effectieve besturing van een organisatie.
Deel B – Bedrijfsprocessen & GSS (12 punten)
Vraag 6 (2 punten)
Wat is het verschil tussen een procesbeschrijving en een gegevensstroomschema (GSS)?
Vraag 7 (2 punten)
Noem de vier symbolen die voorkomen in een gegevensstroomschema.
HBO-niveau · Informatiemanagement Pagina 1
, Oefentoets Informatiemanagement
Vraag 8 (2 punten)
Leg uit waarom onderstaande situatie volgens de GSS-regels fout is:
KLANT → LEVERANCIER
Vraag 9 (2 punten)
Een medewerker controleert de voorraad voordat een bestelling wordt goedgekeurd. Beschrijf:
• de activiteit
• de gegevensverzameling
• de richting van de gegevensstroom
Vraag 10 (4 punten)
Een hotelproces verloopt als volgt:
1. Gast doet een reserveringsaanvraag.
2. Medewerker controleert beschikbaarheid.
3. Gegevens uit BUNGALOW worden geraadpleegd.
4. Reservering wordt opgeslagen in RESERVERING.
5. Gast ontvangt een bevestiging.
Noem: alle activiteiten, alle gegevensverzamelingen, alle externe partijen en minimaal vier
gegevensstromen.
Deel C – Databases & Normaliseren (12 punten)
Vraag 11 (2 punten)
Wat is het verschil tussen een primaire sleutel (PK) en een vreemde sleutel (FK)?
Vraag 12 (2 punten)
Waarom zijn redundantie en inconsistentie gevaarlijk voor een database?
Vraag 13 (2 punten)
Leg uit waarom procesgegevens normaal gesproken niet in een database worden opgeslagen.
Vraag 14 (6 punten)
Bekijk onderstaande tabel en voer de normalisatie uit volgens de intuïtieve methode. Beschrijf:
1. Welke feitelijk zelfstandige groepen je ziet.
2. Welke bestanden uiteindelijk ontstaan.
3. Wat de primaire sleutels zijn.
ordernr datum klantnr klantnaam klantadres artikelnr artikelnaam aantal prijs
Deel D – Managementinformatie & Balanced Scorecard (10 punten)
HBO-niveau · Informatiemanagement Pagina 2