atrose richtlijn.pdf
Achtergrond
Meest voorkomend (vooral heup en knie).
Kenmerken zijn:
- Verlies gewrichtskraakbeen
- Osteofyten Heupartrose klinisch beeld: leeftijd 45 jaar of
- Gewrichtsontsteking door prikkeling ouder, pijnklachten langer dan drie maanden,
van synoviale membraan vooral bij belasten, bij zitten geen verergering van
de pijn, pijn in de lies of het dijbeen en soms in de
Risico neemt toe met leeftijd (piek 79 jaar, bil of lage rug, verminderde endorotatie,
daarna neemt risico weer af). Verder: exorotatie, extensie en flexie, een benig
eindgevoel, krachtsverlies van de heupabductoren,
- Vrouwelijk geslacht startpijn en/of -stijfheid bij bewegen en pijn bij
palpatie over het ligamentum inguinale
- Genetische aanleg
- Overgewicht
- Slechtere algehele gezondheid en minder vitaliteit
- Musculoskeletale comorbiditeit (aandoening aan andere gewrichten)
- Overige comorbiditeit, bijvoorbeeld (hart- of
Knieartrose klinisch beeld: leeftijd 45
longaandoeningen, diabetes) jaar of ouder, pijnklachten langer
- Psychosociaal functioneren (depressie, angst, dan drie maanden en
copingstijl, cognitie) ochtendstijfheid korter dan 30
minuten. Andere voorkomende
Deze factoren hebben ook invloed op het herstel verschijnselen zijn: pijnklachten bij
belasten, crepitaties bij
Klinisch beeld bewegingsonderzoek, gevoeligheid
van de benige structuren, een
- (Start) pijn (die toeneemt over de dag) en pijn bij benige zwelling, geen warmte bij
langdurig belasten palpatie, krachtsverlies van de knie-
- In latere fase nachtpijn en in rust extensoren en startpijn en/of -
- (start)stijfheid
- Zwelling (hydrops of synovittis)
- Crepitaties
- Ontstekingsreactie kan
- Bewegingsbeperking
- Standsverandering > kunnen leiden toch
instabiliteit
Deze factoren kunnen allemaal leiden tot problemen bij
ADL en participatie
Beloop
Langzaam voortschrijdend
Diagnostisch proces
Tabel 2 > classificatie criteria
Tabel 3 > anamnese vragen
Tabel 4 > lichamelijk onderzoek
, Afhankelijk van de gezondheidstoestand van de patiënt en de mate waarin
patiënten in staat zijn tot zelfmanagement worden in vier indicaties
onderscheiden. (pag. 9)
1. kortdurende voorlichting, advies en oefen- en beweeginstructie
2. Indicatie voor voorlichting, advies en kortdurende begeleiding bij oefenen
en lichamelijke activiteit
3. Indicatie voor voorlichting, advies en langdurige begeleiding bij oefenen en
lichamelijke activiteit
4. Indicatie voor voorlichting, pre- en/of Bij aanwezigheid van een of meer
postoperatieve oefentherapie vóór of ná een gewricht vervangende prothesen: Het
gewricht vervangende operatie van de heup krijgen van koorts 38,5˚C of hoger. De
wond erg gezwollen en rood blijft. De
en/of knie
wond gaat of blijft lekken. Plotselinge
Specifieke rode vlaggen voor heup- en/of knieartrose hevige pijn in gewricht met prothese (niet
na val of ander trauma). Meer pijn in de
- warme en gezwollen (rode) knie knie die niet minder wordt door
pijnstillers. De patiënt niet meer op het
- onverklaarbare hevige pijn in heup en/of knie been kan staan, terwijl dat eerst wel kon.
- zwelling in de lies • ernstige slotklachten in de Krijgen van pijn in de kuit tijdens het
knie optrekken van de tenen. Roodgekleurd
- (hevige) pijn in rust en zwelling (zonder
trauma)
Therapeutisch proces (pag. 12)
- Voorlichting en advies
o Conservatief
o Pre en postoperatief
- FITT (pag. 13)
- Figuur 2
Meniscectomie
meniscectomie-praktijkrichtlijn.pdf
Operatieve behandeling van een meniscus laesie (meeste zijn partiele). Vaak is
de mediale meniscus aangedaan.
Figuur 1
Prognose
Hangt af van: lokalisatie (lateraal of mediaal), aard van het letsel, peroperatieve
situatie, partiele of totale cectomie, nevenpathologie
(risico is artrose)
Normaal herstel: binnen twee weken moet er een verbetering te zien zijn. Vanaf
ongeveer zes weken moet de patiënt weer normaal adl-activiteiten kunnen
uitvoeren.