HC1 – Inleidende bijeenkomst
Elementen van veiligheid
Beschermd (gevrijwaard)
Dreiging, risico, schade en gevaar
Tijdsgebonden – veiligheid is prospectief van aard: het gaat om verwachtingen over de toekomst. Bijvoorbeeld:
als ik straks over straat ga, voel ik mij beschermd en ervaar ik geen dreiging. Dit vooruitkijkende karakter geeft
veiligheid ook een belangrijke psychologische kracht.
Veilig ↔ Zeker
Historische betekenis (Middelnederlands)
Veilich: trouw, dierbaar, vriendelijk
Seker: zonder zorg, onbezorgd, betrouwbaar, vrij van schuld en straf
→ Dit laat zien dat veiligheid niet alleen fysiek is, maar ook een morele en sociale dimensie heeft.
Veiligheid en de rol van de overheid
Nederland kent een sterke verwevenheid met specifieke invullingen van veiligheid.
Het waarborgen van veiligheid is een kerntaak van de overheid, voortkomend uit het sociaal contract tussen burgers en
staat.
Werk in het openbaar bestuur raakt vaak aan veiligheid:
Eigen dynamiek, logica en emoties
Specifieke vraagstukken en spanningsvelden (eigen ‘dispositieven’)
Daarom wordt veiligheid gezien als een zelfstandig beleidsdomein, met verbindingen naar andere domeinen
Definitie:
Veiligheid = de interactie tussen mensen en hun omgeving, én tussen mensen onderling.
Is Nederland veilig?
Ja én nee.
Ja:
Lage kans om slachtoffer te worden van criminaliteit
Veel zaken zijn goed geregeld (bijv. verkeersveiligheid, dijken tegen overstromingen)
Nee/ aandachtspunten:
Waterveiligheid blijft een kwetsbaar punt
Gewelddadige protesten
Femicide en andere vormen van ernstig geweld
,Twee veiligheidsdomeinen
1. Fysieke/ externe veiligheid
2. Criminaliteit & openbare orde
Externe veiligheid
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van risico’s voor mens en milieu rond de productie, opslag, het
gebruik en transport van gevaarlijke stoffen (zoals bij LPG-tankstations, chemische fabrieken en buisleidingen).
Kenmerken
Third party risk: risico’s voor derden
→ Mensen die niets met een risicovolle activiteit te maken hebben, maar er wel schade van kunnen ondervinden.
bijvoorbeeld verderop een oplsag met gevaarlijke stoffen en die ontploft.
Vraag: hoeveel van dit soort activiteiten hebben we in Nederland?
Betrokken actoren
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)
(voorheen VROM en Verkeer & Waterstaat)
Ministerie van Justitie en Veiligheid
o Preventie en brandbestrijding
o Wet veiligheidsregio’s (2010)
Gemeenten en regionale actoren
o Vergunningverlening
o Toezicht
→ Belangrijk punt: denken deze actoren altijd hetzelfde over risico’s en veiligheid? Vaak niet.
Voorbeeld: vuurwerkramp
Vergunningverlening verdeeld:
o Gemeenten: opslag
o Ministerie: gebruik (professioneel vuurwerk)
Gemeenten waren vaak strenger dan het ministerie
Probleem:
Bedrijven kunnen zwaarder vuurwerk inkopen dan ze mogen opslaan
Vraag: waar laten ze dit overschot?
→ Dit kan leiden tot illegale of onveilige situaties
De groene transitie
Nieuwe risico’s, bijvoorbeeld:
, o Opslag en transport van waterstof via leidingen
→ Nieuwe technologieën brengen nieuwe veiligheidsvraagstukken met zich mee
Kritieke infrastructuur
Wat is dat?
Kritieke infrastructuur (ook wel vitale infrastructuur genoemd) omvat alle fysieke en digitale voorzieningen die
essentieel zijn voor het goed functioneren van onze samenleving en economie.
Vitale processen (volgens de NCTV), zoals:
Energie
Telecom
Transport
Drinkwater
Waterbeheer
Chemie
Nucleaire sector
Financiële sector
Overheidsdiensten
Openbare orde en defensie
→ Binnen elk van deze sectoren spelen specifieke beleidsproblemen en risico’s.
Vergunningverlening
Belangrijke vragen:
Hoe werkt het vergunningstelsel voor externe veiligheid?
Is er voldoende expertise bij vergunningverleners?
Probleem:
Gemeenten hebben niet altijd zelf de juiste kennis
Vaak wordt externe expertise ingehuurd
Risico:
Wat als een extern adviesbureau (bijv. gespecialiseerd in explosieven) corrupt is, terwijl hun advies wettelijk
verplicht is?
→ Dit maakt het systeem kwetsbaar voor afhankelijkheid en fouten.
Crisisbeheersing
Organisatie in Nederland
Het effectgebied van een crisis is leidend
Hoe groter het effect, hoe groter de opschaling
, Wat gaat vaak mis?
Vooral:
Communicatie
Samenwerking
Bijvoorbeeld:
Tussen crisispartners onderling
Tussen bestuur en uitvoerende diensten
Communicatieproblemen zijn vaak een symptoom van:
Slechte organisatie
Te complexe structuren
Te veel nadruk op controle en sturing
Territoriale veiligheid
Wat betekent dit?
Bescherming van het grondgebied
Rol van de krijgsmacht
Belangrijke vragen:
Hoe flexibel is de organisatie (bijv. militair)?
Wat is geleerd van eerdere missies?
Worden die lessen ook daadwerkelijk toegepast?
Kan de krijgsmacht voldoende flexibel opereren in nieuwe dreigingen?
HC2 – Het veiligheidsdomein onder druk