Besturen van veiligheid
HC1 - Literatuur
De Graaf, 2012
De historisering van veiligheid
Het artikel betoogt dat veiligheid geen objectief of vaststaand gegeven is, maar een historisch en sociaal
geconstrueerd concept. De betekenis van dreigingen (zoals aanslagen) en de maatregelen die daarop volgen
verschillen per tijd en plaats. Daarom pleit de auteur voor het historiseren van veiligheid: het bestuderen van
veiligheid in zijn historische context.
1. Kritiek op traditionele (realistische) veiligheidsvisies
De traditionele (realistische) benadering ziet veiligheid als een objectieve behoefte van staten, gericht
op macht en overleving.
Deze visie gaat uit van het ‘security dilemma’: meer veiligheid voor de ene staat betekent minder voor
de andere.
Volgens De Graaf is dit te simplistisch en statisch.
Het einde van de Koude Oorlog liet zien dat deze theorie tekortschiet.
2. Veiligheid als sociaal construct (Copenhagen School)
Nieuwe benaderingen (zoals de Copenhagen School) zien veiligheid als een sociaal en politiek proces.
Via ‘securitisering’ worden onderwerpen tot veiligheidsproblemen gemaakt door politieke actoren.
Veiligheid ontstaat dus pas wanneer iets als dreiging wordt benoemd en geaccepteerd.
3. Historische ontwikkeling van het veiligheidsbegrip
In de Middeleeuwen draaide het meer om ‘pax’ (vrede) dan om veiligheid.
Vanaf de 17e eeuw werd veiligheid een legitimatie voor staatsmacht.
Het object van veiligheid verschoof:
o van individuen → naar territorium → naar de hele samenleving.
4. Belangrijke concepten voor historisch veiligheidsonderzoek
a. Timescapes (tijdsperspectief)
Veiligheid is gericht op de toekomst en hoe mensen risico’s daarin zien.
Door de tijd heen veranderde dit:
o religieuze (God bepaalt) → optimistische (maakbare wereld) → moderne risicomaatschappij
(onzekerheid, angst).
Historici moeten kijken naar hoe mensen toekomstige dreigingen verbeeldden.
b. Veiligheidsdispositief (Foucault)
Veiligheid bestaat uit een geheel van:
o ideeën, instituties, wetten, technologieën en praktijken.
Voorbeelden: terrorismebestrijding, cyberveiligheid.
Deze dispositieven bepalen hoe dreigingen worden gezien én aangepakt.
,c. Legitimiteit
Veiligheidsbeleid moet gerechtvaardigd en geaccepteerd worden.
Dit gebeurt via politiek debat, propaganda en publieke steun.
Dreigingen worden vaak gebruikt om beleid te legitimeren (bijv. oorlog of antiterrorisme).
5. Veiligheid als dynamisch en betwist proces
Veiligheid is geen neutraal beleid, maar een politiek strijdveld.
Verschillende actoren (overheid, media, groepen) beïnvloeden wat als dreiging geldt.
Dit kan leiden tot:
o nieuwe maatregelen
o conflicten
o of juist het verdwijnen van een dreiging van de agenda.
6. Methode voor historisch onderzoek
De Graaf stelt dat historici veiligheid moeten analyseren via:
1. Actoren die een probleem agenderen
2. De dreiging (wie/wat is gevaarlijk?)
3. Het beschermde object (wat moet veilig blijven?)
4. Verbeeldingstechnieken (media, beelden, discours)
5. Beleid en maatregelen (wetten, controle, preventie)
Kernboodschap
Veiligheid is geen vaste realiteit, maar een historisch veranderlijk, sociaal geconstrueerd en politiek geladen
begrip, dat alleen goed begrepen kan worden door te kijken naar context, tijd, ideeën en machtsverhoudingen.
,HC2 – Literatuur
Goold et al, 2013
The Banality of Security: The Curious Case of CCTV
Het artikel onderzoekt waarom bepaalde veiligheidsmaatregelen, zoals cameratoezicht (CCTV), als
vanzelfsprekend en “banaal” worden gezien, terwijl andere dat niet worden. “Banaal” betekent hier dat iets zo
normaal en alledaags is geworden dat mensen het nauwelijks nog opmerken of erover nadenken.
De auteurs gebruiken CCTV in het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld. Camera’s gingen daar in korte tijd van een
nieuwe, opvallende technologie naar iets alomtegenwoordigs en geaccepteerds. Dit proces noemen ze de
“banalisering” van veiligheid.
Belangrijkste punten:
Wat is banaliteit?
Een banaal object is iets dat mensen als vanzelfsprekend zien. Het valt niet meer op en wordt zelden
ter discussie gesteld, maar heeft wel invloed op gedrag en samenleving.
Hoe werd CCTV banaal?
o Snelle verspreiding in de jaren 90, mede door overheidssteun.
o Gebeurtenissen zoals de moord op James Bulger gaven camera’s een positief imago (als
hulpmiddel bij opsporing).
o Weinig aandacht voor privacyproblemen en weinig weerstand vanuit het publiek.
o Toenemende gewenning aan beeldtechnologie (zoals smartphones en sociale media).
Waarom accepteren mensen CCTV?
Uit interviews komen drie hoofdredenen:
o Het idee dat CCTV nuttig is (helpt bij het oplossen van misdrijven).
o “Als je niets verkeerd doet, heb je niets te vrezen” – dit onderdrukt kritiek.
o Onzichtbaarheid in het dagelijks leven – mensen merken camera’s nauwelijks nog op.
Belang van objecten (zoals CCTV):
Volgens theorieën van o.a. Bruno Latour en Daniel Miller spelen objecten een actieve rol in de
samenleving. Juist doordat ze onopvallend zijn, beïnvloeden ze gedrag en sociale relaties.
Conclusie:
CCTV is succesvol geworden niet alleen doordat het zich verspreidde, maar doordat het als normaal en
vanzelfsprekend wordt gezien. Dit kan problematisch zijn, omdat belangrijke vragen (bijvoorbeeld over
privacy) hierdoor minder snel worden gesteld.
, Smeets, et al
Het artikel beschrijft de opkomst, impact en bestrijding van een complottheorie rond vermeend satanisch-
pedoseksueel misbruik in Bodegraven (vanaf 2020).
Ontstaan en ontwikkeling
De complottheorie begint met één persoon die beweert herinneringen te hebben aan misbruik door een
“elite”. Wanneer hij steun krijgt van drie anderen met een publiek bereik op sociale media, groeit het verhaal
snel. Het ontwikkelt zich van een lokaal verhaal naar een breder complot dat zich vermengt met andere
thema’s zoals corona en wantrouwen richting de overheid.
Via sociale media verspreidt het narratief zich sterk. Volgers variëren van passieve lezers tot actieve
deelnemers die bedreigingen uiten, mensen lastigvallen en zelfs fysiek naar Bodegraven komen (bijvoorbeeld
bloemen leggen op graven). De theorie heeft daardoor zowel online als offline impact.
Gevolgen
De gevolgen zijn groot:
Beschuldigde personen worden bedreigd en geïntimideerd
Slachtoffers ervaren ernstige psychische schade
De openbare orde wordt verstoord
De complottheorie blijft zich verspreiden, ook na ingrijpen
De aantrekkingskracht van het narratief komt voort uit behoefte aan zekerheid, zingeving, groepsgevoel en
wantrouwen richting autoriteiten.
Reactie van de overheid
Gemeente, politie en Openbaar Ministerie ontwikkelen geleidelijk een aanpak. In eerste instantie wordt de
ernst onderschat, maar later volgt een intensieve strategie.
De uiteindelijke aanpak bestaat uit:
Bestuursrechtelijke maatregelen (openbare orde)
Civielrechtelijke stappen (tegen aanjagers en platforms)
Strafrechtelijke vervolging
Communicatie en monitoring
Beperkte slachtofferzorg
Deze gecombineerde aanpak blijkt deels effectief: aanjagers worden veroordeeld en content wordt verwijderd,
maar het probleem verdwijnt niet volledig.
Belangrijkste problemen in de aanpak
Drie grote knelpunten spelen een rol:
Onbekendheid: weinig ervaring met dit soort fenomenen
Onbegrip: onderschatting van impact en werking van sociale media
Ongereguleerdheid: beperkte wetgeving en mogelijkheden online
Ook voelen slachtoffers zich vaak onvoldoende beschermd.
HC1 - Literatuur
De Graaf, 2012
De historisering van veiligheid
Het artikel betoogt dat veiligheid geen objectief of vaststaand gegeven is, maar een historisch en sociaal
geconstrueerd concept. De betekenis van dreigingen (zoals aanslagen) en de maatregelen die daarop volgen
verschillen per tijd en plaats. Daarom pleit de auteur voor het historiseren van veiligheid: het bestuderen van
veiligheid in zijn historische context.
1. Kritiek op traditionele (realistische) veiligheidsvisies
De traditionele (realistische) benadering ziet veiligheid als een objectieve behoefte van staten, gericht
op macht en overleving.
Deze visie gaat uit van het ‘security dilemma’: meer veiligheid voor de ene staat betekent minder voor
de andere.
Volgens De Graaf is dit te simplistisch en statisch.
Het einde van de Koude Oorlog liet zien dat deze theorie tekortschiet.
2. Veiligheid als sociaal construct (Copenhagen School)
Nieuwe benaderingen (zoals de Copenhagen School) zien veiligheid als een sociaal en politiek proces.
Via ‘securitisering’ worden onderwerpen tot veiligheidsproblemen gemaakt door politieke actoren.
Veiligheid ontstaat dus pas wanneer iets als dreiging wordt benoemd en geaccepteerd.
3. Historische ontwikkeling van het veiligheidsbegrip
In de Middeleeuwen draaide het meer om ‘pax’ (vrede) dan om veiligheid.
Vanaf de 17e eeuw werd veiligheid een legitimatie voor staatsmacht.
Het object van veiligheid verschoof:
o van individuen → naar territorium → naar de hele samenleving.
4. Belangrijke concepten voor historisch veiligheidsonderzoek
a. Timescapes (tijdsperspectief)
Veiligheid is gericht op de toekomst en hoe mensen risico’s daarin zien.
Door de tijd heen veranderde dit:
o religieuze (God bepaalt) → optimistische (maakbare wereld) → moderne risicomaatschappij
(onzekerheid, angst).
Historici moeten kijken naar hoe mensen toekomstige dreigingen verbeeldden.
b. Veiligheidsdispositief (Foucault)
Veiligheid bestaat uit een geheel van:
o ideeën, instituties, wetten, technologieën en praktijken.
Voorbeelden: terrorismebestrijding, cyberveiligheid.
Deze dispositieven bepalen hoe dreigingen worden gezien én aangepakt.
,c. Legitimiteit
Veiligheidsbeleid moet gerechtvaardigd en geaccepteerd worden.
Dit gebeurt via politiek debat, propaganda en publieke steun.
Dreigingen worden vaak gebruikt om beleid te legitimeren (bijv. oorlog of antiterrorisme).
5. Veiligheid als dynamisch en betwist proces
Veiligheid is geen neutraal beleid, maar een politiek strijdveld.
Verschillende actoren (overheid, media, groepen) beïnvloeden wat als dreiging geldt.
Dit kan leiden tot:
o nieuwe maatregelen
o conflicten
o of juist het verdwijnen van een dreiging van de agenda.
6. Methode voor historisch onderzoek
De Graaf stelt dat historici veiligheid moeten analyseren via:
1. Actoren die een probleem agenderen
2. De dreiging (wie/wat is gevaarlijk?)
3. Het beschermde object (wat moet veilig blijven?)
4. Verbeeldingstechnieken (media, beelden, discours)
5. Beleid en maatregelen (wetten, controle, preventie)
Kernboodschap
Veiligheid is geen vaste realiteit, maar een historisch veranderlijk, sociaal geconstrueerd en politiek geladen
begrip, dat alleen goed begrepen kan worden door te kijken naar context, tijd, ideeën en machtsverhoudingen.
,HC2 – Literatuur
Goold et al, 2013
The Banality of Security: The Curious Case of CCTV
Het artikel onderzoekt waarom bepaalde veiligheidsmaatregelen, zoals cameratoezicht (CCTV), als
vanzelfsprekend en “banaal” worden gezien, terwijl andere dat niet worden. “Banaal” betekent hier dat iets zo
normaal en alledaags is geworden dat mensen het nauwelijks nog opmerken of erover nadenken.
De auteurs gebruiken CCTV in het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld. Camera’s gingen daar in korte tijd van een
nieuwe, opvallende technologie naar iets alomtegenwoordigs en geaccepteerds. Dit proces noemen ze de
“banalisering” van veiligheid.
Belangrijkste punten:
Wat is banaliteit?
Een banaal object is iets dat mensen als vanzelfsprekend zien. Het valt niet meer op en wordt zelden
ter discussie gesteld, maar heeft wel invloed op gedrag en samenleving.
Hoe werd CCTV banaal?
o Snelle verspreiding in de jaren 90, mede door overheidssteun.
o Gebeurtenissen zoals de moord op James Bulger gaven camera’s een positief imago (als
hulpmiddel bij opsporing).
o Weinig aandacht voor privacyproblemen en weinig weerstand vanuit het publiek.
o Toenemende gewenning aan beeldtechnologie (zoals smartphones en sociale media).
Waarom accepteren mensen CCTV?
Uit interviews komen drie hoofdredenen:
o Het idee dat CCTV nuttig is (helpt bij het oplossen van misdrijven).
o “Als je niets verkeerd doet, heb je niets te vrezen” – dit onderdrukt kritiek.
o Onzichtbaarheid in het dagelijks leven – mensen merken camera’s nauwelijks nog op.
Belang van objecten (zoals CCTV):
Volgens theorieën van o.a. Bruno Latour en Daniel Miller spelen objecten een actieve rol in de
samenleving. Juist doordat ze onopvallend zijn, beïnvloeden ze gedrag en sociale relaties.
Conclusie:
CCTV is succesvol geworden niet alleen doordat het zich verspreidde, maar doordat het als normaal en
vanzelfsprekend wordt gezien. Dit kan problematisch zijn, omdat belangrijke vragen (bijvoorbeeld over
privacy) hierdoor minder snel worden gesteld.
, Smeets, et al
Het artikel beschrijft de opkomst, impact en bestrijding van een complottheorie rond vermeend satanisch-
pedoseksueel misbruik in Bodegraven (vanaf 2020).
Ontstaan en ontwikkeling
De complottheorie begint met één persoon die beweert herinneringen te hebben aan misbruik door een
“elite”. Wanneer hij steun krijgt van drie anderen met een publiek bereik op sociale media, groeit het verhaal
snel. Het ontwikkelt zich van een lokaal verhaal naar een breder complot dat zich vermengt met andere
thema’s zoals corona en wantrouwen richting de overheid.
Via sociale media verspreidt het narratief zich sterk. Volgers variëren van passieve lezers tot actieve
deelnemers die bedreigingen uiten, mensen lastigvallen en zelfs fysiek naar Bodegraven komen (bijvoorbeeld
bloemen leggen op graven). De theorie heeft daardoor zowel online als offline impact.
Gevolgen
De gevolgen zijn groot:
Beschuldigde personen worden bedreigd en geïntimideerd
Slachtoffers ervaren ernstige psychische schade
De openbare orde wordt verstoord
De complottheorie blijft zich verspreiden, ook na ingrijpen
De aantrekkingskracht van het narratief komt voort uit behoefte aan zekerheid, zingeving, groepsgevoel en
wantrouwen richting autoriteiten.
Reactie van de overheid
Gemeente, politie en Openbaar Ministerie ontwikkelen geleidelijk een aanpak. In eerste instantie wordt de
ernst onderschat, maar later volgt een intensieve strategie.
De uiteindelijke aanpak bestaat uit:
Bestuursrechtelijke maatregelen (openbare orde)
Civielrechtelijke stappen (tegen aanjagers en platforms)
Strafrechtelijke vervolging
Communicatie en monitoring
Beperkte slachtofferzorg
Deze gecombineerde aanpak blijkt deels effectief: aanjagers worden veroordeeld en content wordt verwijderd,
maar het probleem verdwijnt niet volledig.
Belangrijkste problemen in de aanpak
Drie grote knelpunten spelen een rol:
Onbekendheid: weinig ervaring met dit soort fenomenen
Onbegrip: onderschatting van impact en werking van sociale media
Ongereguleerdheid: beperkte wetgeving en mogelijkheden online
Ook voelen slachtoffers zich vaak onvoldoende beschermd.