,Inhoudsopgave
Week 1: Financiële basis en balans ............................................................................................... 1
BLOK 1: Introductie van de module .............................................................................................. 1
BLOK 2: Onderneming & rechtsvorm ............................................................................................ 2
BLOK 3: De balans (kern van week 1) ............................................................................................ 4
BLOK 4: Boekingslogica en eindbalans ......................................................................................... 5
Week 2: Resultaat en tijd .............................................................................................................. 6
BLOK 1: Van balans naar resultaat ............................................................................................... 6
BLOK 2: De resultatenrekening .................................................................................................... 6
BLOK 3: Onderscheid kosten ↔ uitgaven ...................................................................................... 7
BLOK 4: Afschrijvingen ................................................................................................................ 8
BLOK 5: Voorzieningen ............................................................................................................... 8
BLOK 6: Rechtstreekse vermogensmutaties .................................................................................. 9
BLOK 7: Transitorische posten: toerekening aan juiste periode ........................................................ 9
Week 3: Vermogensstructuur .......................................................................................................11
BLOK 1: Introductie eigen vermogen ............................................................................................11
BLOK 2: Ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid .................................................................12
BLOK 3: Ondernemingen met rechtspersoonlijkheid .....................................................................13
BLOK 4: Waarde van aandelen en reserves ..................................................................................14
BLOK 5: Vreemd vermogen: prijsvorming .....................................................................................15
Week 4: Financiële beoordeling (kengetallen) ...............................................................................18
BLOK 1: Introductie Kengetallen .................................................................................................18
BLOK 2: Rentabiliteitskengetallen ...............................................................................................19
BLOK 3: Financieel hefboomeffect (Leverage) ..............................................................................20
BLOK 4: Solvabiliteitskengetallen ................................................................................................21
BLOK 5: Liquiditeitskengetallen ..................................................................................................22
Week 5: Kostenstructuur & break-even .........................................................................................24
BLOK 1: Kosten in relatie tot de productieomvang .........................................................................24
BLOK 2: Break-even analyse .......................................................................................................27
Week 6: Vastgoedfinanciering ......................................................................................................30
BLOK 1: Theorie vastgoedfinanciering (H1 t/m H4) ........................................................................30
BLOK 2: Hefboomwerking, stress en financiersperspectief ............................................................33
Week 7: Financieringsratio’s, convenanten en kredietbeoordeling ................................................35
Blok 1: Introductie en positionering .............................................................................................35
Blok 2: Ratio's als meetinstrument voor de financier .....................................................................36
Blok 3: Convenanten als stuurinstrument ....................................................................................38
, Blok 4: Het kredietaanvraagproces..............................................................................................39
Blok 5: Betalingsproblemen en bijzonder beheer ..........................................................................40
Oefenen (Toetsmatrijs) ................................................................................................................42
,
,Week 1: Financiële basis en balans
Doel -> Je bent in staat de financiële positie en het resultaat van een onderneming te
benoemen, te onderscheiden en toe te passen door balansmutaties te verwerken,
afschrijvingen te berekenen en opbrengsten en kosten correct toe te rekenen in de tijd.
BLOK 1: Introductie van de module
Economie en bedrijfseconomie
- Economie = bestuderen hoe mensen behoeften vervullen met schaarse
middelen.
- Macro-economie → hele economie (inflatie, werkloosheid).
- Micro-economie → gedrag van bedrijven en consumenten.
- Bedrijfseconomie → beslissingen binnen ondernemingen.
- Bedrijven produceren goederen en diensten voor consumenten.
Ondernemingen en hun functie
- Onderneming = productieorganisatie met winstdoel.
- Productiemiddelen:
o Arbeid
o Kapitaal (machines, grondstoffen)
- Winst = opbrengsten − kosten.
Belangrijke ondernemingsdoelen
- Efficiëntie → zo goedkoop mogelijk produceren.
- Effectiviteit → juiste product of dienst leveren.
- Continuïteit → voortbestaan van de onderneming.
Maatschappelijke verantwoordelijkheid
- MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen).
- Circulaire economie → hergebruik van grondstoffen.
- Externe kosten → kosten voor maatschappij.
- True pricing → prijs inclusief maatschappelijke kosten.
Non-profitorganisaties
- Geen winstdoel, maar maatschappelijk doel.
- Voorbeelden:
o Overheid
o Goede doelen
- Financiering via belastingen, subsidies en donaties.
1
,BLOK 2: Onderneming & rechtsvorm
Ondernemingsactiviteiten
Sectorindeling
- Primair → grondstoffenwinning.
- Secundair → productie en industrie.
- Tertiair → handel en dienstverlening.
Bedrijfskolom en bedrijfstak
- Bedrijfskolom = gehele keten van producent tot consument.
- Bedrijfstak = bedrijven in dezelfde fase van de keten.
Samenwerkingsvormen
- Fusie
- Overname
- Joint venture
- Franchising
- Kartel (vaak verboden)
Rechtsvormen
Zonder rechtspersoonlijkheid
Eenmanszaak
- Eén eigenaar.
- Privé aansprakelijk.
- Inkomstenbelasting.
VOF
- Meerdere vennoten.
- Hoofdelijke aansprakelijkheid.
Maatschap
- Vaak vrije beroepen.
- Aansprakelijkheid per persoon.
CV
- Beherende vennoten.
- Stille vennoten.
Met rechtspersoonlijkheid
BV
- Beperkte aansprakelijkheid.
- Aandelen op naam.
- Vennootschapsbelasting.
NV
- Beperkte aansprakelijkheid.
- Vrij verhandelbare aandelen.
Coöperatie
- Eigendom door leden.
- Vaak beperkte aansprakelijkheid.
2
,Vereniging
- Heeft leden.
- Algemene ledenvergadering.
Stichting
- Geen leden.
- Bestuur voert leiding.
Belastingen
Zonder rechtspersoon
- Inkomstenbelasting.
- Ondernemersaftrek.
- MKB-vrijstelling.
Met rechtspersoon
- Vennootschapsbelasting.
- Belasting over dividend.
Omzetbelasting (btw)
- Belasting op consumptie.
- Ondernemers kunnen btw terugvragen.
- Tarieven:
o 21% standaard
o 9% laag
3
, BLOK 3: De balans (kern van week 1)
Investeren en financieren
Voorbeelden
Activa/ debet Passiva/ credit
Vaste activa Eigen vermogen
- Bedrijfspand Eigen vermogen
- Computers en hardware Winstreserve
1 Jaar - Beleggingspanden (Dividend)
- Octrooien en licenties
- Hei-installatie
- Inventaris
1 Jaar
Vlottende activa Vreemd vermogen lang
- Kas/liquide middelen - Hypothecaire lening
- Debiteuren - Achtergestelde lening
- Te ontvangen subsidie - Spaarhypotheek
- Vooruitbetaalde
verzekeringspremie
- Voorraden
(Rente)
Vreemd vermogen kort
- Crediteuren
- Te betalen dividendbelasting
- Te betalen BTW
- Kortlopend deel lening
- Bankschuld (debetstand)
Dit moet altijd in balans zijn
(Momentopname)
4