essentiële infantiel esotropie &
(M)LN
Finn is 9 maanden oud en de ouders zien sinds 4e maand flink scheelzien
van vooral zijn linkeroog. Finn maakt goed oogcontact. De ouders hebben niet
idee dat het kind slecht ziet.
Voor de les
1. Bestudeer in Ansons en Davis (2014) hoofdstuk 14 tot flow 14.1
a. Wanneer we spreken over infantiel scheelzien, vóór welke leeftijd moet het
scheelzien dan zijn ontstaan?
- Infantiel scheelzien moet voor de 6de maand na geboorte ontstaan en komt
meestal voor het rond de 3 a 4 maanden na geboorte.
b. Hoe wordt de infantiele esotropie ingedeeld?
- Essentiële infantiele esotropie
- Met DVD
- Zonder DVD
- Nystagmus blokkerings syndroom
- Accommodatieve esotropie
- Nervus 6 parese
- Secundaire esotropie.
,2. Eén van de vormen van infantiele esotropie is de essentiële infantiele
esotropie. Bekijk onderstaand filmpje “Essential Infantile Esotropia
Chracteristics” tot 14:32. Kijk daarna verder van 17:06 tot 20:50. Coals de titel
al aangeeft, is deze video in het Engels. De video is gemaakt door Dr. Connie
Koklanis, orthoptist en docent bij de Australië orthoptie-opleiding. Tijdens SK2
zul je meer video's van Dr. Connie Koklanis bekijken en luisteren.
Beschrijf nu aan de hand van de kenmerken essentiële infantiele esotropie in
Ansons en Davis (2014) Hfdst 14 en het filmpje de volgende kenmerken van
een essentiële infantiele esotropie:
a. de etiologie (hoe ontstaat het?)
- Nog onbekend.
b. oogstand (mate en soort esotropie)
- Grote esotropie op nabij en veraf. (30^)
- Crossed fixation (wisselende fixatie) -> kan uiteindelijk wel nog een fixatie
voorkeur ontstaan.
c. de leeftijd van ontstaan
- Voor 6de levensmaand
d. de relatie met amblyopie
- Minder snel aanwezig door crossed fixation.
- Echter geeft een crossed fixation geen garantie dat een amblyopie zich niet
zal ontwikkelen.
e. de fixatie en abductie (motiliteitsafwijkingen)
- Schijnbare beperkte abductie, het amblyope oog heeft vaak de meeste
beperkte abductie.
- Differentiatie kan doormiddel van de doll’s head, swinging baby of enkele
dagen parttime occlusie.
f. het ontwikkelen binoculair enkelzien.
- Slechte prognose tot herstel op BEZ.
g. de refractie afwijking
- Geen significante refractieafwijking aan de orde.
- Milde hypermetropie tot hypermetropie is gebruikelijk maar meestal lager tot
+3.00 Dpt. Hypermetropie neemt niet snel af net als de gevallen van niet
infantiel esotropie en de hypermetropie kan zelf toenemen in de eerste 9
maanden.
,h. de latente en manifest latente nystagmus.
- (M)LN wordt vaak geassocieerd met infantiel esotropie.
Dit is een vorm van nystagmus die bij jonge kinderen voor komt waarbij de
intensiteit toeneemt als één oog afgedekt wordt en neemt ook weer af
wanneer er met beide ogen gekeken wordt maar dit blijft manifest.
i. de geassocieerde verticale deviatie (DVD)
- Meeste gevallen van infantiel esotropie is er sprake van DVD.
Dit wordt zichtbaar nadat het infantiel esotropie en (M)LN ontstaan is, meestal
na 2 jaar en vaak na een operatie tegen de esotropie.
Oblique overactie komt veel voor zowel in het geval van MOS of een
onderactie van MOI.
j. de optokinetische nystagmus (OKN)
- Verloopt asymmetrisch al vanaf de leeftijd 3-4 maanden.
Bij het uitvoeren verloopt temporaal na nasaal zonder bijzonder echter
andersom laat slecht tot geen oogbewegingen zien.
k. de torticollis
- In meer dan de helft van de infantiele esotropie komt dit voor.
Dit gebeurt om de nystagmus, de beperking van abductie te beperken en de
DVD te compenseren.
3. Bij de kenmerken hierboven werd gevraagd naar de vorm van de
nystagmus. Lees in Ansons & Davis (2014) Hfdst 24 het stuk over Latente
nystagmus (LN) en Manifest latente nystagmus (MLN) (p. 646 “Detailed
waveform characteristics” en 650 “Effect of covering one eye”en (656-658)
“Latent nystagmus and manifest latent nystagmus”. Beschrijf de kenmerken
van deze 2 vormen van nystagmus door antwoord te geven op onderstaande
vragen.
Een van de meest opvallende kenmerken van nystagmus is de variabiliteit met de
tijd, de staat van opwinding en de blik. Om veranderingen in de blik te controleren,
moeten alle coöperatieve patiënten aan het begin van het onderzoek een doel op
afstand fixeren met hun ogen in de primaire positie.
, a. Hoe is de vorm van de nystagmus?
De golfvorm heeft twee verschillende componenten: een langzame fase of
wegdrijven van fixatie, wat de abnormale beweging is, en een snelle corrigerende
beweging (saccade) in de tegenovergestelde richting om de fixatie te herwinnen.
Schoknystagmus wordt conventioneel beschreven door de richting van de snelle
fase; dat wil zeggen, als de snelle fase naar rechts is, wordt de nystagmus
beschreven als rechtse slag.
b. In welke richting is de snelle fase?
- Richting van het fixerende oog.
c. In welke richting is de nystagmus maximaal? En waar minimaal? Hoe zal
dan de torticollis zijn?
- In de richting van het fixerende oog.