Week 21 – Gezondheid en ziekte (10 vragen)
▪ het concept “gezondheid” vanuit verschillende theoretische modellen
beschrijven (in ieder geval WHO en het model van Huber) en uitleggen wat de
pijlers van het positieve gezondheidsmodel van Huber inhouden
WHO: ‘Een toestand van compleet welbevinden op fysiek, mentaal en sociaal niveau, en niet
alleen de afwezigheid van ziekte.’
De definitie is bedoeld om te streven naar het geluk en welzijn van de gehele wereldbevolking.
Gezondheid werd beschreven als een toestand van het volledig welbevinden en daardoor werd
onbedoeld medicalisering bevorderd, om dat ideaal beeld meer te bereiken.
Huber: ‘Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het
licht van de sociale, mentale en fysieke uitdagingen van het leven.’
Huber onderscheidt zes dimensies om het ‘gezondheidswelzijn’ te meten:
- Lichaamsfuncties
Fysiek functioneren van organen, systemen en lichamelijke processen, energie, klachten
en pijn
- Mentaal welbevinden
Het vermogen om met stress om te gaan, positieve emoties te ervaren, veerkracht te
tonen bij uitdagingen en voor eigenwaarde.
- Dagelijks functioneren
Het vermogen om zelfstandig en zelfredzaam te zijn in het dagelijkse leven en het
werkvermogen.
- Zingeving
Het hebben van een betekenisvol leven en het vinden van doelen en waarden die een
gevoel van richting en voldoening geven.
- Kwaliteit van leven
Het ervaren van een goed leven, ongeacht de fysieke gezondheid.
- Sociaal-maatschappelijk participeren
Het vermogen om deel te nemen aan de samenleving, zoals sociale interacties en
betrokkenheid bij de gemeenschap.
Positieve gezondheid
Het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te
gaan en zoveel mogelijk eigen regie (sturing) te voeren.
▪ het concept “gezondheid” en het concept “ziekte” verklaren vanuit
lichaamsfuncties en vanuit psychologische en sociale determinanten
Gezondheid
Gezondheidsbevordering
Alle inspanningen om de gezondheid te verbeteren. Daaronder valt:
Voorlichting, voorzieningen & wet- en regelgeving, controle en sancties
Gezondheidsvoorlichting
Een combinatie van leerervaringen ontwikkeld en ontworpen om mensen te helpen om hun
gezondheid te bevorderen. Mensen hebben bij voorlichting dus ook de keuze om zich niet
gezond te gedragen.
,Vormen van preventie
1. Primaire of universele preventie
Wordt gericht op het voorkomen van een gezondheidsprobleem of categorie van aandoeningen.
Bv vuurwerk, handen wassen tijdens COVID, preventie van hart- en vaatziekten door stoppen
met roken te bevorderen.
2. Secundaire preventie
Mensen met een vroeg stadium te identificeren zodat ze een gerichte vroegbehandeling kunnen
krijgen om het niet erger te laten worden.
→ Selectieve preventie voor als er nog geen klachten zijn, zoals een bevolkings-
onderzoek van borstkanker.
→ Geïndiceerde preventie voor als er klachten zijn, zoals preventie van verdere
klachten bij een hoge bloeddruk.
3. Tertiaire of Zorggerelateerde preventie
Richt zich op mensen met een ziekte of beperking om zo goed mogelijk te leven met het
beheersen van een beperking of ziekte om een invalidering te verkomen, om kwaliteit van leven
te behouden of te vergroten. Bv het bevorderen van therapietrouw, training van
bloedsuikercontroles (zelfmanagement).
Ziekte
- Illness = jij voelt het
Illness wordt gekenmerkt in termen van lichamelijk en/of geestelijk bewustzijn en een
gevoel van vervreemding en onaangenaamheid. Hierbij is dus zorg nodig.
- Disease = het is vast te stellen door een arts/specialist
Vereist actie van artsen/specialisten met als doel om alles te identificeren en te
behandelen. Hierbij is dus genezing nodig.
- Sickness = is te zien door de maatschappij
Sickness bepaalt of een persoon recht heeft op behandeling en economische rechten,
vrijstelling van sociale plichten zoals werk (ziekteverlof), maar ook of een persoon
wettelijk verantwoordelijk is voor zijn of haar daden. Hierbij is dus toewijzing van
middelen en gerechtigheid nodig.
1. Geelzucht, Diabetes, Kanker
Hypercholesterolemie, Hypertensie
2. Dementie, Alzheimer en mensen met syndroom
van Down
3. Verkoudheid en hoofdpijn na het drinken van
alcohol (kater)
4. Ziekte van Lyme en Candida
5. Beginnende tumor en een genetische aandoening
6. Liefdesverdriet
7. ADHD
8. Gezond
, ▪ het model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting en Gedragsverandering
beschrijven en doorgronden en de valkuilen onderkennen
Het Model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting en Gedragsverandering
1. Analyse van gezondheidsproblemen
Factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van leven is niet alleen de gezondheid, maar ook de
veiligheid, discriminatie en armoede, die ook weer van invloed zijn op de gezondheid. De
gezondheidstoestand van een bevolking of groep wordt beschreven aan de hand van
verschillende indicatoren, zoals sterfte, prevalentie, incidentie en ernst van ziekten.
2. Analyse van gedrag
Gedrag van het individu kan bijdragen tot gezondheid, zoals gezond eten, niet roken, genoeg
bewegen, deelname aan programma’s voor bevolkingsonderzoeken, of adviezen opvolgen over
hoe gevolgen van ziekte zo veel mogelijk zijn in te perken. In deze fase moet het belang van
gedrag voor het gezondheidsprobleem en mogelijke oplossingen worden geanalyseerd.
3. Analyse van determinanten van gedrag
Hierbij worden de determinanten van gedrag geanalyseerd.
Persoonlijke determinanten, zoals kennis, risicoperceptie, attitude en eigen-
effectiviteitsverwachtingen.
Omgevingsdeterminanten, zoals beschikbaarheid en bereikbaarheid van gezonde keuzes,
sociale steun of druk en onvoorziene barrières.
4. Interventieontwikkeling
Op basis van de inzichten die in de voorafgaande stappen zijn ontwikkeld, kunnen we een
interventie ontwikkelen om de determinanten van gedrag en het gedrag zelf te veranderen. Het
kan dan gaan om interventies direct gericht op gedragsdeterminanten van het risicogedrag zelf,
of op het gedrag van ‘beslissers’ die de omgevingsdeterminanten weer kunnen beïnvloeden. Het
uiteindelijke doel is een verbetering van gezondheid en kwaliteit van leven. Hierbij staat het
Intervention Mapping-protocol centraal.
5. Interventie-implementatie en -disseminatie
Implementatie (uitvoering zoals bedoeld) en disseminatie (planmatige verspreiding of invoering)
van de interventie. In de praktijk komt het regelmatig voor dat zorgvuldig ontwikkelde interventies
niet juist en niet op voldoende grote schaal geïmplementeerd worden. Dit komt omdat men bij
de ontwikkeling van een interventie onvoldoende rekening houdt met de wensen van degenen
van wie wordt verwacht dat zij de interventie gaan uitvoeren en gebruiken (docenten,
huisartsen). Een manier om te anticiperen op implementatieproblemen is het vormen van een
verbindingsgroep, waarin de programmaontwikkelaars en de programma-uitvoerders,
vertegenwoordigd zijn. Daarnaast is het verstandig om een goed inzicht te hebben in de
determinanten van implementatiegedrag van potentiële gebruikers. Op basis daarvan kan een
strategie worden ontwikkeld om de implementatie van een programma te bevorderen.
6. Evaluatie
Ten slotte is het belangrijk dat interventies worden geëvalueerd om na te gaan of de interventie
de gewenste resultaten heeft (effectevaluatie), en of deze is uitgevoerd zoals gepland
(procesevaluatie), Bij voorkeur vindt de evaluatie stapsgewijs plaats waarbij de interventie eerst
kleinschalig wordt uitgeprobeerd en onder gecontroleerde omstandigheden wordt getoetst,
voordat het op grotere schaal wordt getest.
Valkuilen voor gezondheidsvoorlichting
Valkuil 1 – Een niet bestaand probleem
Het is en blijft essentieel om altijd zorgvuldig na te gaan hoe ernstig een probleem is, en hoe
vaak het voorkomt, als een campagne wordt overwogen om na te gaan of het de moeite echt
waard is.
, Valkuil 2 – Het verkeerde gedrag
Soms worden interventies ontwikkeld gericht op gedrag waarvan de relatie met het probleem
onbekend of onzeker is. Voorbeeld: In een campagne werden ouderen aangeraden om een
gasfornuis te nemen in plaats van een elektrisch fornuis, omdat met een gasfornuis meer
brandwonden bij kinderen zouden voorkomen. Het gebruiken van gasfornuizen treden vaker
brandwonden op en de oorspronkelijke analyse van het gedrag was dus fout.
Valkuil 3 – De verkeerde gedragsdeterminanten
Interventies die zich richten op de verkeerde determinanten hebben geen effect, of zelfs
ongewenste effecten. Voorbeeld: Een voorlichting geven aan ouders over de risico’s van het niet
gebruiken van kinderzitjes in de auto als vrijwel alle ouders zich allang bewust waren van dit
risico. Als velen van hen het zitje niet gebruikten omdat ze zich geen raad wisten met kinderen
die er per se niet in wilden, moet de voorlichting daarop gericht zijn.
Valkuil 4 – De verkeerde interventie
Voorbeeld: Voorlichting geven aan intraveneuze druggebruikers over schone spuiten ter
preventie van hiv-infectie, terwijl die schone spuiten nauwelijks te krijgen waren. In dit geval is
de eerste prioriteit dat schone spuiten via goede voorzieningen beschikbaar komen. Ook was de
keuze voor de doelgroep niet goed. De doelgroep had in plaats van uit druggebruikers, moeten
bestaan uit de beleidsmakers die de verkrijgbaarheid van schone spuiten konden verbeteren.
Valkuil 5 – De verkeerde implementatie
De valkuil schuilt in de ontwikkeling van een interventie met onvoldoende aandacht voor
implementatie. Voorbeeld: De samenstelling van een verbindingsgroep tussen de
programmaontwikkelaars en programma-uitvoerders, waarbij alleen de programma-uitvoerders
betrokken zijn die hoge verwachtingen hebben van het programma, maar die daarmee niet hun
achterban vertegenwoordigen. Wanneer de interventie ontwikkeld is, blijken, buiten de
enthousiaste vrijwilligers, de meeste programma-uitvoerders niet te willen meedoen.
Valkuil 6 – Evaluatie
Bij de evaluatie van een gezondheidsvoorlichtingsinterventie kan gekeken worden naar het effect
op bekendheid met de interventie, op verandering in gedragsdeterminanten of verandering in
gedrag. De valkuil schuilt in het onjuist kiezen van dit ‘evaluatieniveau’. Evaluatiematen moeten
op het juiste niveau worden gekozen, aansluitend bij de doelstellingen.
Aantekeningen
- SES (Sociaaleconomische status)
Wordt gebruikt om de economische omstandigheden van een individu te beschrijven. Iemands
SES wordt bepaald aan de hand van zijn/haar werk, inkomen en opleiding.
- Stigma
Een schandvlek of brandmerk dat een bepaald persoon, een groep personen of aan een zaak
wordt gekoppeld. Het kan een vooroordeel zijn dat leeft bij een bevolkingsgroep. Denk aan
mensen met overgewicht, een andere seksuele voorkeur, een andere huidskleur of een
psychische aandoening.
- Sociale functie van voeding
Met elkaar aan tafel een maaltijd eten geeft ook gezelligheid en gelegenheid tot het maken van
contact. Je let sterk op wat en hoeveel anderen om ons heen eten. Je eetgedrag wordt vaak
onbewust aangepast aan dat van onze tafelgenoten.
- Cultuur
Een cultuur is een kunst, religie en wetenschap, gewoonten en gebruiken, kleding,
vrijetijdsbesteding en voedselvoorziening.
- Levensverwachting
De gemiddelde leeftijd die iemand uit een bepaald levensjaar haalt voordat hij/zij overlijdt. Als
de levensverwachting dus 80 jaar is voor iemand die in jaar 2000 is geboren, betekent dat dat we
verwachten dat mensen die in 2000 zijn geboren gemiddeld 80 jaar worden.