studiematrix
College 1:
Theoretische achtergrond:
Het contextuele model stelt dat common factors in de behandeling
belangrijker zijn dan specifieke effecten
Hierbij heb je 3 verschillende paden:
1. Therapeutische relatie = empathische, menselijke verbinding, wat
gezondheid bevorderend werkt
2. Verwachtingen creëren = zorgen dat mensen weten waar hun klachten
vandaan komen en vertrouwen in zichzelf krijgen
3. Taken en doelen stellen = cliënten aanzetten tot gezond gedrag
Dodo vogel effect = alle therapieën hebben vergelijkbare uitkomsten, daarom
werken ze door common factors
Self-efficacy = geloven in je capaciteiten, taakgericht, motivatiedrijver dit wil
je ontwikkelen tijdens de sessies
Effectiviteit:
- Belang van menselijke connectie: je alleen voelen is heel stressvol, je
neemt meer ongezonde levensstijlen aan en minder mensen kunnen
helpen in geval van ziekte net zo gevaarlijk als roken, obesitas,
overmatig drinken en vervuiling
- Kracht van Placebo: placebo kan een echte neurologische reactie
veroorzaken positief conditioneren, Mind-Body connection
- Lamberts Pie: geeft de relevantie van de therapeut aan in behandeling
niet wetenschappelijk onderbouwd
- BeMind: bij onderzoek naar gestreste kankerpatiënten kwam naar voren
dat alleen therapeutische alliantie en overeenkomsten op taken een
vermindering in stress gaf.
,- Evidentie voor therapeutische alliantie: een sterkere alliantie hangt samen
met betere uitkomsten vroege symptoomvermindering zorgt voor sterke
alliantie cliënten die makkelijker een sterke relatie vormen, hebben
betere uitkomsten
- Geen therapie is meer superieur dan een andere
Therapieën hebben vergelijkbare uitkomsten via verschillende
mechanismen
Mentale stoornissen zijn complex en hebben op veel gebieden in je
leven impact
Als een therapie een positieve impact heeft op 1 gebied in je leven, dan
kan dat ook op meer gebieden
- Cliënten met een betere hechting hebben GEEN betere prognose
- Empathie is belangrijk voor pad 1, maar versterkt pad 2 ook
- Accupunctuur: warmte is beter dan geen warmte of wachtlijst
- Verwachtingen zijn lastig te onderzoeken omdat behandeling en
verwachting vaak overeenkomen
- Therapeutische effecten zijn groter in een naturalistische setting dan in
een klinische setting
- Adherentie en zich houden aan een protocol heeft geen effect
, College 2:
Therapeutische achtergrond:
Schematherapie = een blend van CGT, client-centered therapie,
psychodynamica en hechtingtheorie third wave therapievorm
Effectief voor persoonlijkheidsstoornissen en Axis I stoornissen (worden in
kindertijd vastgesteld)
Belangrijke concepten:
- Vroeg maladaptieve schema’s = zelfdestructieve emotionele en
cognitieve patronen die beginnen vroeg in de ontwikkeling en herhalen
zich door het leven maladaptief gedrag ontstaan als reactie op het
schema biologische, psychologische, sociale en culturele
factoren
Aan een of meerdere behoeftes wordt niet voldaan:
1. Veiligheid en verbinding
2. Gezonde autonomie en competentie
3. Vrijheid van expressie
4. Realistische grenzen
5. Spontaniteit en spel
6. Rechtvaardigheid
7. Zelfcoherentie
Ook invloed temperament en negatieve jeugdervaringen
- Copingsstijl = collectie van manieren om met het leven om te gaan
(overgeven, vermijden, overcompenseren)
- Copingrespons = het specifieke gedrag dat een individu uitvoert op een
bepaald moment
- Modes = moment tot moment emotionele staten en copingsreacties die
we allemaal ervaren wordt getriggerd door situaties in het dagelijks
leven waar we sensitief voor zijn ouder/kind, vermijdend, inversie
3 primaire mechanismes waardoor schema in stand blijftL
1. Cognitieve vervorming = het misinterpreteren van situaties zodat het
schema versterkt wordt kijken naar wat bij je schema past en negeren
wat er tegenin gaat
2. Self-defeating life patterns = onbewust selecteren en blijven in
situaties die het schema versterken, vermijden relaties die tegen schema
ingaan
3. Maladaptieve copingsstijlen = resignation, vermijding en inversie
Kernidee: verminderen intensiteit van herinneringen die bij het schema horen,
de emotionele lading van het schema, de sterkte van de lichamelijke sensatie en
de maladaptieve cognities gedragsverandering nodig