vraagstukken
Causaliteit
Beoordelingsfactoren leer van de redelijke toerekening
1. Aard van de gedraging: geschikt om gevolg te realiseren? Is de kans significant
verhoogd?
2. Subjectief bestanddeel: is het een opzet of schulddelict? Of is het een door het gevolg
gekwalificeerd delict?
3. Ratio delictsomschrijving: strekking/beschermde rechtsbelang
4. Complexe causale keten: tijdsverloop/tussenschakels/alternatieve causaliteit/nalaten
5. Oude causaliteitstheorieen: conditio sine qua non, causa proxima,
voorzienbaarheid/adequeatietheorie.
Ondergrens = conditio sine qua non?
- Kon gevolg worden toegerekend aan de gedraging van de verdachte ondanks de
bijzondere omstandigheden nadien?
o Medische complicatie à lethale longembolie
o Medische fout à aortaperforatie
o Keuze slachtoffer à dwarslaesie
Twijfel over conditio sine qua non: alternatieve causaliteit à Groninger HIV
- Kan het gedrag van de verdachte een onmisbare schakel hebben gevormd?
- Is het aannemelijk dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid
door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt?
o Naar aard geschikt om gevolg teweeg te brengen (beoordelingsfactoren)
o Naar ervaringsregels van dien aard dat de gedraging heeft geleid tot het
intreden van he gevolg?
o Afweging scenario’s: is tenlastegelegde scenario hoostwaarschijnlijk de
oorzaak en het alternatieve scenario hoogstwaarschijnlijk niet?
Twijfel over conditio sine qua non: ommissiedelict à shaken baby
- Kans op intreden gevolg verhoogd door nalaten te handelen?
- Was er een zorgplicht?
Opzet
1. Zuiver opzet/opzet met bedoeling: willens en wetens handelen.
2. Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn/zekerheidsbewustzijn: het doel op een gevolg
hebben terwijl een ander strafbaar gevolg uit die handeling noodzakelijkerwijs
voortvloeit, zodanig dat de betrokkene zich daarvan bewust moet zijn geweest.
3. Voorwaardelijk opzet: het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans
a. Aanmerkelijke kans (risicocomponent): afhankelijk van de omstandigheden
van het geval (aard (niet van het gevolg) + omstandigheden). Is de kans naar
algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten? à HIV 1. Reële niet
, onwaarschijnlijke mogelijkheid à aanmerkelijke kans. Beoordelingsmoment
ligt bij het moment van handelen.
b. Bewust (kenniscomponent): kijk naar de verklaring van de verdachte en anders
gemiddelde derde. Het kan niet anders dan dat hij het wist.
c. Aanvaarden (wilscomponent): verklaring verdachte à enkhuizer doodslag.
Getuigenverklaring en feitelijke omstandigheden van het geval: aard +
omstandigheden waaronder het feit is verricht, dit is de uiterlijke
verschijningsvorm. Let hierbij op de contra-indicaties à porsche
Let op: ‘oogmerk’ kan niet via voorwaardelijk opzet!
Culpa
Culpa: verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Totaaloordeel: kijken naar geheel aan
gedragingen van de verdachte, aard en de ernst daarvan en overige omstandigheden.
Culpa bestaat uit twee zijden:
- Objectieve zijde: Is er sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen? Had de
verdachte anders moeten handelen?
o Onvoorzichtig àgedrag toetsen aan noemen
o Aanmerkelijk à wijkt het gedrag af van de criteriumfiguur/algemene derde.
Hierbij kan er gekeken worden naar de volgende gezichtspunten:
§ Hoeveel normschendingen/zorgplichtschendingen
§ Invloed normen
§ Garantenstellung
§ Geoorloofd risico
§ Voorzienbaarheid
o Objectieve zijde vervuld? Wederrechtelijkheid is gegeven!
- Subjectieve zijde: is er sprake van verwijtbaar handelen? Had de verdachte anders
kunnen handelen? Geen sprake van een exceptionele
omstandigheid/schulduitsluitingsgrond?
o Subjectieve zijde vervuld? Verwijtbaarheid is gegeven!
Willen Weten
Opzet Ja Ja
Bewuste culpa Nee Ja
Onbewuste culpa Nee Nee
Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden Schulduitsluitingsgronden
Overmacht in de zin van noodtoestand: art. Ontoerekenbaarheid: art. 39 Sr. Het feit wat
40 Sr. Het gaat om de handeling dus het tast je hebt gepleegd is strafbaar, maar niet jouw
de wederrechtelijkheid aan. schuld.
Noodweer: art. 41 Sr. Psychische overmacht: art. 40 Sr. Gaat om
de persoon dus tast de verwijtbaarheid aan.
Wettelijk voorschrift: art. 42 Sr. Noodweerexces: art. 41 Sr.
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel: art. 43 Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel: art. 43
Sr. Omdat het bevoegd gegeven is tast het Sr. Gedraging is strafbaar, maar je had het
de wederrechtelijkheid aan. zelf niet kunnen weten.