Aard, omvang en schade van criminaliteit
HC 1: criminaliteitsproblemen en agendavorming & fallacies about crime
Probleem = verschil tussen een maatstaf (norm) en een voorstelling van een
bestaande/verwachte situatie
Normen verschillen tussen mensen en bevolkingsgroepen kunnen samenhangen met
belangen (sommige mensen zijn vóór drugs, sommige tegen)
Politieke keuzes i.v.m. criminaliteit verschillen tussen landen: wat doen landen tegen illegale
sigarettenhandel? Komt dit wel op de politieke agenda te staan? Verschilt per periode
Agendavorming:
1. Kloofmodel: rationeel model men denkt dat elk probleem automatisch op de
agenda komt
2. Barrière-model: ook aandacht voor bv. Rol van de media en hoe problemen op de
politieke agenda komen agenda is druk (aardbevingen in Groningen komen niet
op agenda omdat dit economisch voordelig is). Allemaal barrières die agendavorming
tegengaan.
3. Stromenmodel ‘policy window’, opening voor beleid. Op sommige momenten is
het mogelijk om nieuw beleid te starten, soms zitten de windows dicht (bijv. tijdens
crisis).
a. Het samenvloeien van (zo ontstaat beleid, gebeurt niet snel alles tegelijk):
i. Problemen (en aandacht)
ii. Oplossingen
iii. Steun
Mensensmokkel:
Werd na tweede wereldoorlog steeds meer als een probleem gezien (immigranten).
Als men het voor de winst doet strafbaar
Voor idealistisch doel niet strafbaar
Dover (2000): gesmokkelde Chinezen stikten op boot zorgde voor aandacht en hogere
straffen
Syrië (2016): bracht aandacht bij politici
Media:
- Wrede daders
- Hulpeloze slachtoffers
Onderzoek:
- Gemengde motieven daders
- Gedeelde belangen
- Co-productie; klanten en familie werken mee. Ze willen gesmokkeld worden.
,Fase 1: agendavorming
Maatschappelijke, objectieve, problemen komen onder de aandacht van politiek. Burgers,
belangengroepen etc. presenteren hun wensen.
Fase 2: beleidsvoorbereiding
Ambtenaren verzamelen info en proberen oorzaken van probleem in kaart te brengen
beleidsnota wordt gemaakt (doeleinden, middelen en tijdstippen interventies)
Fase 3: besluitvorming
Nota opgestuurd naar lokale politici, keuze over inhoud beleid, raadsvergadering met
stemmen, burgers ook gelegenheid tot inspraak.
Fase 4: beleidsuitvoering
Gekozen middelen ingezet door gekozen instanties, bijv. nieuwe wetten en maatregelen
Fase 5: beleidsevaluatie
Beleid wordt beoordeeld commentaar? Keten opnieuw beginnen bij agendavorming
Burgers horen geïnformeerd te zijn, transparantie van de overheid, burgers beslissen mee
normatieve democratiemodel
Media is brug tussen overheid en burgers
- Informatiefunctie; media informeren burgers
- Platform/expressiefunctie; media informeren overheid
- Pluriformiteit; uiteenlopende visies samenleving
- Kritiekfunctie; journalisten oefenen kritiek uit op beleid
Eight fallacies about crime (Felson):
1. The dramatic fallacy: media verstoren beeld (dramatiseren) van criminaliteit voor
eigen doeleinden (hogere kijkcijfers, geld), maar hierdoor ontstaan onjuiste beelden
van criminaliteit.
2. The cops-and-courts fallacy: het belang en de invloed van politie en justitiële
systeem in het voorkomen van criminaliteit worden overschat grote crime-drop
door criminaliteitspreventie
3. The not-me fallacy: criminaliteit wordt door iedereen gepleegd en de ‘crimineel’ is
niet heel verschillend van onszelf. We zijn geneigd om negatief te denken over
andere, en onze eigen fouten onder het tapijt te schuiven.
4. The innocent-youth fallacy: kinderen zijn geen onschuldige toeschouwers, maar
jongeren zijn de meeste daders (bij bepaalde vormen van criminaliteit zoals inbreken)
5. The ingenuity fallacy: veel criminaliteit is relatief eenvoudig en veel daders hebben
niet specifieke vaardigheden, criminaliteit is dus niet moeilijk
6. The organized-crime fallacy: aan criminele samenwerkingsverbanden (en in
jeugdgangs) wordt een veel hogere organisatiegraad en professionaliteit toegedicht
, dan zij in werkelijk bezitten. Ze zijn veel minder formeel, hiërarchisch en
georganiseerd dan gedacht.
7. The big gang fallacy: de omvang, macht en rol van jeugdgroepen wordt zwaar
overdreven
8. The agenda fallacy: criminaliteit wordt gebruikt door mensen om steun te verwerven
voor hun eigen morele, religieuze, sociale of politieke agenda aandacht leggen op
illegale sigarettenhandel maar eigenlijk accijnzen tegen willen gaan achterliggende
agenda bijv. zeggen dat criminaliteit ontstaat door sociale ongelijkheid sociale
ongelijkheid willen oplossen
9. Science-first fallacy: wetenschap/analyse vormt maar één van de onderdelen van het
proces van agendavorming, beleidsvorming en beleidsevaluatie
HC 2: Georganiseerde criminaliteit
Dreigingsbeeld buitenland: Nota (1992): georganiseerde criminaliteit in Nederland wordt
erger maffia?
1. Racketeering (afpersing): illegaal opereren op de legale markt van de maffia, maffia
= de baas en verdient hier geld mee
a. Georganiseerde misdaad als alternatieve overheid; neemt taken
geweldsmonopolie en belasting heffen over
b. Controleren regio’s en economische sectoren door maffia;
c. Infiltratie van onderwereld in bovenwereld
2. Bureaucratische organisaties/piramides
Bepaalde hiërarchie/organisaties in maffia, niet van toepassing in NL. Hier meer criminele
netwerken en deze zijn moeilijk te tellen.
Georganiseerde criminaliteit tellen; problemen
- Dark number
- Criminele netwerken zijn moeilijk te tellen in tegenstelling tot criminele organisaties
Definitie georganiseerde criminaliteit:
Kenmerken van;
- Groepen
- Criminele activiteiten
Gerelateerde problemen aan georg. crim.:
- Terrorisme
- Organisatiecriminaliteit
- Witteboorden crim.
- Professionele crim.
- Gangs/groepscriminaliteit
Fijnaut et. Al (1996): Groepen van georganiseerde misdaad nuanceren het overdrven
dreigingsbeeld
- Primair gericht op illegaal gewin
HC 1: criminaliteitsproblemen en agendavorming & fallacies about crime
Probleem = verschil tussen een maatstaf (norm) en een voorstelling van een
bestaande/verwachte situatie
Normen verschillen tussen mensen en bevolkingsgroepen kunnen samenhangen met
belangen (sommige mensen zijn vóór drugs, sommige tegen)
Politieke keuzes i.v.m. criminaliteit verschillen tussen landen: wat doen landen tegen illegale
sigarettenhandel? Komt dit wel op de politieke agenda te staan? Verschilt per periode
Agendavorming:
1. Kloofmodel: rationeel model men denkt dat elk probleem automatisch op de
agenda komt
2. Barrière-model: ook aandacht voor bv. Rol van de media en hoe problemen op de
politieke agenda komen agenda is druk (aardbevingen in Groningen komen niet
op agenda omdat dit economisch voordelig is). Allemaal barrières die agendavorming
tegengaan.
3. Stromenmodel ‘policy window’, opening voor beleid. Op sommige momenten is
het mogelijk om nieuw beleid te starten, soms zitten de windows dicht (bijv. tijdens
crisis).
a. Het samenvloeien van (zo ontstaat beleid, gebeurt niet snel alles tegelijk):
i. Problemen (en aandacht)
ii. Oplossingen
iii. Steun
Mensensmokkel:
Werd na tweede wereldoorlog steeds meer als een probleem gezien (immigranten).
Als men het voor de winst doet strafbaar
Voor idealistisch doel niet strafbaar
Dover (2000): gesmokkelde Chinezen stikten op boot zorgde voor aandacht en hogere
straffen
Syrië (2016): bracht aandacht bij politici
Media:
- Wrede daders
- Hulpeloze slachtoffers
Onderzoek:
- Gemengde motieven daders
- Gedeelde belangen
- Co-productie; klanten en familie werken mee. Ze willen gesmokkeld worden.
,Fase 1: agendavorming
Maatschappelijke, objectieve, problemen komen onder de aandacht van politiek. Burgers,
belangengroepen etc. presenteren hun wensen.
Fase 2: beleidsvoorbereiding
Ambtenaren verzamelen info en proberen oorzaken van probleem in kaart te brengen
beleidsnota wordt gemaakt (doeleinden, middelen en tijdstippen interventies)
Fase 3: besluitvorming
Nota opgestuurd naar lokale politici, keuze over inhoud beleid, raadsvergadering met
stemmen, burgers ook gelegenheid tot inspraak.
Fase 4: beleidsuitvoering
Gekozen middelen ingezet door gekozen instanties, bijv. nieuwe wetten en maatregelen
Fase 5: beleidsevaluatie
Beleid wordt beoordeeld commentaar? Keten opnieuw beginnen bij agendavorming
Burgers horen geïnformeerd te zijn, transparantie van de overheid, burgers beslissen mee
normatieve democratiemodel
Media is brug tussen overheid en burgers
- Informatiefunctie; media informeren burgers
- Platform/expressiefunctie; media informeren overheid
- Pluriformiteit; uiteenlopende visies samenleving
- Kritiekfunctie; journalisten oefenen kritiek uit op beleid
Eight fallacies about crime (Felson):
1. The dramatic fallacy: media verstoren beeld (dramatiseren) van criminaliteit voor
eigen doeleinden (hogere kijkcijfers, geld), maar hierdoor ontstaan onjuiste beelden
van criminaliteit.
2. The cops-and-courts fallacy: het belang en de invloed van politie en justitiële
systeem in het voorkomen van criminaliteit worden overschat grote crime-drop
door criminaliteitspreventie
3. The not-me fallacy: criminaliteit wordt door iedereen gepleegd en de ‘crimineel’ is
niet heel verschillend van onszelf. We zijn geneigd om negatief te denken over
andere, en onze eigen fouten onder het tapijt te schuiven.
4. The innocent-youth fallacy: kinderen zijn geen onschuldige toeschouwers, maar
jongeren zijn de meeste daders (bij bepaalde vormen van criminaliteit zoals inbreken)
5. The ingenuity fallacy: veel criminaliteit is relatief eenvoudig en veel daders hebben
niet specifieke vaardigheden, criminaliteit is dus niet moeilijk
6. The organized-crime fallacy: aan criminele samenwerkingsverbanden (en in
jeugdgangs) wordt een veel hogere organisatiegraad en professionaliteit toegedicht
, dan zij in werkelijk bezitten. Ze zijn veel minder formeel, hiërarchisch en
georganiseerd dan gedacht.
7. The big gang fallacy: de omvang, macht en rol van jeugdgroepen wordt zwaar
overdreven
8. The agenda fallacy: criminaliteit wordt gebruikt door mensen om steun te verwerven
voor hun eigen morele, religieuze, sociale of politieke agenda aandacht leggen op
illegale sigarettenhandel maar eigenlijk accijnzen tegen willen gaan achterliggende
agenda bijv. zeggen dat criminaliteit ontstaat door sociale ongelijkheid sociale
ongelijkheid willen oplossen
9. Science-first fallacy: wetenschap/analyse vormt maar één van de onderdelen van het
proces van agendavorming, beleidsvorming en beleidsevaluatie
HC 2: Georganiseerde criminaliteit
Dreigingsbeeld buitenland: Nota (1992): georganiseerde criminaliteit in Nederland wordt
erger maffia?
1. Racketeering (afpersing): illegaal opereren op de legale markt van de maffia, maffia
= de baas en verdient hier geld mee
a. Georganiseerde misdaad als alternatieve overheid; neemt taken
geweldsmonopolie en belasting heffen over
b. Controleren regio’s en economische sectoren door maffia;
c. Infiltratie van onderwereld in bovenwereld
2. Bureaucratische organisaties/piramides
Bepaalde hiërarchie/organisaties in maffia, niet van toepassing in NL. Hier meer criminele
netwerken en deze zijn moeilijk te tellen.
Georganiseerde criminaliteit tellen; problemen
- Dark number
- Criminele netwerken zijn moeilijk te tellen in tegenstelling tot criminele organisaties
Definitie georganiseerde criminaliteit:
Kenmerken van;
- Groepen
- Criminele activiteiten
Gerelateerde problemen aan georg. crim.:
- Terrorisme
- Organisatiecriminaliteit
- Witteboorden crim.
- Professionele crim.
- Gangs/groepscriminaliteit
Fijnaut et. Al (1996): Groepen van georganiseerde misdaad nuanceren het overdrven
dreigingsbeeld
- Primair gericht op illegaal gewin