Hoofdstuk 6.
Competenties en drama geven.
Voor het vak drama zijn er competenties, de zogenoemde (vak)didactische competenties. De
algemene SBL-competenties spelen in het competentieplaatje van drama een grote rol. Deze
competenties zijn vakoverstijgend, maar ook in hoge mate randvoorwaardenscheppend om
succesvol dramaonderwijs te kunnen geven.
Als beginnend leerkracht moet je:
- Kennis hebben van dramatische werkvormen en hun begeleidingsaspecten
- Kennis hebben van receptieve aspecten van het vak (leren naar elkaars spel te kijken)
- Een theoretisch kader hebben waar vanuit je je drama-activiteiten kunt construeren en
begeleiden.
Dramatische verbeelding = je schept randvoorwaarden waarbinnen de kinderen tot dramatische
verbeelding kunnen komen. Je hebt voldoende handelingsrepertoire ontwikkeld waarbinnen jij zelf
vanuit dramatische verbeelding kunnen handelen. Je herkent dramatische verbeelding en kan de
kinderen begeleiden bij het kijken en herkennen.
Dramatische vormgeving = je hebt voldoende kennis en handelingsrepertoire opgebouwd om de
zestien meest gebruikte werkvormen verantwoord aan te kunnen bieden. Je kan
vormgevingsmiddelen als kostuums en rekwisieten inzetten om de dramatische verbeelding te
ondersteunen. Dit doe je door vanuit de werkvormen ook aan dramatische vormgeving aandacht te
besteden.
Dramatisch inzicht = je hebt voldoende inzicht in en ervaring met de werkvormen. Door op de hoogte
te zijn van de begeleidingsaspecten en door er regelmatig mee te werken, kom je erachter waarom
bepaalde afspraken en regels theatraliteit bevorderen. Door die inzichten met kinderen te delen zijn
ze in staat hun eigen spel te ontwikkelen. Ook kunnen ze andermans spel beter begrijpen en
waarderen. Het gaat niet alleen om de werkvormen maar ook over de vormgevingsaspecten als
kostuums, decor, geluid.
Algemene competenties bij het geven van drama uitgewerkt.
Sociale veiligheid creëren = SBL-competentie 2
Stimuleren = SBL-competenties 1 + 3
Inlevingsvermogen = SBL-competentie 2
Sturen en volgen = SBL-competentie 1
Orde en overwicht = SBL-competentie 1
Competitie 1 = interpersoonlijk
Competentie 2 = pedagogisch
Competentie 3 = vakinhoudelijk/didactisch
Sociale veiligheid creëren.
Een sociaal veilige werksfeer is een sfeer waarin iedereen zich gewaardeerd en geaccepteerd weet
en zich verantwoordelijk voelt voor elkaar. Bij drama wordt ruimte gecreëerd om sociale veiligheid te
onderzoeken en er gestalte aan te geven. Ongeacht de ‘sociale status’ van kinderen kan iedereen een
goed en evenredige bijdrage leveren aan spelopdrachten. Tijdens klassikale opdrachten en
oefeningen houdt de leerkracht het overzicht ten einde de sociale veiligheid te bewaken. Maar
Competenties en drama geven.
Voor het vak drama zijn er competenties, de zogenoemde (vak)didactische competenties. De
algemene SBL-competenties spelen in het competentieplaatje van drama een grote rol. Deze
competenties zijn vakoverstijgend, maar ook in hoge mate randvoorwaardenscheppend om
succesvol dramaonderwijs te kunnen geven.
Als beginnend leerkracht moet je:
- Kennis hebben van dramatische werkvormen en hun begeleidingsaspecten
- Kennis hebben van receptieve aspecten van het vak (leren naar elkaars spel te kijken)
- Een theoretisch kader hebben waar vanuit je je drama-activiteiten kunt construeren en
begeleiden.
Dramatische verbeelding = je schept randvoorwaarden waarbinnen de kinderen tot dramatische
verbeelding kunnen komen. Je hebt voldoende handelingsrepertoire ontwikkeld waarbinnen jij zelf
vanuit dramatische verbeelding kunnen handelen. Je herkent dramatische verbeelding en kan de
kinderen begeleiden bij het kijken en herkennen.
Dramatische vormgeving = je hebt voldoende kennis en handelingsrepertoire opgebouwd om de
zestien meest gebruikte werkvormen verantwoord aan te kunnen bieden. Je kan
vormgevingsmiddelen als kostuums en rekwisieten inzetten om de dramatische verbeelding te
ondersteunen. Dit doe je door vanuit de werkvormen ook aan dramatische vormgeving aandacht te
besteden.
Dramatisch inzicht = je hebt voldoende inzicht in en ervaring met de werkvormen. Door op de hoogte
te zijn van de begeleidingsaspecten en door er regelmatig mee te werken, kom je erachter waarom
bepaalde afspraken en regels theatraliteit bevorderen. Door die inzichten met kinderen te delen zijn
ze in staat hun eigen spel te ontwikkelen. Ook kunnen ze andermans spel beter begrijpen en
waarderen. Het gaat niet alleen om de werkvormen maar ook over de vormgevingsaspecten als
kostuums, decor, geluid.
Algemene competenties bij het geven van drama uitgewerkt.
Sociale veiligheid creëren = SBL-competentie 2
Stimuleren = SBL-competenties 1 + 3
Inlevingsvermogen = SBL-competentie 2
Sturen en volgen = SBL-competentie 1
Orde en overwicht = SBL-competentie 1
Competitie 1 = interpersoonlijk
Competentie 2 = pedagogisch
Competentie 3 = vakinhoudelijk/didactisch
Sociale veiligheid creëren.
Een sociaal veilige werksfeer is een sfeer waarin iedereen zich gewaardeerd en geaccepteerd weet
en zich verantwoordelijk voelt voor elkaar. Bij drama wordt ruimte gecreëerd om sociale veiligheid te
onderzoeken en er gestalte aan te geven. Ongeacht de ‘sociale status’ van kinderen kan iedereen een
goed en evenredige bijdrage leveren aan spelopdrachten. Tijdens klassikale opdrachten en
oefeningen houdt de leerkracht het overzicht ten einde de sociale veiligheid te bewaken. Maar