Bedrijfseconomie:
Primaire geldstromen: houdt direct verband met goederen/dienstenstromen van een
productieproces + belastingen + subsidies
Secundaire geldstromen: van bedrijf naar vermogens markt (uitgaand) of vice verse (ingaand)
Investeringsbalans: wat hebben we aan bezittingen (activa) nodig en hoe financieren we die (passiva)
komt later in de (begin) balans naar voren.
Liquiditeitsbegroting (kasstroomoverzicht) hebben we voldoende geld in kas om bepaalde uitgaven
te kunnen doen. Het geeft alle te verwachten uitgaven en ontvangsten in een bepaalde periode weer
als mede begin- en eindsaldo van de liquide middelen in die periode, geldstromen!
Exploitatiebegroting/begrote verlies en winstrekening of resultatenbegroting gaan we winst maken?
Inventaris: nodig om bedrijf te draaien
Investeringsbegroting + hoe gefinancierd (financieringsplan) = beginbalans
Balans: laat zien wat je als bedrijf op een bepaald moment aan bezettingen hebt en hoe je die
gefinancierd hebt.
Schematische indeling:
Vaste activa: eigen vermogen:
- Gebouwen, inventaris
Vlottende activa: lang vreemd vermogen:
- Voorraad, debiteuren - hypotheeklening bank
Liquide middelen: kort vreemd vermogen:
- Kas/bank - rekening courant credit
Debiteur: afnemer die je nog moet betalen
Crediteur: leverancier die nog betaalt moet worden
Liquide: saldo kas, bank, giro
Resultatenrekening (eind): geeft alle opbrengsten en kosten in een bepaalde periode mee.
Opbrengsten-kosten=winst
EBITDA= earnings before interest taxes deprecation and amortization.
Deprecation: afschrijving om materiële vaste activa
Amortization: afschrijving op immateriële vaste activa
EBIT= earnings before interest and texas (bedrijfsresultaat)
EBT= earnings before taxes (resultaat voor belasting)
EAT= earnings after taxes (resultaat na belasting)
BEP en veiligheidsmarge break even point: productie en afzetomvang waarbij de totale kosten en
opbrengsten aan elkaar gelijk zijn.
BEP = C/P-V
Veiligheidsmarge: geeft aan hoeveel procent de begrote afzet (omzet) mag dalen voordat die onder
de BEP komt en er dus verlies gemaakt zal worden.
VM= begrote afzet – BEP/ begrote afzet x 100%
VM= begrote omzet-BEO/begrote omzet x 100%
BTW: consument betaalt hem aan de winkelier en die betaald hem weer aan de leverancier.
Te vorderen BTW (debet)
Te betalen BTW (credit)
Activa op de balans is altijd exclusief BTW
Geïnvesteerd vermogen kan in principe verminderd worden door:
- Vaste activa niet kopen maar huren
- Old-line factoring: factormaatschappij neemt debiteurenschuld per direct over.
EBIT=EBITA-afschrijvingen
Primaire geldstromen: houdt direct verband met goederen/dienstenstromen van een
productieproces + belastingen + subsidies
Secundaire geldstromen: van bedrijf naar vermogens markt (uitgaand) of vice verse (ingaand)
Investeringsbalans: wat hebben we aan bezittingen (activa) nodig en hoe financieren we die (passiva)
komt later in de (begin) balans naar voren.
Liquiditeitsbegroting (kasstroomoverzicht) hebben we voldoende geld in kas om bepaalde uitgaven
te kunnen doen. Het geeft alle te verwachten uitgaven en ontvangsten in een bepaalde periode weer
als mede begin- en eindsaldo van de liquide middelen in die periode, geldstromen!
Exploitatiebegroting/begrote verlies en winstrekening of resultatenbegroting gaan we winst maken?
Inventaris: nodig om bedrijf te draaien
Investeringsbegroting + hoe gefinancierd (financieringsplan) = beginbalans
Balans: laat zien wat je als bedrijf op een bepaald moment aan bezettingen hebt en hoe je die
gefinancierd hebt.
Schematische indeling:
Vaste activa: eigen vermogen:
- Gebouwen, inventaris
Vlottende activa: lang vreemd vermogen:
- Voorraad, debiteuren - hypotheeklening bank
Liquide middelen: kort vreemd vermogen:
- Kas/bank - rekening courant credit
Debiteur: afnemer die je nog moet betalen
Crediteur: leverancier die nog betaalt moet worden
Liquide: saldo kas, bank, giro
Resultatenrekening (eind): geeft alle opbrengsten en kosten in een bepaalde periode mee.
Opbrengsten-kosten=winst
EBITDA= earnings before interest taxes deprecation and amortization.
Deprecation: afschrijving om materiële vaste activa
Amortization: afschrijving op immateriële vaste activa
EBIT= earnings before interest and texas (bedrijfsresultaat)
EBT= earnings before taxes (resultaat voor belasting)
EAT= earnings after taxes (resultaat na belasting)
BEP en veiligheidsmarge break even point: productie en afzetomvang waarbij de totale kosten en
opbrengsten aan elkaar gelijk zijn.
BEP = C/P-V
Veiligheidsmarge: geeft aan hoeveel procent de begrote afzet (omzet) mag dalen voordat die onder
de BEP komt en er dus verlies gemaakt zal worden.
VM= begrote afzet – BEP/ begrote afzet x 100%
VM= begrote omzet-BEO/begrote omzet x 100%
BTW: consument betaalt hem aan de winkelier en die betaald hem weer aan de leverancier.
Te vorderen BTW (debet)
Te betalen BTW (credit)
Activa op de balans is altijd exclusief BTW
Geïnvesteerd vermogen kan in principe verminderd worden door:
- Vaste activa niet kopen maar huren
- Old-line factoring: factormaatschappij neemt debiteurenschuld per direct over.
EBIT=EBITA-afschrijvingen