verhouding tussen de instanties
Inhoudsopgave
Het bestuursprocesrecht................................................................................2
Verdragenrecht..............................................................................................2
EVRM: determination of civil rights & criminal charges....................................2
EVRM en bestuursprocesrecht; invloed art. 6 EVRM.........................................3
Recht op een effectieve toegang.....................................................................3
Fair trial (eerlijk proces).................................................................................3
Full jurisdiction (feitenvaststelling en toetsing aan het recht)..........................4
Artikel 6 EVRM en artikel 47 EU-handvest voor de Grondrechten......................4
Kernpunten van de huidige procedure.............................................................5
Aanvulling van rechtsgronden........................................................................6
Sukkerfabrik stink..........................................................................................6
Ambtshalve toetsing......................................................................................7
Voorbeelden van al dan niet ambtshalve te toetsen bepalingen....................................7
Hoger beroep.................................................................................................7
, College bestuursprocesrecht EU-kaders, omvang van het geding en de
verhouding tussen de instanties
Het bestuursprocesrecht
In strikte zin de regels van H8 Awb.
Waarom? Bestuursrecht is op vele punten gespecialiseerd. Rechters
nodig met speciale kennis.
Twee hoofdfuncties:
o Algemene rechtsstatelijke controle van het bestuur (recours
objectif); en
o Rechtsbescherming van burgers (recours subjectif).
Ex tunc toetsing is het uitgangspunt. Een belangrijke uitzondering is
bijv. de uitzondering binnen de Vreemdelingenwet.
o Bijzondere wetten kunnen afwijkingen geven.
Het bestuursrecht is gefundeerd in rechtsstatelijke randvoorwaarden
(Verdragenrecht, Grondwet, wet en algemene rechtsbeginselen).
Verdragenrecht
Twee rechtsordes die het stelsel van bestuursrechtspraak
beïnvloeden:
o Unierechtelijke rechtsorde;
o Systeem van het EVRM-verdrag;
Art. 6 EVRM en art. 47 HvEU. (Randvoorwaarden.)
Heel belangrijk omdat NL geen sluitende
grondwetbepaling had. Art. 17 lid 1 Gw geeft vrijwel
dezelfde waarborgen.
EVRM: determination of civil rights &
criminal charges
Aller ruimste toepassingsbereik heeft de Grondwet op dit moment.
‘Civil rights’ wordt autonoom door het Hof in Straatsburg uitgelegd.
o Autonoom: los van kwalificaties in nationale rechtsordes.
Er zijn nog altijd geschillen die niet onder de bescherming van art. 6
EVRM vallen:
o Politieke geschillen (Kieswet);
o Bepaalde ambtenarenrechtelijke geschillen;
o Bepaalde vreemdelingengeschillen.
Het begrip ‘civil right’ is breed en niet beperkt tot ‘privaatrecht’, vgl.
bijv.
o Benthem-arrest (EHRM 23 november 1985, milieuvergunning –
geschil over de vaststelling van een burgerlijk recht);
o Feldbrugge/Schouten & Meldrum-arresten (jaren 80 en 90)
(sociale zekerheid, niet zonder meer onder de bescherming
van art. 6 EVRM volgens NL en andere Staten. Hof heeft
geoordeeld dat sociale- zekerheidsgeschillen onder de
bescherming van art. 6 EVRM kunnen vallen. Overeenkomsten
met de arbeidsovereenkomst – privaatrechtelijk).