Inhoudsopgave
Dicta en afdoening.........................................................................................2
Van schending van het recht naar gegrondheid van het beroep........................2
Bestuurlijke lus..............................................................................................3
Art. 8:72 Awb: afdoening................................................................................4
Overige (bijkomende) uitspraken....................................................................4
Proceskostenveroordeling art. 8:75-8:75a Awb jo. art. 7:15-7:28 Awb..............5
, De bestuursrechter: dicta (uitspraken) en afdoening
Dicta en afdoening
Art. 8:70 Awb en art. 8:72 Awb.
De 4 hoofduitspraakbevoegdheden (=dicta)
o Onbevoegdheid;
Komt niet vaak voor ivm de doorzending;
Bob is ook een besluit.
o Niet-ontvankelijkheid;
Geen procesbelang (meer);
Termijnprobleem;
Griffierecht niet tijdig betaald (meestal particulieren).
o Ongegrondverklaring;
Zwart/wit;
Gegrondverklaring = vernietiging (art. 8:72 lid 1 Awb)
Het gehele besluit wordt uit de rechtsorde
verwijderd, ‘ex tunc’. Het besluit wordt geacht
nooit te hebben bestaan. De vernietiging werkt
jegens iedereen.
o Gegrondverklaring.
Van schending van het recht naar
gegrondheid van het beroep
Kunnen de beroepsgronden doel treffen en zijn deze gegrond?
De rechter kijkt naar de beroepsgronden, maar moet ook een
vertaalslag maken naar het recht; het aanvullen van de
rechtsgronden.
1. De rechter heeft vastgesteld dat er gebreken kleven aan het
besluit. De rechter moet beoordelen of hieraan consequenties
verbonden dienen te worden.
De rechter heeft de mogelijkheid bepaalde gebreken passeren. Er
mag geen belanghebbende door benadeeld worden (art. 6:22
Awb).
2. Passeerbevoegdheid gaat niet op. Is voldaan aan het
relativiteitsvereiste (art. 8:69a Awb).
Bepaling waar beroep op is gedaan, is geschonden.
Vernietiging.
De rechter moet het relativiteitsvereiste ambtshalve toepassen.
Dat kan op 2 manieren:
a. Controleren of een bepaling geschonden is en vervolgens
vaststellen dat geen sprake is van relativiteit.