Inhoudsopgave
Deel I: opsporing............................................................................................2
Opsporings- en verdenkingsbegrip: algemeen................................................................2
Opsporings- en verdenkingsbegrip: feiten en omstandigheden......................................3
Opsporings- en verdenkingsbegrip: redelijk vermoeden.................................................3
Opsporings- en verdenkingsbegrip: schuld.....................................................................3
Opsporings- en verdenkingsbegrip: verdenkingsbegrip..................................................4
Opsporingsbevoegdheden.............................................................................................. 4
Bijzondere opsporingsbevoegdheden.............................................................................4
BOB: stelselmatige observatie (art. 126g Sv).................................................................4
BOB: stelselmatige observatie (art. 126o Sv).................................................................5
Gewone observatie......................................................................................................... 5
BOB: Telefoontap (art. 126m Sv)....................................................................................5
BOB: Telefoontap (art. 126t Sv)......................................................................................5
Deel II: Vormverzuimen (art. 359a Sv).............................................................7
Artikel 359a Sv............................................................................................................... 7
Doelen artikel 359a Sv.................................................................................................... 7
! Doelen artikel 359a Sv................................................................................................. 7
Afvoerpijp/Loze hashpijp (HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533)...................7
Aanscherping toetsingskader/onbevoegde hulpOvJ/examenarrest (HR 19 februari
2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321).................................................................................8
Beoordelingskader vormverzuimen (HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889)...8
Praktische tips................................................................................................................ 8
Kaders onderzoek........................................................................................................... 9
, Opsporing & Sanctionering vormverzuimen
Deel I: opsporing
Opsporings- en verdenkingsbegrip: algemeen
Pro-actieve opsporing/vroegsporing:
o Politietaak: art. 3 Politiewet;
o IRT affaire (internationaal recherche team): werkte met
discutabele methoden, het doorlaten van drugsvervoer.
Crisispunten:
Geen duidelijke normen. Politie en justitie improviseerde;
Organisatorische problemen;
Gezagsproblemen.
Leidde tot een nieuwe wet: Wet BOB. Hierin zijn
bepaalde opsporingsbevoegdheden van een
wettelijke basis voorzien.
o Opsoring kon ook plaatsvinden wanneer nog geen strafbaar
feit is gepleegd (132a Sv). Niet pas optreden nà de daad, maar
alvorens.
Instrument om al vroeg en pro-actief op te treden.
Spanning met het rechtsbeginsel? Effectiviteit van de
opsporing en rechtsbescherming van rechten.
Art. 132a Sv: definitie van opsporing. Niet langer gekoppeld aan
het hebben van een verdachte.
Begrenzing: belang van het onderzoek (HR 5 april 2022,
ECLI:NL:HR:2022:475).
Art. 141 en 142 Sv: bevoegdheid tot opsporing.
Controle & toezicht: naleven van bepaalde wettelijke voorschriften.
In NL hebben we veel toezichthouders. AFM bijv. Bevoegdheden om
zowel burgers als bedrijven te controleren of zij zich aan de
wettelijke voorschriften houden.
o Controle en toezicht kan overlopen in opsporing.
o Controlebevoegdheden mogen niet zonder meer als verkapte
opsporingsbevoegdheid worden gebruikt.
o Toezicht houden en niet strafmiddelen verzamelen.
o Controlebevoegdheid: art. 158 t/m 160 WVW 1994.
o HR 1 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2554 (Dynamische
verkeerscontrole)
Een verkeerscontrole mag enkel worden gebruikt om te
toetsen aan de verkeersregels. In de praktijk gebruikte
de politie de bevoegdheid vaak om iets op te sporen.
Dat mag enkel als daadwerkelijk een link is met de
verkeersveiligheid en de naleving van de verkeersregels.
Eerst moet een verkeerscontrole worden uitgevoerd.
Er is een bepaalde grens.
Professioneel selecteren: afwijkend rijgedrag, tijdstipn
etc.;
Etnisch profileren: afkomst, religie, huidskleur etc.
zonder objectieve …