De Nederlandse bestuursstijl is in zes zaken te omschrijven:
Coalitie
Collegialiteit
Compromis
Consensus
Coöptatie (Keuze van nieuwe leden door reeds aangenomen leden)
Coöperatie
Inhoud van deze samenvatting:
- Bestuurlijke kaart Nationaal (Nederland)
- Bestuurlijke kaart territoriaal en functioneel
- Bestuurlijke kaart Internationaal (EU)
1. Nationaal bestuur
Koninkrijk der Nederlanden
Belangrijke uitgangspunten Grondwet
Politiek-bestuurlijke instituties
Regering
Staten-Generaal
Hoge Colleges van Staat
Vaste colleges van advies
Planbureaus
Ministeries
1. Koninkrijk der Nederlanden
Vanaf 10 oktober 2010
Vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten)
Bonaire, Saba en Sint-Eustatius Openbaar Lichaam
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (officiële reglement voor het bestuur van het Koninkrijk der
Nederlanden als geheel):
Statuut en Grondwet
Koninkrijksregering
o Nederlandse ministers
o Gevolmachtigde ministers (De gevolmachtigd minister vertegenwoordigt het belang van het
land waar hij vandaan komt. Vormt samen met alle andere gevolmachtigde ministers – van
Aruba, Sint Maarten en Curaçao – de Rijksministerraad)
2. Belangrijke uitgangspunten grondwet
Parlementair stelsel
Parlement door bevolking gekozen, regering niet
o Ministeriële verantwoordelijkheid
Koninklijk Huis
Ambtenarenapparaat (corps van ambtenaren)
, o Vertrouwensregel (is een ongeschreven regel van het Nederlandse staatsrecht die inhoudt
dat een minister, staatssecretaris of het kabinet als geheel moeten aftreden als zij niet langer
het vertrouwen genieten van een van de kamers van de Staten-Generaal):
Impliciet vertrouwen
Expliciet wantrouwen
Rechtsstaat
o Staat onderworpen aan regels van het recht
o Overheidshandelen gebaseerd op bevoegdheden in wetten (geen willekeur)
o Machtenscheiding
o Vrije en geheime verkiezingen
o Grondrechten
o Persvrijheid
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
o ‘Huis van Thorbecke’ (drie bestuurslagen vormen het openbare bestuur)
Rijk
Provincies
Gemeenten
o Autonomie van lagere overheden (bijv. Algemene Plaatselijke verordening)
o Medebewind – ook uitvoerder (bijv. Wet Ruimtelijke Ordening)
Uitvoeren beleid
Verschillende rollen ‘voorzitters’
Benoemingen
o Toezicht – vernietigen besluiten door de Kroon wanneer in strijd met wet of algemeen belang
Kerntaken van de overheid
Handhaving rechtsorde
Realiseren rechtvaardige verdeling van beschikbare middelen en ruimte
Voorkomen van negatieve effecten
Zaken van algemeen belang regelen
Stimuleren vernieuwing en samenwerking in de maatschappij
3. Politiek-bestuurlijke instituties
Regering ( is koning + ministers. Kabinet is ministers + staatssecretarissen)
o Koning
o Ministers
Leiding ministerie
Zonder portefeuille / programma (is of een minister zonder omschreven
verantwoordelijkheden of een minister die niet aan het hoofd staat van een bepaald
ministerie)
Positie Minister-president:
‘primus inter pares’ (eerste onder zijns gelijken, betekent dat een lid van
een groep dezelfde rechten heeft als alle anderen, maar toch een verhoogd
aanzien heeft)
Algemene Zaken
Voorzitter ministerraad (agenda)
Regeringsleider in EU-verband
, o Ministerraad (gevormd door alleen alle ministers van de regering)
o Staatssecretarissen (politieke functionaris binnen het landsbestuur)
o Niet: Ministers van Staat (eretitel) Recent: Els Borst en Herman Tjeenk Willink
Staten-Generaal
o Twee Kamers
Tweede Kamer
Recht van initiatief
Recht van amendement
Recht van controle
o Interpellatie
o Dertigledendebat (voorheen spoeddebat)
o Vragenuurtje
o Schriftelijke vragen
o Moties
o Recht van enquête
o Budgetrecht
Eerste Kamer
Voorstel tot wijziging via TK (Novelle)
Interpellatie/enquête
Parttime
Legitimiteit?
o Wetgevingsproces (stappen):
Regering / TK-leden voorstel tot wet
Raad van State – Advies
Behandeld in TK-commissie
Mondelinge behandeling TK
Stemming amendementen / wet TK
EK commissie / plenaire stemming
Tekenen minister / Koning (contraseign)
Publicatie in Staatsblad
Koninklijke Besluiten
Algemene Maatregelen van Bestuur
Besluiten van individuele strekking
Ministeriële regelingen
Van algemeen naar specifiek
Geen rol voor Staten-Generaal
o Vier jaar
o Tweede Kamer rechtstreekse verkiezingen (150 zetels)
o Eerste Kamer getrapt via Provinciale Staten (PS) (75 - Dus leden van de PS kiezen EK-leden)
o Eén kiesdistrict
o Lage kiesdrempel
o ‘Zonder last’
o Parlementaire onschendbaarheid
Proces tegen Wilders?
o Dualisme
o Ontbinden Kamers door regering
o Commissies
o Voorzitters