Inhoud =
- Hoofstuk 1 t/m 4 Boek
- Arresten van Gends & Loos en Costa/E.N.E.L
- Arrest Cassis de Dijon
- Het abc: blz. 129-139
Hoofdstuk 1 =
Europese Unie (EU) = een internationale organisatie die is opgericht volgens de regels
van het internationale recht.
Als personen of rechtspersonen afspraken met elkaar maken, stellen zij een contract op
volgens de nationale wet. Staten maken afspraken op grond van het internationale
recht. Binnen het internationale recht zijn alle staten groot of klein gelijk aan elkaar. De
afspraken die staten op basis van internationaal recht met elkaar maken, worden
meestal in een verdrag vastgelegd. Een belangrijk beginsel bij het overeenkomen van
verdragen is dat van staatssoevereiniteit.
Staatssoevereiniteit = De overheid heeft de ultieme beslissingsbevoegdheid op het
grondgebied van de staat en is de enige die wet- en regelgeving kan opstellen. Oftewel:
de overheid heeft staatssoevereiniteit. Dit betekent dat andere staten niet kunnen
bepalen hoe Nederland zijn regelgeving vormgeeft; deze macht ligt alleen bij de
nationale overheid. Deze macht kan op twee manieren worden beperkt: de
soevereiniteit kan vrijwillig worden overgedragen of onvrijwillig worden beperkt.
Soevereiniteit overdragen = Ten eerste kan de staat beslissen om (een gedeelte van)
de beslissingsbevoegdheid over te dragen aan bijvoorbeeld een internationale
organisatie. Staten zullen hun beslissingsbevoegdheid over het algemeen alleen
overdragen als dit het belang van het land dient en bijdraagt aan het welzijn van zijn
inwoners. Bij de oprichting van de EU, of liever gezegd de Europese Gemeenschap
voor Kolen en Staal zoals de samenwerking toentertijd heette, waren het voorkomen
van oorlog en het bewerkstelligen van economische groei en herstel de belangrijkste
redenen voor het overdragen van staatssoevereiniteit.
Oprichting Europese gemeenschap voor kolen en staal (1952) = Een van de
belangrijkste sectoren van de economie die na de Tweede Wereldoorlog niet meer
functioneerde, was de grote kolen en staalindustrie. Uiteindelijk werd deze industrie,
gelegen in Duitsland en Frankrijk, onder de hoede geplaatst van een onafhankelijke
1
,internationale organisatie. Niet alleen Frankrijk en Duitsland, maar ook Nederland,
België, Luxemburg en italië namen deel aan deze organisatie. Deze staten kregen
gezamenlijk het beheer over de industrie. Dit betekende dat vanaf dat moment de
staten gezamenlijk beslisten over de kolen en staalproductie, waardoor het onmogelijk
was voor een land om de industrie nog in te zetten voor oorlogsdoeleinden. Deze
internationale organisatie, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS),
opgericht in 1952, is het begin van de Europese Unie zoals we die nu kennen.
Staten waren dus bereid om hun soevereiniteit te beperken om op deze manier de groei
van de economie in Europa te stimuleren.
Het is mogelijk om je lidmaatschap van de Europese Unie als land op te zeggen o.g.v
art. 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Deze mogelijkheid
bestaat sinds 2009. Uittreden is een gecompliceerd proces dat de instemming van vele
partijen vereist: zowel de Europese Raad, de Raad, als het Europees Parlement
moeten toestemming verlenen.
Soevereiniteit onvrijwillig beperkt =
De tweede manier waarop de staatssoevereiniteit beperkt kan worden is als een land
onvrijwillig de beslissingsbevoegdheid uit handen wordt genomen. Als een staat wordt
binnengevallen door een ander land en dat andere land de macht overneemt, is de
beslissingsbevoegdheid van de aangevallen staat beperkt. De overheersende staat
neemt vanaf dat moment alle beslissingen.
Ook personen kunnen gezamenlijk een internationale organisatie oprichten. Er zijn dan
ook twee soorten organisaties:
1. Gouvernementele organisaties
2. Non- gouvernementele organisaties
Gouvernementele organisaties =
Een samenwerkingsverband tussen staten (Zoals de EU) wordt een gouvernementele
organisatie genoemd. De oprichting van zon organisatie gebeurt in een verdrag. Staten
kunnen bij het oprichten van een organisatie kiezen of en hoeveel soevereiniteit ze
afstaan aan deze organisatie.
Intergouvernementele organisatie = er wordt door de lidstaten geen soevereiniteit
afgestaan
Supranationale organisatie = er wordt door de lidstaten wel beslissingsbevoegde
afgestaan
2
,De EU is een supranationale organisatie. Een supranationale organisatie staat boven
de lidstaten, terwijl een intergouvernementele organisatie een samenwerking is tussen
lidstaten.
Non- gouvernementele organisaties =
Naast een groep landen kan ook een groep personen een internationale organisatie
oprichten. Een non- gouvernementele organisatie (NGO) is onafhankelijk van staten en
heeft vaak een ideële doelstelling. Een ngo hoeft niet internationaal te zijn. Je hebt
bijvoorbeeld ook Nederlandse organisaties die onafhankelijk van de overheid een doel
nastreven. NGO's publiceren jaarlijks rapporten over de stand van zaken binnen hun
aandachtsgebied. Ze hebben niet dezelfde status als gouvernementele organisaties,
maar worden wel vaak uitgenodigd om deel te nemen aan internationale vergaderingen.
Ngo's hebben dan geen stemrecht, maar wel een adviserende rol.
De EU zoals we die vandaag kennen, is het resultaat van verschillende opeenvolgende
internationale verdragen.
Staten die lid willen worden van de EU kunnen een aanvraag tot lidmaatschap doen
o.g.v. art. 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Wanneer een land
lidmaatschap van de EU heeft aangevraagd, wordt dit voorgelegd aan de Raad. De
Europese Commissie geeft vervolgens een formeel advies uit, maar de Raad beslist
uiteindelijk om de aanvraag al dan niet in behandeling te nemen. Wanneer de Raad
unaniem instemt kunnen de onderhandelingen worden geopend en is een land een
officiële kandidaat-lidstaat. Landen die lid willen worden van de EU moeten voldoen aan
de zogenoemde criteria van Kopenhagen die in 1993 door de Europese Raad zijn
opgesteld.
Op dit moment zijn in de EU de volgende twee verdragen van kracht:
- Het verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
- Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
Deze twee verdragen vormen de juridische ruggengraat van de Europese Unie. Naast
deze verdragen is het Handvest van de grondrechten van de EU ook een belangrijk EU-
verdrag.
In het Verdrag betreffende de Europese Unie staat in art 3 de doelstelling opgesomd:
vrede en welzijn, het creëren van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, het
oprichten en voltooien van de interne markt, het instellen van een Economische en
Monetaire Unie (EMU) en het beschermen van mensenrechten.
3
, Hoe de EU deze doelstellingen bereikt: de EU heeft twee instrumenten om de
doelstellingen te bewerkstelligen: de EU kan enerzijds besluiten tot een strategie van
negatieve integratie en anderzijds tot een strategie van positieve integratie.
Negatieve integratie = dat de EU overgaat tot het uitvaardigen van verboden (je mag
niet…). Een voorbeeld van negatieve integratie = Het is voor nationale overheden
verboden om van werknemers uit andere lidstaten van de EU te eisen dat ze eerst een
werkvergunning aanvragen voordat ze toegang krijgen tot de nationale arbeidsmarkt.
Dit heeft tot doel het vrij verkeer van werknemers te bevorderen.
Positieve integratie = dat de EU overgaat tot het uitvaardigen van geboden (je moet…).
Het doel van positieve integratie is om de nationale regelgeving van de lidstaten te
uniformeren, of te harmoniseren, zoals dat in juridische termen heet. Een voorbeeld van
positieve integratie = Nationale overheden zijn verplicht om de diploma's die
werknemers in andere EU-lidstaten hebben behaald te erkennen, zodat de toegang van
buitenlandse werknemers tot de nationale arbeidsmarkt van die lidstaat wordt
vergemakkelijkt. Dit heeft tot doel het vrij verkeer van werknemers te bevorderen.
Vaak zien we dat beide strategieën tegelijk worden uitgerold.
Vrede en Welzijn = De EU heeft primair als doel om vrede en welzijn in Europa te
bewerkstelligen. Het middel om dit doel te bereiken is economische integratie. Wanneer
lidstaten economisch samenwerken, zorgt dit ervoor dat de economieën van de
lidstaten met elkaar verweven raken. Deze economische verstrengeling dient niet alleen
een economisch doel. Economische verwevenheid tussen de lidstaten zorgt er namelijk
ook voor dat eventuele conflicten tussen lidstaten eerder op diplomatieke wijze opgelost
worden.
Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht =
Het creëren van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is een belangrijke
doelstelling van de EU.
Ruimte van vrijheid = EU burgers mogen in alle lidstaten verblijven om te werken,
studeren of te genieten van hun pensioen.
Veiligheid = De EU zorgt voor dat beleid grensoverschrijdende criminaliteit en illegale
migratie bestrijdt.
Interne markt =
Het oprichten van een interne markt is wellicht de bekendste doelstelling van de EU. De
interne markt maakt het mogelijk dat er steeds meer gehandeld wordt tussen bedrijven
die in de lidstaten zijn gevestigd, dat er steeds meer personen over de grens gaan
werken en dat iedereen overal in de EU kan investeren.
4