Sociale zekerheidsrecht is onderdeel van het bijzonder bestuursrecht.
Sociale zekerheid =
- Waarborgfunctie = Waarborg van middelen om van te kunnen leven
- Activeringsfunctie = Iemand activeren om weer mee te laten doen in de maatschappij
- Solidariteitsbeginsel = Voor elkaar zorgen
Voorbeelden:
- Kinderbijslag en kindgebonden budget
- WMO
- Werkloosheid (WW en Participatiewet)
- Ziekte en arbeidsongeschiktheid (ZW, Wet WIA)
- Ouderdom (AOW)
- Overlijden (AnW)
● Sociale verzekeringen = Hier betaal je een verzekeringspremie voor dus een
tegenprestatie is vereist. Bijv:
- Werkloosheidsuitkering (krijg je alleen als je verzekerd bent door de WW)(werkgever
betaald die premie)
● Sociale voorzieningen = Worden uit de algemene pot (belastingpot) betaald ook wel
schatkist genoemd. Bijv:
- Sociale bijstand
- Wet kinderbijslag
Geen verplichte procesvertegenwoordiging.
Kinderbijslag = inkomens en vermogensonafhankelijk = iedereen krijgt het.
Uitvoerder → artikel 14 lid 1 AKW: De sociale verzekeringsbank stelt op aanvraag
vast of een recht op kinderbijslag bestaat.
Voorwaarden kinderbijslag:
● (hij moet verzekerd zijn) Behoren tot de kring van de verzekerden art 6 AKW:
Ingezetene is (Iemand die in NL woont) of dienstbetrekking verrichte arbeid (persoon
werkt in nederland)
● Een kind dat jonger is dan achttien jaar en dat art 7 AKW :
- tot het huishouden van de verzekerde behoort; of
- Door de verzekerde wordt onderhouden → Zie drempelbedrag
● Kinderen 16-17 jaar extra eisen:
- Onderwijs volgen
- Onderwijs volgen in het buitenland
- Onderwijs reeds behaald
- Vrijgesteld (zwaar gehandicapt)
, in sommige gevallen = Dubbele kinderbijslag
- Thuiswonend ziek / gehandicapt kind met intensieve zorg
- Om onderwijsredenen (bijv. topsport) of om ziekte of handicap niet thuiswonend en niet
tot het huishouden van een ander behorend kind.
Beëindiging kinderbijslag:
- Overlijden
- 16/17 jarige heeft geen startkwalificatie en spijbelt veel (art 7 lid 3 AKW jo. 4-4c
Leerplichtwet)
- Kind woont in het buitenland (art. 7b lid 1 AKW) tenzij (lid 2 e.v.)
Kindgebonden budget = extra voorziening voor ouders die heel weinig geld hebben.
Voorwaarden zijn hetzelfde als die van de kinderbijslag. Plus inkomenstoets.
Uitvoeringsorgaan → belastingdienst.
Hoogte → art. 1 en 2 wet KB
- Alleenstaande ouderkop = nog extra als je alleenstaand bent
Verplichtingen kinderbijslag en kindgebonden budget:
- Art 15 AKW → informatieverplichtingen
- Art 16 AKW → controlevoorschriften
Voorwaarden voor het recht op WW:
1. Werknemer zijn: art. 3 e.v. WW = iemand met een dienstbetrekking of diegene die
daarmee gelijk wordt gesteld.
2. Werkloos zijn = relevant arbeidsurenverlies art. 16 lid 1 sub a WW (je verliest 5 uren per
week of de helft van je uren die je per week werkt) +je moet beschikbaar zijn voor de
arbeidsmarkt (je kan niet ziek zijn of bijv op vakantie gaan) art. 16 lid 1 sub b BW.
3. Voldoen aan referte-eis (weken-eis)= Je moet de laatste 36 weken minimaal 26 weken
hebben gewerkt. Met tenminste 1 arbeidsuur per week Art. 17 lid 1 WW.
4. Geen uitsluitingsgrond van toepassing = Art. 19 WW staan
uitsluitingsgronden. Is er een van deze uitsluitingsgronden → Geen WW
Gevolg = Drie maanden WW-basisuitkering
Vier-uit-vijf-eis = De werknemer moet de laatste 5 jaren minimaal 4 jaren hebben gewerkt.
Fictief arbeidsverleden: art. 42 lid 6 onder c WW = tot 1998 kreeg je voor elk jaar dat je leefde
vanaf je 18e een maand WW opgebouwd ook al werkte je niet.
Feitelijk arbeidsverleden: art. 42 lid 6 onder a en b = vanaf 1998 gold er een nieuwe regel dat je
wel moest werken namelijk je moest minimaal 52 uur per jaar werken ofterwijl 1 uur per week.