1. INLEIDING ARBEIDSRECHT
Het arbeidsrecht regelt de verhouding tussen:
werkgever
werknemer
De werknemer verricht arbeid onder gezag van de werkgever en ontvangt daarvoor loon.
De verhouding is ongelijkwaardig:
werkgever heeft meestal meer macht;
werknemer is de “zwakkere partij”.
Daarom bevat het arbeidsrecht veel beschermende regels voor werknemers.
2. RECHTSBRONNEN
Belangrijkste rechtsbronnen:
1. Wetten (regels van overheid)
2. Verdragen (internationale afspraken)
3. Jurisprudentie (uitspraken rechters)
4. Ongeschreven recht/gewoonte (gewoontes/redelijkheid)
Belangrijke arbeidsrechtelijke wetten:
Burgerlijk Wetboek (BW)
Regels over afspraken tussen burgers en organisaties.
- kopen;
- schade;
- contracten;
- arbeidsovereenkomsten.
Arbeidstijdenwet
- Regels over:
- werktijden;
- rusttijden;
- maximale arbeidstijd;
- nachtdiensten.
Wet minimumloon
Werkgever moet minimaal wettelijk minimumloon betalen.
AVG
Privacywetgeving.
- wat werkgever mag registreren;
- omgaan met persoonsgegevens;
- ziektegegevens.
Wet gelijke behandeling
Verbod op discriminatie:
- geslacht;
- leeftijd;
- afkomst;
- handicap;
- zwangerschap etc.
CAO-recht
Regels over collectieve arbeidsovereenkomsten.
- salaris;
- vakantiedagen;
- werktijden;
- toeslagen;
- pensioen;
- overwerk;
- opzegtermijnen.
, WOR (Wet op de ondernemingsraden)
Regelt medezeggenschap van werknemers via de ondernemingsraad.
Arbowet
Regels over veilige en gezonde werkomstandigheden.
3. ARBEIDSOVEREENKOMST – ART. 7:610 BW
Arbeidsovereenkomst: arbeid + loon + gezag + tijd
Volgens art. 7:610 BW is sprake van een arbeidsovereenkomst wanneer:
1. arbeid persoonlijk wordt verricht;
2. loon wordt betaald;
3. sprake is van gezag;
4. gedurende zekere tijd/periode.
1. PERSOONLIJKE ARBEID
Werknemer moet het werk zelf uitvoeren.
niet zomaar iemand anders sturen.
Voorbeeld: docent moet zelf lesgeven.
2. LOON
Werkgever betaalt vergoeding voor arbeid.
Loon kan zijn:
geld;
soms natura (bijv. maaltijden/huisvesting).
3. GEZAG
Belangrijkste criterium.
Werkgever mag:
instructies geven;
controleren;
bepalen HOE werk wordt uitgevoerd.
Voorbeelden: werktijden bepalen, kledingvoorschriften, beoordelingsgesprekken.
4. GEDURENDE ZEKERE TIJD
Arbeid wordt niet eenmalig verricht maar gedurende een bepaalde periode.
4. ANDERE OVEREENKOMSTEN VAN WERK
Niet iedereen die werkt heeft een arbeidsovereenkomst.
A. OVEREENKOMST VAN OPDRACHT – ART. 7:400 BW
Voorbeeld: zzp’er, consultant, advocaat.
Kenmerken:
minder gezag;
meer zelfstandigheid.
Werkzaamheden verrichten
inspanningsverplichting
B. AANNEMING VAN WERK – ART. 7:750 BW
Afspraken gericht op oplevering van een concreet werk.
Voorbeeld: aannemer bouwt keuken.
Kenmerken
werk van stoffelijke aard;
geen gezag;
resultaatverplichting.
VERSCHILLEN MET ARBEIDSOVEREENKOMST
Arbeidsovereenkom Opdracht/ZZP
st
Gezag Geen/veel minder