Binas:
Atoombouw
Geen lading: atoom, wel lading: ion
Aantal valentie elektronen (elektronen in buitenste schil) bepalen de eigenschappen.
soorten mengsels
Suspensie: vaste en vloeistof
Emulsie: vloeistof vloeistof
Oplossing: vast/vloeistof/gas in vloestof
Homogeen mengsel: stoffen in dezelfde fase.
Heterogeen: verschillende fase.
Scheidingsmethodes
, Gasmengsels kun je afkoelen tot dat een van de gassen vloeibaar wordt.
Ontleden: 1 stof voor pijl, meerdere na de pijl.
- Elektrolyse
- Thermolyse
- Fotolyse
Faseovergang is geen chemische reactie.
Periodiek systeem
- Metalen: geleiden stroom in vast en vloei door vrije elektronen. (los geen lading, wel
lading is een zout)
- Moleculaire stoffen: niet-metaalatomen.
- Zouten: bestaat uit positieve ionen (vaak metalen) en negatieve ionen (niet-metalen),
totale lading van een zout altijd 0. Vast geleidt geen stroom. Oplossing van zout in water
geleidt stroom.
- Elementen die onder elkaar staan hebben vergelijkbare eigenschappen:
1=alkalimetalen, 2=aardalkalimetalen, 17=halogenen, 18=edelgassen.
- Covalentie (geldt alleen voor niet metalen) 1=1, 14=4, 15=3, 16=2, 17=1, 18=0.
- Een legering is een mengsel van metalen. Doordat de metaalatomen niet even groot zijn
(roosterfout), bewegen de laagjes atomen niet makkelijk langs elkaar, hierdoor is een
legering minder goed vervormbaar dan een zuiver metaal.
- Hoe edel een metaal is, kun je zien aan standaardelektrodepotentiaal. (hoe lager hoe
sterker als reductor hoe onedeler)
- Corrosie: aantasten van een metaal door water en zuurstof.
- Oplosbaarheid van zouten in water: binas 45A.
- Zouthydraten: bevatten kristalwater, in het ionrooster zijn watermoleculen gebonden aan
de ionen (ion-dipoolbinding).
- Belangrijk: Cl, F, N, O, I, Br, H. in tweetallen. Binas 40A
Molecuulformules:
Covalentie, hoeveel atoombindingen een atoomsoort vormt (als het atoom geen lading heeft)
1: H,F,Cl,Br,I 2: O,S,Se 3: N,P 4: C