,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 ~ klacht vs kracht ................................................................................................................... - 3 -
Hoorcollege 2 ~ werkplezier/geluk/talent....................................................................................................... - 9 -
Hoorcollege 3 ~ positieve psychologie ......................................................................................................... - 12 -
Hoorcollege 4 ~ gezond en ongezond gedrag ............................................................................................... - 16 -
Hoorcollege 5 ~ invloeden en voorspellen van gezond gedrag....................................................................... - 21 -
Hoorcollege 6 & 7 ~ stress, coping en zelfvertrouwen ................................................................................... - 25 -
Hoorcollege 8 ~ verbinding, eenzaamheid en verlies .................................................................................... - 33 -
Hoorcollege 9 ~ seksuele gezondheid ......................................................................................................... - 41 -
Hoorcollege 10 ~ relaties ............................................................................................................................ - 47 -
Hoorcollege 11 ~ ethiek ............................................................................................................................. - 50 -
Hoorcollege 12 ~ psychopathologie ............................................................................................................ - 53 -
Hoorcollege 13 ~ angst, depressie en stemming ........................................................................................... - 56 -
Hoorcollege 14 ~ middelengebruik & verslaving .......................................................................................... - 65 -
Hoorcollege 15 ~ persoonlijkheidsstoornissen ............................................................................................. - 69 -
Hoorcollege 16 ~ eetstoornissen en slaapstoornissen.................................................................................... - 72 -
Hoorcollege 17 ~ suïcidepreventie .............................................................................................................. - 78 -
Hoorcollege 18 ~ psychosegevoeligheid ...................................................................................................... - 81 -
Hoorcollege 19 ~ trauma ............................................................................................................................ - 86 -
Hoorcollege 20 ~ rehabilitatie ..................................................................................................................... - 91 -
Hoorcollege 21 ~ herstelbenadering ............................................................................................................ - 96 -
Hoorcollege 22 ~ prenatal en babytijd ......................................................................................................... - 99 -
Hoorcollege 23 ~ peuter- en kleutertijd ..................................................................................................... - 102 -
Hoorcollege 24 ~ ontwikkelingsstoornissen ............................................................................................... - 105 -
Hoorcollege 24 ~ schooltijd ...................................................................................................................... - 109 -
Hoorcollege 25 ~ ouderdom .................................................................................................................... - 112 -
Hoorcollege 26 ~ dementie ...................................................................................................................... - 116 -
-2-
,Hoorcollege 1 ~ klacht vs kracht
Ampli+e
• Gericht op mensen
• Op+maliseren welbevinden en func+oneren
Preven+e
• Gericht op risicogroepen
• Voorkomen van uitval
Cura+e
• Gericht op mensen met ziekten en/of problemen
• Behandelen van problemen
Rehabilita+e
• Gericht op mensen die zijn uitgevallen door ziekte en/of problemen
• Par+cipa+e s+muleren
Onderzoek Health & Lifestyles (n = 9000)
® 15% van de mensen kon niemand bedenken die ‘heel gezond’ was.
® 10% kon niet beschrijven hoe het voor hen is om ‘zich gezond te voelen’
• Vooral jonge mannen en oudere vrouwen niet
o Jonge mannen waren al+jd al gezond, weinig ervaring met ziekte
o Oudere vrouwen voelden zich al lang niet meer gezond
Gezondheid kan je in verschillende categorieën interpreteren, voorbeelden:
• Niet ziek zijn (bv geen symptomen, geen bezoek aan arts etc.)
• Gedrag (bv ik zorg goed voor mezelf dus ik ben gezond)
• Psychosociaal welzijn (bv ik voel me in balans, tevreden, gelukkig daar om ben ik
gezond)
Defini+e gezondheid WHO:
® Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts
de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken.
• Maar wanneer is iemand volledig gezond?
o Soms voelen mensen zich wel gezond maar voldoen niet aan deze defini+e,
daarom een andere defini+e
Defini+e gezondheid Huber:
® Gezondheid is het dynamisch vermogen van mensen om zich aan te passen en zelf de
regie te voeren over hun welbevinden
• Door deze defini+e passen veel meer mensen onder de defini+e. Daarom kunnen
meer mensen zeggen dat ze gezondheid zijn.
-3-
, • Huber heeb gezondheid opgedeeld in 6 dimensies:
o Lichaamsfunc+es
§ Dit gaat over je lichaam:
§ Voorbeelden in foto
o Mentaal welbevinden
§ Dit gaat over hoe je je voelt en denkt:
§ Voorbeelden in foto
o Zingeving
§ Dit gaat over wat je leven betekenis
geeb:
§ Voorbeelden in foto
o Kwaliteit van leven
§ Hoe tevreden je bent met je leven:
§ Voorbeelden in foto
o Meedoen
§ Je plek in de samenleving:
§ Voorbeelden in foto
o Dagelijks func+oneren
§ Hoe je je leven regelt
§ Voorbeelden in foto
Gezondheid is niet dichotoom.
• Dit niet gezond of ongezond, maar een lijn of spinnenweb (zoals hierboven in de
foto).
Bio-Psycho-Sociaal model
• Alle factoren (biologisch, psychologisch en
sociaal) komen samen en zorgen ervoor hoe
kwetsbaar je bent.
o Dit betekent nog niet dat je ziek
wordt/bent (fysiek of mentaal)
o Dit betekent alleen hoe gevoelig iemand
is om door stress of tegenslagen
bepaalde klachten te ontwikkelen
• Deze kwetsbaarheden komen tot ui+ng door
ingrijpende levensgebeurtenissen
o Voorbeelden van ingrijpende
gebeurtenissen:
o Overlijden van een dierbare
o Rela+ebreuk
o Erns+ge ziekte of ongeluk
o Financiële problemen
• Als deze kwetsbaarheden tot ui+ng komen krijg je last van langdurige stress.
o Dit kan fysiek en mentaal zijn. Bijvoorbeeld har+nfarct voor fysiek en
depressie voor mentaal.
-4-