Consult beginnen
Begroeten
• Privacy patiënt
• Veiligheid
• Eigen houding
• Wees je bewust van je rol als fysio-podotherapeut
Vertrouwen winnen
• Relatiespanning verminderen
• IJsbreken
• Empathie (signalen tussen de regels door oppikken)
• Duidelijkheid scheppen
• (rol, doel, verloop van consult)
Grondbeginselen communicatieve vaardigheden
• Interpersoonlijke ruimtes
• De intieme zone (0-45 cm)
• De persoonlijke zone (45-120 cm)
• De sociale zone (120-360 cm)
• De publieke zone (360-750 cm of meer)
Communicatie heeft twee aspecten/sporen
,’Wat?’ (inhoudsaspect):
Medisch-inhoudelijk spoor:
Deskundig, gestructureerd nadenken over wat in het consult aan de orde komt en daar naar
handelen.
‘Hoe?’ (betrekkingsaspect):
Communicatief-interactief spoor:
Alles wat met bejegening, gespreksvoering en interactie te maken heeft.
2 sporen in communicatie: Anamnese
Medisch inhoudelijk spoor Communicatief interactief spoor
Fase I Kennismaking, contactlegging en Opening, begroeting, contact leggen,
aanleiding contactreden
Fase II Vraagverheldering en verkenning Exploratie, aandacht voor de
hoofdklacht hulpvraag en zorgen (verhaal patiënt)
Fase III Anamnese Voor de patiënt logisch uitvragen speciële
en algemene anamnese
Basiskader (para)medisch consult
Structuur bieden Begin van het consult Relatie opbouwen
Informatie inwinnen
Lichamelijk onderzoek
Uitleg en planning
Beëindiging van het consult
Gesprekstechnieken
• Open vragen – (wie, wat, waar, waarom, welke en hoe)
• Gesloten vragen –specifieke feiten
• Doorvragen in de diepte
• Doorvragen in de breedte
• Meningsgerichte vragen
• Suggestieve vragen
Gespreksvaardigheden
, • Samenvatten
• Signalen van cliënt onderzoeken
• Vragen naar gevoelens
• Begrip tonen/meebewegen
• Reflecteren op gevoelens
Luistervaardigheden
• Actieve houding aannemen
• Verbaal en non-verbaal aanmoedigen
• Herhalen
• Parafraseren
• Gebruik van stiltes
Valkuilen
• Dubbele vragen
• Te snel naar gesloten vragen
• Te oppervlakkig
• Te weinig luistertechnieken, te snel
Anamnese
• Anamnesis = herinnering (Grieks), is het eerste gesprek dat aan het onderzoek van
arts of paramedicus vooraf gaat.
Vormen
• Auto-anamnese (FT/PT - patiënt)
• Hetero-anamnese ( FT/PT – derden b.v. familie van de patiënt)
Doel?
• Kennismaking en contactlegging
• Verheldering van de klacht en hulpvraag
, • Verhelderen van de klachtbeleving
• Verhelderen van de ideeën, inzichten en hypothesen
• Toetsen en bijstellen van de hypothesen van de verwijzing
• Verzamelen van ontbrekende informatie voor onderzoekshypothesen
• Formuleren en mededelen van meerdere hypothesen
• Uitspreken van wederzijdse verwachtingen
• Basis voor het opstellen van een onderzoeksplan
Hypothese
• Expliciete veronderstelling
• Veronderstelling = aanname, gedachte, gissing, speculatie, vermoeden.
Structuur
• Open patiëntgerichte fase:
Biedt ruimte voor het eigen verhaal van de patiënt.
• Fysio-podotherapeut gestuurde fase:
Gekenmerkt door inhoudelijke analyse en toetsing van hypothesen.
Inhoud anamnese
1. Personalia van de patiënt
2. Hulpvraag
3. Gezondheidsprobleem en toestand
4. Historie en beloop
5. Invloeden op het probleem
6. Relatie met vroegere en andere problemen
7. Behandeling en resultaten
8. Restricties en adviezen
9. Contra-indicaties
10. Individuele omstandigheden
11. Verwachtingen
12. Lekenoordeel
13. Oplossing van de patiënt
ICF mode len oefencasuistieken
'International Classification of Functioning, Disability and Health'
ICF Schema
Ziekte/aandoening