Noor de Koning
11 MEI 2020
Wat is het effect van preoperatieve voorbereiding in vergelijking met de
aanwezigheid van een ouder bij kinderen met preoperatieve angst?
AANVULLENDE GEGEVENS
Studentnummer: 500773877
Project: Klinisch Redeneren Chronisch Zieken Klas: 3IKZ-AN
Studiegidsnummer: 3519KRCZOP
Examinator: Marije Reurink
Aantal woorden: 3250
,INHOUD
Inleiding 3
Casus 3
Gevalsbeschrijving 4
Voorgeschiedenis 4
Prevalentie en incidentie 4
Pathofysiologie 4
Beloop 5
ICF-model 5
Ethisch en juridisch aspect 6
Verpleegkundige diagnose 6
Betrokken disciplines 6
Multidisciplinaire samenwerking 6
Gezondheidsprobleem 7
Methode 8
In-en exclusiecriteria 9
Verdieping 10
Bespreking 15
Interventies 15
Aangrijpingspunt 15
Werkingsmechanismen 15
Haalbaarheid 15
Aanvaardbaarheid 15
Discussie 16
Rol verpleegkundige 16
Kritische Blik 16
Antwoord vraagstelling 16
Bronnenlijst 17
Logboek 19
INLEIDING
2
, CASUS
Mees is een Nederlandse jongen van 15 jaar oud. Hij woont samen met zijn
ouders en twee jongere broertjes in Amsterdam. Mees komt op de operatiekamer
(OK) met een recidief neuroblastoom met uitzaaiingen. Omdat een recidief
moeilijk te behandelen is, zal voor een mogelijke behandelingsoptie, eerst de
oorzaak van terugkeer verklaart moeten worden door een biopsie met DNA-
onderzoek.
Door de omstandigheden gaat Mees al voor een lange tijd niet naar school en
heeft naast een flinke leerachterstand nog maar weinig contact met vriendjes en
vriendinnetjes. De jongen heeft weinig energie, vermaakt zich vooral met zijn
IPad en is veel gaan eten. Mees is momenteel 145 cm lang en weegt 86 kg,
volgens zijn Body Mass Index (BMI) van 40,9 valt hij in de categorie obesitas.
Sinds een half jaar is er een diëtiste ingeschakeld.
Mees is naast zijn angst om de controle te verliezen en zich over te moeten
geven aan het operatieteam, ook bang voor naalden. Hierdoor is er afgesproken
met de anesthesioloog dat Mees op de kap wordt ingeleid met dampvormig
anestheticum en onder narcose geprikt zal worden om de anesthesie te
onderhouden.
De dag van de operatie komt Mees onrustig binnen op de operatiekamer, hij
heeft zijn IPad in zijn handen maar kan hier weinig afleiding in vinden. Op de
operatietafel begint de jongen te huilen en te schreeuwen. Volgens protocol van
het ziekenhuis zijn vader en pedagogisch medewerker aanwezig, vader geeft toe
het zelf ook spannend te vinden. De anesthesiemedewerker vraagt Mees een
droom uit te kiezen, maar hij geeft aan dat hij de ‘verpleegkundige trucjes’ om
hem gerust te stellen wel kent, en deze hebben dan ook weinig tot geen
resultaat.
Na 30 min vertraging moet Mees echt ingeleid worden. Vader geeft een knikje
dat hij het er mee eens is, de anesthesioloog zet het kapje op Mees zijn neus en
mond, drukt het stevig aan zodat het dampvormig anestheticum zijn werk kan
doen. Mees huilt en schreeuwt, beweegt wild. De anesthesioloog houdt het kapje
vast en de anesthesiemedewerker en operatieassistenten assisteren bij het
vasthouden van de jongen. Mees valt langzaam in slaap.
Zoals hierboven beschreven zijn er bij Mees meerdere interventies toegepast,
waaronder een uit het vaste protocol van het ziekenhuis, de aanwezigheid van
een ouder. Doordat dit bij Mees geen resultaat heeft geboden wordt in deze
casestudy een nieuwe interventie, nog niet toegepast bij Mees, onderzocht en
vergeleken met de standaardinterventie, de aanwezigheid van een ouder.
Dit maakt de volgende onderzoeksvraag: Wat is het effect van preoperatieve
voorbereiding in vergelijking met de aanwezigheid van een ouder, bij kinderen
met preoperatieve angst?
GEVALSBESCHRIJVING
3