2025/2026
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 2
Week 1 3
Week 2 15
Week 3 25
Week 4 34
2
, Week 1
What is a theory (slide 23)
Een theorie is een systeem van uitspraken dat probeert een fenomeen uit de echte wereld te
beschrijven, verklaren en voorspellen.
Een theorie bestaat uit twee bouwstenen:
Constructs zijn abstracte concepten — dingen die je niet direct kunt meten of zien. Bijvoorbeeld:
"winstgevendheid" of "motivatie". Het zijn de onderwerpen waar je theorie over gaat.
Propositions zijn de relaties tussen die constructs. Ze beschrijven hoe de ene construct de andere
beïnvloedt. Bijvoorbeeld: "meer motivatie leidt tot betere prestaties." Een proposition moet altijd
falsifieerbaar zijn — dat betekent dat het in principe ook weerlegd kan worden.
Samen moeten deze twee dingen een uitleg geven die:
● Logical is (alles klopt met elkaar)
● Systematic is (er zit een duidelijke structuur in)
● Coherent is (de onderdelen passen bij elkaar)
● Geldt binnen bepaalde boundaries — een theorie geldt niet altijd overal, maar binnen bepaalde
grenzen
Kort gezegd: een theorie vertelt je waarom iets gebeurt, niet alleen dat het gebeurt. Dat onderscheid —
het "why" — is het belangrijkste kenmerk.
… and good theory (slide 24)
Deze slide bouwt verder op de vorige. Het verschil tussen een gewone theorie en een goede theorie zit in
vier kenmerken:
Explicit betekent dat alles duidelijk en helder is opgeschreven. Je mag niets verborgen houden of vaag
laten. De constructs en propositions moeten voor iedereen begrijpelijk zijn, niet voor interpretatie vatbaar.
Measurable betekent dat je de constructs ook daadwerkelijk kunt meten in de echte wereld. Als je iets
niet kunt meten, kun je ook niet controleren of je theorie klopt. Dit hangt samen met het verschil tussen
een construct (abstract, niet meetbaar) en een variable (de meetbare versie van een construct).
Generalizable betekent dat de theorie niet alleen geldt voor één specifiek bedrijf of situatie, maar breder
toepasbaar is. Een goede theorie werkt binnen duidelijk omschreven grenzen (boundaries) voor
meerdere situaties.
Falsifiable is misschien wel het belangrijkste. Dit betekent dat een theorie in principe weerlegd moet
kunnen worden. Als een theorie altijd waar is, ongeacht wat er gebeurt, dan zegt ze eigenlijk niets. Je
moet een situatie kunnen bedenken waarin de theorie fout zou zijn.
Theory is about abstraction from the observable (slides 26 & 27)
3