Inhoud:
H. 1 Criminaliteit, de crimineel en criminologie
H. 2 Overtreders en niet-overtreders: wat is het verschil?
H. 3 Een bredere visie op criminaliteit
H. 4 Seriemoordenaars
H. 5 De politie in relatie tot criminaliteit
H. 7 Enkele conclusies
H. 1 Criminaliteit, de crimineel en criminologie
Criminaliteit is het gedrag dat is verboden door de strafwet en de crimineel is de persoon die dit
gedrag uitvoert
Michael en Adler (1933): ‘The most precise and least ambiguous definition of crime is that which
defines it as behaviour which is prohibited by the criminal code’.
Thorsten Sellin (1938) wees op het feit dat strafrecht vaak is gebaseerd op de waarden van de meest
machtige groep in de samenleving, zelfs in een democratie, in plaats van de waarden van de
bevolking. Wat als criminaliteit wordt beschouwd varieert per tijd en maatschappij.
Hij vindt dat oorsprong en schendingen van gedragsnormen bestudeerd moet worden. Hij gebruikte
het begrip criminaliteit alleen voor handelingen die als strafbaar worden gezien door de strafwetten.
Begrip deviant gedrag werd onderwerp van onderzoeken ipv criminaliteit.
Edwin Sutherland: geinteresseerd in daden die werden gepleegd door zakenmensen en professionals
(white-collar crime). Criminologen lieten dit links liggen.
Edwin Sutherland: ‘legal description of an act as socially injurious and legal provision of a penalty for
the act’ (def. criminaliteit). Hier gaat het ook om andere wetten dan strafwetten. 3 redenen voor de
mildheid tov witteboordencriminaliteit: hogere status van daders, afwezigheid van een punitieve
reactie (er is geen straf die hun kan laten voelen wat ze hebben gedaan), relatief onderontwikkelde
publieke vijandigheid tegenover deze daders.
Paul Tappan (1947): ‘Als het mogelijk is dat berechte daders niet representatief zijn voor de personen
die de strafwet hebben geschonden, representeert dit een serieus probleem voor de problemen die
generalisaties proberen te maken over criminelen’. Maar het zou verkeerd zijn om iemand die niet
veroordeeld is, toch als crimineel te identificeren.
Herman en Julia Schwendinger (1970): identificeren basis mensenrechten ipv wettelijk regels voor
criminaliteit te definiëren. ‘Mensen, sociale relaties en sociale systemen die de mensenrechten
negeren of afwijzen zijn crimineel’. (Politieke definitie).
Sociale constructie van criminaliteit: ‘criminaliteit is het resultaat van de handelingen van
machtsvertegenwoordigers’.
,Criminologie is de studie naar criminaliteit en de crimineel. Het is multidisciplinair. Zorgt voor 2
punten. 1). Vermenging van disciplines is interessant, maar zorgt ook voor moeilijkheden. Ze gaan uit
van hun eigen uitgangspunten en hebben eigen perspectieven. 2). De claim van de criminologie om
een eigen discipline te zijn.
Lombroso: de crimineel is een apart soort mens en kan worden gedifferentieerd van de niet-
criminelen.
De overheid kan zoeken naar patronen in criminaliteit en kon de praktijk van politie en
gevangenissen in de gaten houden.
Klassieke school: ‘problemen die mensen hebben moeten worden opgelost door reden in plaats van
traditie, religie of bijgeloof toe te passen’. De middenklasse zocht een manier om zichzelf los te
maken van monarchie, aristrocatie en de kerk. Straffen moesten niet voor onnodig lijden zorgen en
moesten proportioneel zijn tov de gepleegde daad. Er waren een aantal aannames:
-Menselijke natuur: mensen zijn zelfzuchtige en rationele schepsels die in staat zijn om eigen keuzes
te maken en zich naar die keuzes te gedragen. Ze hebben een vrije wil. (Iedereen is gelijk voor wet)
- Concept maatschappij of sociale orde: mensen zelfzuchtig -> conflicten. Mensen rationeel -> zien
voordelen in opgeven van gedeelte van hun vrijheid door accepteren van wetten, in ruil voor
bescherming van leven en eigendom van soevereine staat. (= sociaal contract, basis van sociale
orde). Schending wet -> schending contract -> rechtvaardigt recht om te straffen
-Oorzaken criminaliteit: mensen rationeel -> kan zijn dat plezier/winst boven pijn van straf gaat. Ze
kunnen ook irrationele beslissingen nemen.
-Beleidsimplicaties: strafrecht moet worden onderworpen aan de rechtsstaat en straffen moeten
bekend zijn, vastgesteld en zwaar genoeg om te ontmoedigen.
Klassieke school heeft veel invloed gehad in rechtsgebied, strafrecht en manieren van straffen.
Aanname dat iedereen gelijk is voor de wet levert problemen op tov kinderen en geesteszieken.
Klassieke school in puurste vorm focust op de criminaliteit ipv de dader en lijkt de verschillen tussen
individuen, die kunnen zorgen voor de verantwoording tov hun daad, te vergeten.
De positivistische Italiaanse school: Lombroso (1876): gebasseerd op biologie en evolutietheorie van
Darwin. Criminelen te herkennen aan fysieke kenmerken. Criminelen lijken op wilden en apen, ze zijn
throw-backs/atavistisch.
Ferri en Garofalo: criminaliteit heeft verschillende oorzaken en het is belangrijk om te kijken naar de
psychologische en sociale oorzaken naast de biologische kenmerken (tegen Lombroso).
Positivisme onderscheidt zichzelf van klassieke school doordat ze vinden dat menselijk gedrag
afhangt van meer factoren dan alleen vrije wil. Positivisme richt zich op wetenschappelijke
onderzoeken.
Goring: tegen het idee dat criminaliteit te wijten is aan omgevingsfactoren
Nature (inherente eigenschappen van het individu) en nurture (omgevingsfactoren)
, H. 2. Overtreders en niet overtreders, wat is het verschil?
2 benaderingen tegenover elkaar:
1). ‘Kinds of people theories’ (Albert Cohen, 1966).
2). Mensen die criminaliteit plegen zijn niet een speciaal soort mens. Kijken naar de situatie of de
omstandigheden waarin mensen criminaliteit plegen.
Criminaliteit is een fenomeen dat tot stand komt door een complex proces van interacties tussen
verschillende elementen.
Als de complexen begrepen worden kunnen risicofactoren worden gesignaleerd (spot the difference)
Biological approaches:
interesse in eventuele link tussen fysieke karakteristieken en criminaliteit. Hooton vond net als
Lombroso dat de crimineel een apart soort mens is die kan worden herkend aan verschillende
lichaamskenmerken.
Adoptiestudies hebben aangetoond dat er een sterkere relatie is tussen de criminele veroordelingen
van biologische ouders en hun kinderen die zijn geadopteerd, dan tussen de adoptieouders en de
geadopoteerde kinderen.
Rutter (1998): er is veel bewijs dat criminaliteit grotendeels te wijten is aan problemen in de
hersenen.
Er wordt vaak beargumenteerd dat het biologisch perspectief de aandacht wegneemt van een groter
sociaal, economisch en politieke context terwijl deze factoren van belang zijn voor een goed begrip
omtrent criminaliteit.
Psychologische benaderingen:
Psychologie is een discipline die zoekt naar het begrip en uitleg van menselijk gedrag en mentale
processen.
Psychiatrie is gespecialiseerd in begrip en behandeling van mentale ziektes en stoornissen.
Garland (1985): geeft aan dat er een hechte relatie is tussen psychiatrie en criminologie. Medische
rechten socioloog: bewijs voeren voor de rechtbank, classificeren, diagnoses stellen en regimes
ontwikkelen voor medische beslissingen in de gevangenissen.
Cyril Burt (1925) : onderzoek The Young Delinquent. Delinquentie is gevolg van verschillende
combinaties van factoren (slechte discipline, slechte familierelaties en bepaalde temperamenttypes)
Volgens Atikinson zijn er 5 hoofdperspectieven in de moderne psychologie:
- Biologisch perspectief: probeert gedrag te begrijpen door te verwijzen naar elektro en chemische
processen die in het lichaam plaatsvinden en dan met name in het hersen-en zenuwstelsel
- Psychoanalytische benadering: mensen hebben een complex innerlijk geestelijk leven. Het meeste
hiervan vindt plaats op een onbewust niveau. Deze processen zijn de sleutel tot het begrijpen van
gedrag
- Gedragsmatige benadering: gerelateerd aan het werk van Skinner. De focus ligt vooral op het naar
H. 1 Criminaliteit, de crimineel en criminologie
H. 2 Overtreders en niet-overtreders: wat is het verschil?
H. 3 Een bredere visie op criminaliteit
H. 4 Seriemoordenaars
H. 5 De politie in relatie tot criminaliteit
H. 7 Enkele conclusies
H. 1 Criminaliteit, de crimineel en criminologie
Criminaliteit is het gedrag dat is verboden door de strafwet en de crimineel is de persoon die dit
gedrag uitvoert
Michael en Adler (1933): ‘The most precise and least ambiguous definition of crime is that which
defines it as behaviour which is prohibited by the criminal code’.
Thorsten Sellin (1938) wees op het feit dat strafrecht vaak is gebaseerd op de waarden van de meest
machtige groep in de samenleving, zelfs in een democratie, in plaats van de waarden van de
bevolking. Wat als criminaliteit wordt beschouwd varieert per tijd en maatschappij.
Hij vindt dat oorsprong en schendingen van gedragsnormen bestudeerd moet worden. Hij gebruikte
het begrip criminaliteit alleen voor handelingen die als strafbaar worden gezien door de strafwetten.
Begrip deviant gedrag werd onderwerp van onderzoeken ipv criminaliteit.
Edwin Sutherland: geinteresseerd in daden die werden gepleegd door zakenmensen en professionals
(white-collar crime). Criminologen lieten dit links liggen.
Edwin Sutherland: ‘legal description of an act as socially injurious and legal provision of a penalty for
the act’ (def. criminaliteit). Hier gaat het ook om andere wetten dan strafwetten. 3 redenen voor de
mildheid tov witteboordencriminaliteit: hogere status van daders, afwezigheid van een punitieve
reactie (er is geen straf die hun kan laten voelen wat ze hebben gedaan), relatief onderontwikkelde
publieke vijandigheid tegenover deze daders.
Paul Tappan (1947): ‘Als het mogelijk is dat berechte daders niet representatief zijn voor de personen
die de strafwet hebben geschonden, representeert dit een serieus probleem voor de problemen die
generalisaties proberen te maken over criminelen’. Maar het zou verkeerd zijn om iemand die niet
veroordeeld is, toch als crimineel te identificeren.
Herman en Julia Schwendinger (1970): identificeren basis mensenrechten ipv wettelijk regels voor
criminaliteit te definiëren. ‘Mensen, sociale relaties en sociale systemen die de mensenrechten
negeren of afwijzen zijn crimineel’. (Politieke definitie).
Sociale constructie van criminaliteit: ‘criminaliteit is het resultaat van de handelingen van
machtsvertegenwoordigers’.
,Criminologie is de studie naar criminaliteit en de crimineel. Het is multidisciplinair. Zorgt voor 2
punten. 1). Vermenging van disciplines is interessant, maar zorgt ook voor moeilijkheden. Ze gaan uit
van hun eigen uitgangspunten en hebben eigen perspectieven. 2). De claim van de criminologie om
een eigen discipline te zijn.
Lombroso: de crimineel is een apart soort mens en kan worden gedifferentieerd van de niet-
criminelen.
De overheid kan zoeken naar patronen in criminaliteit en kon de praktijk van politie en
gevangenissen in de gaten houden.
Klassieke school: ‘problemen die mensen hebben moeten worden opgelost door reden in plaats van
traditie, religie of bijgeloof toe te passen’. De middenklasse zocht een manier om zichzelf los te
maken van monarchie, aristrocatie en de kerk. Straffen moesten niet voor onnodig lijden zorgen en
moesten proportioneel zijn tov de gepleegde daad. Er waren een aantal aannames:
-Menselijke natuur: mensen zijn zelfzuchtige en rationele schepsels die in staat zijn om eigen keuzes
te maken en zich naar die keuzes te gedragen. Ze hebben een vrije wil. (Iedereen is gelijk voor wet)
- Concept maatschappij of sociale orde: mensen zelfzuchtig -> conflicten. Mensen rationeel -> zien
voordelen in opgeven van gedeelte van hun vrijheid door accepteren van wetten, in ruil voor
bescherming van leven en eigendom van soevereine staat. (= sociaal contract, basis van sociale
orde). Schending wet -> schending contract -> rechtvaardigt recht om te straffen
-Oorzaken criminaliteit: mensen rationeel -> kan zijn dat plezier/winst boven pijn van straf gaat. Ze
kunnen ook irrationele beslissingen nemen.
-Beleidsimplicaties: strafrecht moet worden onderworpen aan de rechtsstaat en straffen moeten
bekend zijn, vastgesteld en zwaar genoeg om te ontmoedigen.
Klassieke school heeft veel invloed gehad in rechtsgebied, strafrecht en manieren van straffen.
Aanname dat iedereen gelijk is voor de wet levert problemen op tov kinderen en geesteszieken.
Klassieke school in puurste vorm focust op de criminaliteit ipv de dader en lijkt de verschillen tussen
individuen, die kunnen zorgen voor de verantwoording tov hun daad, te vergeten.
De positivistische Italiaanse school: Lombroso (1876): gebasseerd op biologie en evolutietheorie van
Darwin. Criminelen te herkennen aan fysieke kenmerken. Criminelen lijken op wilden en apen, ze zijn
throw-backs/atavistisch.
Ferri en Garofalo: criminaliteit heeft verschillende oorzaken en het is belangrijk om te kijken naar de
psychologische en sociale oorzaken naast de biologische kenmerken (tegen Lombroso).
Positivisme onderscheidt zichzelf van klassieke school doordat ze vinden dat menselijk gedrag
afhangt van meer factoren dan alleen vrije wil. Positivisme richt zich op wetenschappelijke
onderzoeken.
Goring: tegen het idee dat criminaliteit te wijten is aan omgevingsfactoren
Nature (inherente eigenschappen van het individu) en nurture (omgevingsfactoren)
, H. 2. Overtreders en niet overtreders, wat is het verschil?
2 benaderingen tegenover elkaar:
1). ‘Kinds of people theories’ (Albert Cohen, 1966).
2). Mensen die criminaliteit plegen zijn niet een speciaal soort mens. Kijken naar de situatie of de
omstandigheden waarin mensen criminaliteit plegen.
Criminaliteit is een fenomeen dat tot stand komt door een complex proces van interacties tussen
verschillende elementen.
Als de complexen begrepen worden kunnen risicofactoren worden gesignaleerd (spot the difference)
Biological approaches:
interesse in eventuele link tussen fysieke karakteristieken en criminaliteit. Hooton vond net als
Lombroso dat de crimineel een apart soort mens is die kan worden herkend aan verschillende
lichaamskenmerken.
Adoptiestudies hebben aangetoond dat er een sterkere relatie is tussen de criminele veroordelingen
van biologische ouders en hun kinderen die zijn geadopteerd, dan tussen de adoptieouders en de
geadopoteerde kinderen.
Rutter (1998): er is veel bewijs dat criminaliteit grotendeels te wijten is aan problemen in de
hersenen.
Er wordt vaak beargumenteerd dat het biologisch perspectief de aandacht wegneemt van een groter
sociaal, economisch en politieke context terwijl deze factoren van belang zijn voor een goed begrip
omtrent criminaliteit.
Psychologische benaderingen:
Psychologie is een discipline die zoekt naar het begrip en uitleg van menselijk gedrag en mentale
processen.
Psychiatrie is gespecialiseerd in begrip en behandeling van mentale ziektes en stoornissen.
Garland (1985): geeft aan dat er een hechte relatie is tussen psychiatrie en criminologie. Medische
rechten socioloog: bewijs voeren voor de rechtbank, classificeren, diagnoses stellen en regimes
ontwikkelen voor medische beslissingen in de gevangenissen.
Cyril Burt (1925) : onderzoek The Young Delinquent. Delinquentie is gevolg van verschillende
combinaties van factoren (slechte discipline, slechte familierelaties en bepaalde temperamenttypes)
Volgens Atikinson zijn er 5 hoofdperspectieven in de moderne psychologie:
- Biologisch perspectief: probeert gedrag te begrijpen door te verwijzen naar elektro en chemische
processen die in het lichaam plaatsvinden en dan met name in het hersen-en zenuwstelsel
- Psychoanalytische benadering: mensen hebben een complex innerlijk geestelijk leven. Het meeste
hiervan vindt plaats op een onbewust niveau. Deze processen zijn de sleutel tot het begrijpen van
gedrag
- Gedragsmatige benadering: gerelateerd aan het werk van Skinner. De focus ligt vooral op het naar