EXAMEN MET VRAGEN EN NAUWKEURIGE ANTWOORDEN
Zijbeuk
De lagere parallelle ruimtes aan weerszijden van het middenschip,
gescheiden door een rij kolommen of bogen.
Transept
Het dwars- of kruisschip van een kerk dat loodrecht op het middenschip
staat, waardoor het gebouw een kruisvorm krijgt.
Koor (architectuur)
De ruimte aan het oostelijke uiteinde van een kerk waar zich het
hoofdaltaar bevindt; vaak de plek voor de geestelijkheid.
Straalkapellen
Kleine, kransvormig aangebouwde kapelletjes rondom de ronding van
het koor (de apsis) in gotische kathedralen.
,Sluitsteen
De centrale, wigvormige steen op het allerhoogste punt van een boog
of gewelf die de hele constructie klemzet en vergrendelt.
Historisme / Eclectisme (19e eeuw)
Bouwstijl waarbij men stijlen uit het verleden letterlijk kopieerde of
combineerde (zoals neogotiek, neorenaissance of neobarok).
Pierre Cuypers
De bekendste Nederlandse historicistische architect van de 19e eeuw;
ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam.
Arts and Crafts-beweging
Engelse kunststroming die zich verzette tegen de zielloze industriële
massaproductie en pleitte voor de terugkeer naar ambacht, eenvoud en
natuurlijke materialen.
Zweepslaglijn
De dynamische, asymmetrisch golvende lijn die hét belangrijkste
decoratieve kenmerk vormt van de Art Nouveau.
, H.P. Berlage
Grondlegger van de moderne Nederlandse architectuur (Rationalisme);
ontwerper van de Beurs van Berlage in Amsterdam.
Schoon metselwerk
Metselwerk dat niet met een stuclaag wordt afgedekt, maar puur en
zichtbaar blijft als onderdeel van de esthetiek en eerlijkheid van het
gebouw.
Le Corbusier
Frans-Zwitserse architect en een van de belangrijkste pioniers van het
Modernisme; ontwerper van de 'Villa Savoye'.