Week 1
Uit welke dimensies bestaat het begrip staat (driehoeksmodel)?
Het normatieve moment. Dit is het positieve recht. Het recht wat nu geldig
is.
Het ideële moment. Dit is hoe het recht zou moeten zijn
Het actuele moment. Dit is de wisselwerking tussen het recht en de
samenleving
Wat is objectief recht en subjectief recht?
Objectief recht = het geheel aan geldende rechtsregels
Subjectief recht = het persoonlijke recht wat men kan ontlenen uit het het
objectieve recht.
Wat is publiekrecht en privaatrecht?
Publiekrecht regelt de verhouding tussen burger en overheid.
Privaatrecht regelt de verhouding tussen burgers onderling.
Wat is formeel en materieel recht?
Formeel recht wordt gemaakt door de Regering en Staten-Generaal.
Materieel recht wordt gemaakt door andere organen. Dit zijn algemeen
verbindende voorschriften. Denk aan AMvB en AVV’s.
Wat is dwingend recht en wat is aanvullend recht?
Dwingend recht betekend dat je hier niet van af mag wijken.
Aanvullend recht geven een richtlijn hoe je onderling iets kan regelen en
vullen aan waar nodig.
Hoe is de rechterlijke organisatie in de rechtsgang in Nederland
georganiseerd?
Als eerst heb je de Rechtbanken, daarna het Gerechtshof en als laatst de
Hoge Raad.
Week 2
Wat betekend rechtsbron in juridische zin?
Een rechtsbron is het geldende Nederlandse recht. Dit zijn verdragen, de
wet, jurisprudentie en gewoonte.
, Wat is een rechtsbeginsel en beargumenteer in hoeverre
rechtsbeginselen in Nederland tot het geldende recht behoren.
Dit zijn beginselen over hoe het recht zou moeten functioneren.
Rechtsbeginselen zijn er in geschreven en ongeschreven recht. Beide
behoren zij tot het geldende recht in Nederland. Ze bevorderen
rechtvaardigheid en legitimiteit van de staat.
Wat zijn de beginselen van behoorlijke rechtspraak?
Hiervoor kijken we naar art 6 EVRM:
- Eerlijke behandeling
- Openbare behandeling
- Binnen een redelijk termijn
- Onafhankelijk en onpartijdigheid van de rechter
- Toegang tot de rechter
- Onschuldpresumptie
Wat is de precedentenwerking?
Dit betekend dat eerdere jurisprudentie gebruikt mag worden in nieuwere
vergelijkbare zaken. Dit kan wanneer;
1. De rechter een nieuwe regel vormt
2. Wanneer het beide partijen bindt
Wat betekend Ius Cogens?
Dit zijn dwingende normen van internationaal recht. Denk aan het verbod
op discriminatie.
Wat betekend Pacta Sunt Servanda?
Afspraak is afspraak en deze moet worden nagekomen.
Wat is het verschil tussen een monistisch stelsel en een
dualistisch stelsel?
Bij een dualistisch stelsel hebben internationale verdragen geen directe
werking in nationale rechtsordes. Deze moeten eerst nog worden
omgezet. Bij een monistisch stelsel hebben verdragen directe werking in
een lidstaat. Nederland is een gematigd monistisch land.
Welke voorwaarden heeft Nederland bij de directe werking van
verdragen?
Hiervoor kijken we naar art 93 Gw. Hierin staat dat een verdrag directe
werking heeft als het eenieder kan verbinden.
Wat zijn de voorwaarden van gewoonterecht?