ALGEMENE LEERDOELEN
,1. De centrale elementen en indelingen van het Nederlandse
rechtssysteem uitleggen en toepassen. Daarbij gaat het o.a. om de
rechtsbronnen; kernbegrippen en beginselen van rechtsvinding en
rechtsvindingtechnieken; kernbegrippen en beginselen van de
democratische rechtsstaat; beginselen van behoorlijk procesrecht
(corresponderend met eindterm 1 en 6 bacheloropleiding
Rechtsgeleerdheid).
2. De kernbegrippen en beginselen van het privaatrecht (het systeem,
het verbintenissenrecht), het strafrecht (het systeem, de
strafrechtelijke procedure, de rechtvaardigingen van straf, schuld en
opzet) en het bestuursrecht (het systeem, Algemene wet
bestuursrecht, beginselen van behoorlijk bestuur) uitleggen en
toepassen (corresponderend met eindterm 1 bacheloropleiding
Rechtsgeleerdheid);
3. Uitleggen wat de centrale waarden en basisstructuur van de
Europese Unie en de Raad van Europa (inclusief het EHRM en EVRM)
zijn en wat de verhouding is tussen nationaal recht, internationaal
recht en Europees recht (corresponderend met eindterm 3
bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid);
4. Uitleggen dat recht meer is dan een systeem van normen, maar dat
het functioneert in een sociale (maatschappelijke) context en
daarbinnen positieve en negatieve consequenties heeft voor mensen
(corresponderend met eindterm 5 bacheloropleiding
Rechtsgeleerdheid);
5. Uitspraken van Nederlandse (en internationale) rechterlijke
instanties lezen en begrijpen; de structuur van een arrest
herkennen; in staat zijn om de feiten en de rechtsvraag te vinden;
lokaliseren en begrijpen van de argumentatie van een rechterlijke
instantie (corresponderend met eindterm 7 bacheloropleiding
Rechtsgeleerdheid);
6. De wettenbundel gebruiken om rechtsregels uit de wet en
internationale verdragen op te zoeken, te lezen en toe te passen
(corresponderend met eindterm 7 bacheloropleiding
Rechtsgeleerdheid);
7. Eenvoudige juridische casus op lossen (corresponderend met
eindtermen 12 en 14 bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid);
8. Schriftelijk gestructureerd antwoord geven op een open
(tentamen)vraag (corresponderend met eindterm 15
bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid).
,Week 1 – Het rechtsbegrip
LEERDOELEN
1. Uitleggen uit welke dimensies het rechtsbegrip staat (het
driehoeksmodel van het recht) en kan deze dimensies ook
toepassen binnen een casus.
2. De basis-tweedeling uitleggen in het recht (recht in subjectieve zin
en recht in objectieve zin; publiekrecht, privaatrecht en functionele
rechtsgebieden; formeel en materieel recht; dwingend en
aanvullend).
3. Uitleggen in grote lijnen hoe de rechterlijke organisatie in de
rechtsgang in Nederland is georganiseerd, in het bijzonder voor het
burgerlijk procesrecht.
4. Verschillende interpretatiemethode uitleggen en herkennen in
teksten.
SAMENVATTING
Een juridisch probleem is een probleem waarbij het antwoord in het
rechtssysteem wordt gezocht.
Het rechtsbegrip “recht” kan verder worden uitgewerkt met behulp van
het arrest Wrongful Birth.
In 1999 raakte een vrouw ongewenst zwanger als gevolg van een
beroepsfout van haar arts. De rechtsvraag was; krijgt de vrouw
vergoedingen voor de kosten die zij moet maken naar aanleiding van de
geboorte van het kind? De HR antwoorde met ja. Hier is bezwaar tegen
ingediend. Er werd gezegd dat het toekennen van deze vergoeding, het
kind laten kan belemmeren met zijn ongewenstheid. De HR vond dat dit
niet voldoende grond bood. Dit heet een ‘ober dictum’ motivering.
Ober Dictum =
1. Het wettelijk kader is op zichzelf kennelijk niet doorslaggevend
2. Kennelijk wordt een verder reikende legitimatie wenselijk geacht.
Een die verder gaat dan enkel de partijen, maar die rekening houdt
met de samenleving.
Ronald Dworkin:
, Een principe is een rechtsbeginsel dat de uitdrukking vormt van een
morele waarde dat gevolgd moet worden omdat de gerechtigheid dat
vereist. Zij is verbonden met de centrale waarden van onze cutuur.
Ronald Dworkin:
Een policy is een beleidsdoel met trekking tot een wenselijke
maatschappelijke situatie. Zij is verbonden met de mogelijke effecten en
de wenselijke eindtoestand.
Het arrest Wrongful Birth laat zien dat rechters zich niet beperken tot
argumenten die zij uitdrukkelijk aan rechtsbronnen ontlenen, maar dat zij
ook rekening houden met normen en waarden.
Art 49 lid 2 Reglement Verkeersregels en Verkeerstegels -> zebrapad; het
driehoeksmodel
‘Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een
gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats
oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan.’
3 dingen zijn opvallend:
1. De wettelijke regel wordt beschermd door een sanctie. De wettelijke
regel onderscheidt zich van andere normatieve regels. Wettelijke
regels hebben namelijk een bestraffende sanctie als gevolg.
2. De wettelijke regen dient de waarden en idealen van het recht. De
wettelijke regel heeft het doel om zwakkere verkeersdeelnemers te
beschermen, de waarden en idealen van het recht komen tot uiting.
3. De wettelijke regel vindt in de praktijk vaak een andere uitwerking.
Het gaat er in de praktijk anders aan toe. Er is vaak spanning tussen
wat het recht als regel voorschrijft en hoe het er in de praktijk aan
toe gaat.
Driehoeksmodel:
- Het normatieve (juridische) moment
= Het positieve recht. Het geheel van regels, beslissingen en
beginselen. Het recht dat op een bepaalde tijd en plaats geldt. Geeft
aan wat geboden en verboden is. Rechtmatig handelen vs
onrechtmatig handelen.
- Het ideële (filosofische) moment
= Dit is het geheel van ideeën, opvattingen en waarden dat als
leidraad fungeert voor het positieve recht. Er is spanning tussen het
wenselijke recht ( de lege ferenda) en het geldende recht (de lege
lata).
- Het actuele (sociologische) moment
= Dit is de combinatie van het geheel aan maatschappelijke
gebruiken dat tot het positieve recht heeft geleid en het geheel aan
maatschappelijke gebruiken dat uit het recht voortvloeit. Dit is de
wisselwerking van het recht en de samenleving. Rechtssociologen
spreken van een discrepantie (een onderlinge afwijking) tussen law
in the books and law in action.