Strafrecht
1x afwezig
,Week 2 – Uitgangspunten van het straf(proces)recht
LEERDOELEN
1. Verschil materieel en formeel strafrecht
2. Op welke manieren kunnen strafbare feiten worden ingedeeld
3. Verschil bestanddelen en elementen
4. Structuur van het strafbare feit uiteenzetten
5. Betekenis legaliteitsbeginsel
6. Beslissingsmodel uitwerken en toepassen op een casus (art 350 t/m
352 Sv)
HOORCOLLEGE 2
Doel van het strafrecht
= bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
Strafdoelen:
Vergelding
Speciale preventie
Generale preventie
Herstel
Bronnen van het strafrecht
1. De wet
2. Jurisprudentie
3. Verdragen en Unierechtelijke regelgeving
Materieel strafrecht = belangrijkste algemene leerstukken voor
strafrechtelijke aansprakelijkheid (inhoud van het strafrecht)
Formeel strafrecht = procedures die moeten worden gevolgd om iemand
strafrechtelijk aansprakelijk te houden
Sanctierecht = voorwaarden waaronder straffen mogen worden opgelegd
en ten uitvoer worden gelegd
Raad van Europa: Europees verdrag voor de rechten van de mens
Europese Unie: harmonisatie van het straf(proces)recht
Art 287 Sr
,Delictsomschrijving = Hij die opzettelijk een ander van het leven beroofd
Kwalificatie-aanduiding = als schuldig aan doodslag
Strafbedreiging = gevangenisstraf/ geldboete
Tweede boek Sr is misdrijven
Derde boek Sr is overtredingen
Materieel delict = art 287 Sr: Hij die opzettelijk een ander van het leven
beroofd (gevolg).
Formeel delict = art 310 Sr: Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan
een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen (handelen).
4 voorwaarden van strafbaarheid
1. Een menselijke gedraging
2. Wettelijke delictsomschrijving
3. Wederrechtelijk
4. Verwijtbaarheid
Een menselijke gedraging
= personen, fysieke gedraging (omissie en commissie)
Wettelijke delictsomschrijving (bestanddelen)
= Legaliteitsbeginsel, juridische duiding
Wederrechtelijkheid (element, soms bestanddeel)
= in strijd met het objectieve recht
Verwijtbaarheid (element, soms bestanddeel)
= toerekenen aan de dader
Beslissingsmodel:
, 1. Is het ten laste gelegde feit bewezen?
a. Ja? Dan naar vraag 2
b. Nee? Dan vrijspraak (art 352 lid 1 Sv)
2. Is het feit strafbaar?
a. Ja? Dan naar vraag 3
b. Nee? Dan OVAR (art 352 lid 2 Sv)
3. Is de verdachte strafbaar?
a. Ja? Dan naar vraag 4
b. Nee? Dan OVAR (art 352 lid 2 Sv)
4. Welke dient te worden opgelegd?
Doel legaliteitsbeginsel
Rechtsstaatsgedachte: elk overheidsoptreden dient te zijn
gebaseerd op tijdig uitgevaardigde rechtsregels van goede kwaliteit
Rechtszekerheid: burger moet vooraf weten welk gedrag een
overheidsreactie kan uitlokken
Deelbeginselen van het legaliteitsbeginsel
1. Lex scripta: strafbaarstelling vereist een schriftelijke strafbepaling
2. Lex praevia: strafbaarstelling mogen geen terugwerkende kracht
hebben
a. Lex mitior: indien de wet voor de verdachte in zijn voordeel
wordt herzien
3. Lex certa: strafbaarstelling moet zo precies mogelijk worden
geformuleerd
4. Lex stricta: de strafbepaling mag niet extensief worden
geïnterpreteerd
Interpretatiemethoden
Grammaticaal = taalkundige betekenis van woorden
Wetshistorisch = totstandkomingsgeschiedenis van de strafbepaling
Systematisch = in het licht van de structuur van de wet
Teleologisch = in het licht van het doel van de wet
KENNISCLIP WEEK 2
Niet ideaaltypische delictsomschrijving
= wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid worden opgenomen in de
delictsomschrijving
JURISPRUDENTIE WEEK 2 – ONBEHOORLIJK GEDRAG
1x afwezig
,Week 2 – Uitgangspunten van het straf(proces)recht
LEERDOELEN
1. Verschil materieel en formeel strafrecht
2. Op welke manieren kunnen strafbare feiten worden ingedeeld
3. Verschil bestanddelen en elementen
4. Structuur van het strafbare feit uiteenzetten
5. Betekenis legaliteitsbeginsel
6. Beslissingsmodel uitwerken en toepassen op een casus (art 350 t/m
352 Sv)
HOORCOLLEGE 2
Doel van het strafrecht
= bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
Strafdoelen:
Vergelding
Speciale preventie
Generale preventie
Herstel
Bronnen van het strafrecht
1. De wet
2. Jurisprudentie
3. Verdragen en Unierechtelijke regelgeving
Materieel strafrecht = belangrijkste algemene leerstukken voor
strafrechtelijke aansprakelijkheid (inhoud van het strafrecht)
Formeel strafrecht = procedures die moeten worden gevolgd om iemand
strafrechtelijk aansprakelijk te houden
Sanctierecht = voorwaarden waaronder straffen mogen worden opgelegd
en ten uitvoer worden gelegd
Raad van Europa: Europees verdrag voor de rechten van de mens
Europese Unie: harmonisatie van het straf(proces)recht
Art 287 Sr
,Delictsomschrijving = Hij die opzettelijk een ander van het leven beroofd
Kwalificatie-aanduiding = als schuldig aan doodslag
Strafbedreiging = gevangenisstraf/ geldboete
Tweede boek Sr is misdrijven
Derde boek Sr is overtredingen
Materieel delict = art 287 Sr: Hij die opzettelijk een ander van het leven
beroofd (gevolg).
Formeel delict = art 310 Sr: Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan
een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen (handelen).
4 voorwaarden van strafbaarheid
1. Een menselijke gedraging
2. Wettelijke delictsomschrijving
3. Wederrechtelijk
4. Verwijtbaarheid
Een menselijke gedraging
= personen, fysieke gedraging (omissie en commissie)
Wettelijke delictsomschrijving (bestanddelen)
= Legaliteitsbeginsel, juridische duiding
Wederrechtelijkheid (element, soms bestanddeel)
= in strijd met het objectieve recht
Verwijtbaarheid (element, soms bestanddeel)
= toerekenen aan de dader
Beslissingsmodel:
, 1. Is het ten laste gelegde feit bewezen?
a. Ja? Dan naar vraag 2
b. Nee? Dan vrijspraak (art 352 lid 1 Sv)
2. Is het feit strafbaar?
a. Ja? Dan naar vraag 3
b. Nee? Dan OVAR (art 352 lid 2 Sv)
3. Is de verdachte strafbaar?
a. Ja? Dan naar vraag 4
b. Nee? Dan OVAR (art 352 lid 2 Sv)
4. Welke dient te worden opgelegd?
Doel legaliteitsbeginsel
Rechtsstaatsgedachte: elk overheidsoptreden dient te zijn
gebaseerd op tijdig uitgevaardigde rechtsregels van goede kwaliteit
Rechtszekerheid: burger moet vooraf weten welk gedrag een
overheidsreactie kan uitlokken
Deelbeginselen van het legaliteitsbeginsel
1. Lex scripta: strafbaarstelling vereist een schriftelijke strafbepaling
2. Lex praevia: strafbaarstelling mogen geen terugwerkende kracht
hebben
a. Lex mitior: indien de wet voor de verdachte in zijn voordeel
wordt herzien
3. Lex certa: strafbaarstelling moet zo precies mogelijk worden
geformuleerd
4. Lex stricta: de strafbepaling mag niet extensief worden
geïnterpreteerd
Interpretatiemethoden
Grammaticaal = taalkundige betekenis van woorden
Wetshistorisch = totstandkomingsgeschiedenis van de strafbepaling
Systematisch = in het licht van de structuur van de wet
Teleologisch = in het licht van het doel van de wet
KENNISCLIP WEEK 2
Niet ideaaltypische delictsomschrijving
= wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid worden opgenomen in de
delictsomschrijving
JURISPRUDENTIE WEEK 2 – ONBEHOORLIJK GEDRAG