Europees recht
Tentamen: 29 mei – 15.30u
Week 1 – Introductie, aard, ontwikkeling en instellingen
,LEERDOELEN
1. Integratieproces van de EU
2. Waarden en doelstellingen van de EU
3. Belangrijkste EU-instellingen, ken de samenstelling, het takenpakket
en de stemwijze
4. Tegenstelling tussen supranationalisme en intergouvernementalisme
en uitleggen wat deze beginselen betekenen in het samenspel
tussen de verschillende instellingen en lidstaten
HOORCOLLEGE
Supranationaal
- Onafhankelijke organen
- Besluitvorming bij meerderheid
- Toezicht op nakoming
- Eigen rechtsorde (HR Costa/ENEL)
Totstandkoming EU in 3 periode:
1. Europese gemeenschappen (1952-1993)
2. Europese Unie en de Europese gemeenschappen (1993 – 2009)
3. Europese Unie (sinds 2009)
Europese Unie =
Een club van staten die besloot om economische grenzen weg te halen en
samen te werken. De belangrijkste kenmerken zijn recht van
gemeenschappelijke overheid, bron van wetgeving en het is relevant voor
overheden, burgers en ondernemers.
Europese Raad:
Hoogste instelling
Belangrijke taken = verdragen opstellen/wijzigen en beleidslijnen
vaststellen
Wordt steeds belangrijker
Art 15 VEU jo 235-236 VWEU
Raad van de EU:
Wetgeving
Besluitvorming
Belangrijkste wetgever
Art 16 VEU jo 237-243 VWEU
Europese commissie:
Onafhankelijke positie
Art 17 VEU jo 244 – 250 VWEU
Taken Europese commissie:
Toezicht op toepassing Unierecht
Uitvoering en beheer
Externe vertegenwoordiging van de Unie
Voorstellen wat wetgeving, initiatiefrecht
,Hof van Justitie van de Europese Unie
HvJ, Gerecht en gespecialiseerde rechtbanken
Art 19 VEU jo 251-281 VWEU
Europees Parlement
Art 14 VEU jo 223-234 VWEU
Europese verkiezingen vinden om de 5 jaar plaats. Verkiezingen vinden op
verschillende dagen plaats. Als EU-burger kan je stemmen. Je bent EU-
burger als je de nationaliteit van een lidstaat hebt.
SAMENVATTING
Lege Stoel- crisis 1965:
Frankrijk was tegen een supranationale opstelling van de Commissie.
Frankrijk kwam niet meer opdagen. Hierdoor liep het wetgevingsproces
stil. Dit werd doorbroken door het akkoord van Luxemburg in 1966.
Akkoord van Luxenburg 1966:
Hierin werd vastgesteld dat er altijd getracht moest worden consensus te
bereiken, en indien dit niet lukt, konden lidstaten een veto uitspreken. Dit
kon alleen als er zeer gewichtige nationale belangen op het spel stonden.
Dit vetorecht werd wel vaak gebruikt waardoor er weinig wetgeving was.
HvJ: van Gend en Loos: Eu-recht heeft rechtstreekse werking
HvJ Costa/ENEL: Eu-recht heeft voorrang op nationale rechtsorde
Uit deze arresten blijkt dat de soevereiniteit van de lidstaten is begrensd.
Europese akte 1986:
- Plannen om vrij verkeer tussen lidstaten uit te bouwen en de interne
markt te voltooien.
- Institutionele hervorming: supranationale oplossing die maakten dat
lidstaten minder grip kregen op het integratieproces.
Met het verdrag van Rome kreeg het Europese Parlement een adviserende
rol.
Verdrag van Maastricht: medebeslissingsprocedure (3
wetgevingsprocedures)
Europese Unie werd hierdoor gesticht.
Beginsel van Institutioneel evenwicht
= grondslag voor verdeling van taken en bevoegdheden tussen de 3 EU-
instellingen.
Europese Raad
, - Is de periodieke vergadering van regeringsleiders en staatshoofden
van de lidstaten
- Voorzitter van commissie is ook lid (art 15 VEU)
- 4x per jaar samen
- Besluit met consensus, tenzij anders bepaald
- Art 235 en 236
- Geen wetgevende rol alsnog belangrijke rol
Functies Europese raad (vergelijkbaar met kabinet NL)
- Nemen van initiatieven
- Vinden van politieke akkoorden
- Beslechten van politieke crisis
- Opstellen van strategische belangen en doelstellingen
- (art 15,22,26,17 lid 7 VEU en 68,83 VWEU)
Raad van ministers
- Raad van de Europese Unie, de Raad of Raad van ministers
- Wel wetgevende bevoegdheid (met Europees parlement)
- Art 13 dn 16 VEU
- 1 persoon per lidstaat
- Dubbel meerderheidssysteem
- Beleidsbepalende en coordinerende taken
- Voert beleid van unie uit
COREPER = comite van permenente vertegenwoordigers
- Voorbereiding van zitting en plaatsvervangende vertegenwoordigers
Secretariaat- generaal = ook voorbereiding
Stemming bij raad: gekwalificeerde meerderheid, tenzij anders, art 16 VEU
- Belans tussen grote en kleine staten
- Blokkeerde minderheid moet bestaan uit minstens 4 landen
- Instemming van 55%
Twee criteria:
1. Minimumaantal lidstaten dat nodig is
2. Percentage van totale bevolking
Europese Commissie
- Art 17 VEU, 245 VWEU
- Algemeen belang van Unie
- 1 per lidstaat
- Uitvoerende rol = controleren
- Wetgevende taak = initiatiefrecht
Europees parlement
- Volksvertegenwoordiging
- Art 14 VEU
- Geen sprake van evenredige vertegenwoordiging
- 750 leden + voorzitter
Taken:
Tentamen: 29 mei – 15.30u
Week 1 – Introductie, aard, ontwikkeling en instellingen
,LEERDOELEN
1. Integratieproces van de EU
2. Waarden en doelstellingen van de EU
3. Belangrijkste EU-instellingen, ken de samenstelling, het takenpakket
en de stemwijze
4. Tegenstelling tussen supranationalisme en intergouvernementalisme
en uitleggen wat deze beginselen betekenen in het samenspel
tussen de verschillende instellingen en lidstaten
HOORCOLLEGE
Supranationaal
- Onafhankelijke organen
- Besluitvorming bij meerderheid
- Toezicht op nakoming
- Eigen rechtsorde (HR Costa/ENEL)
Totstandkoming EU in 3 periode:
1. Europese gemeenschappen (1952-1993)
2. Europese Unie en de Europese gemeenschappen (1993 – 2009)
3. Europese Unie (sinds 2009)
Europese Unie =
Een club van staten die besloot om economische grenzen weg te halen en
samen te werken. De belangrijkste kenmerken zijn recht van
gemeenschappelijke overheid, bron van wetgeving en het is relevant voor
overheden, burgers en ondernemers.
Europese Raad:
Hoogste instelling
Belangrijke taken = verdragen opstellen/wijzigen en beleidslijnen
vaststellen
Wordt steeds belangrijker
Art 15 VEU jo 235-236 VWEU
Raad van de EU:
Wetgeving
Besluitvorming
Belangrijkste wetgever
Art 16 VEU jo 237-243 VWEU
Europese commissie:
Onafhankelijke positie
Art 17 VEU jo 244 – 250 VWEU
Taken Europese commissie:
Toezicht op toepassing Unierecht
Uitvoering en beheer
Externe vertegenwoordiging van de Unie
Voorstellen wat wetgeving, initiatiefrecht
,Hof van Justitie van de Europese Unie
HvJ, Gerecht en gespecialiseerde rechtbanken
Art 19 VEU jo 251-281 VWEU
Europees Parlement
Art 14 VEU jo 223-234 VWEU
Europese verkiezingen vinden om de 5 jaar plaats. Verkiezingen vinden op
verschillende dagen plaats. Als EU-burger kan je stemmen. Je bent EU-
burger als je de nationaliteit van een lidstaat hebt.
SAMENVATTING
Lege Stoel- crisis 1965:
Frankrijk was tegen een supranationale opstelling van de Commissie.
Frankrijk kwam niet meer opdagen. Hierdoor liep het wetgevingsproces
stil. Dit werd doorbroken door het akkoord van Luxemburg in 1966.
Akkoord van Luxenburg 1966:
Hierin werd vastgesteld dat er altijd getracht moest worden consensus te
bereiken, en indien dit niet lukt, konden lidstaten een veto uitspreken. Dit
kon alleen als er zeer gewichtige nationale belangen op het spel stonden.
Dit vetorecht werd wel vaak gebruikt waardoor er weinig wetgeving was.
HvJ: van Gend en Loos: Eu-recht heeft rechtstreekse werking
HvJ Costa/ENEL: Eu-recht heeft voorrang op nationale rechtsorde
Uit deze arresten blijkt dat de soevereiniteit van de lidstaten is begrensd.
Europese akte 1986:
- Plannen om vrij verkeer tussen lidstaten uit te bouwen en de interne
markt te voltooien.
- Institutionele hervorming: supranationale oplossing die maakten dat
lidstaten minder grip kregen op het integratieproces.
Met het verdrag van Rome kreeg het Europese Parlement een adviserende
rol.
Verdrag van Maastricht: medebeslissingsprocedure (3
wetgevingsprocedures)
Europese Unie werd hierdoor gesticht.
Beginsel van Institutioneel evenwicht
= grondslag voor verdeling van taken en bevoegdheden tussen de 3 EU-
instellingen.
Europese Raad
, - Is de periodieke vergadering van regeringsleiders en staatshoofden
van de lidstaten
- Voorzitter van commissie is ook lid (art 15 VEU)
- 4x per jaar samen
- Besluit met consensus, tenzij anders bepaald
- Art 235 en 236
- Geen wetgevende rol alsnog belangrijke rol
Functies Europese raad (vergelijkbaar met kabinet NL)
- Nemen van initiatieven
- Vinden van politieke akkoorden
- Beslechten van politieke crisis
- Opstellen van strategische belangen en doelstellingen
- (art 15,22,26,17 lid 7 VEU en 68,83 VWEU)
Raad van ministers
- Raad van de Europese Unie, de Raad of Raad van ministers
- Wel wetgevende bevoegdheid (met Europees parlement)
- Art 13 dn 16 VEU
- 1 persoon per lidstaat
- Dubbel meerderheidssysteem
- Beleidsbepalende en coordinerende taken
- Voert beleid van unie uit
COREPER = comite van permenente vertegenwoordigers
- Voorbereiding van zitting en plaatsvervangende vertegenwoordigers
Secretariaat- generaal = ook voorbereiding
Stemming bij raad: gekwalificeerde meerderheid, tenzij anders, art 16 VEU
- Belans tussen grote en kleine staten
- Blokkeerde minderheid moet bestaan uit minstens 4 landen
- Instemming van 55%
Twee criteria:
1. Minimumaantal lidstaten dat nodig is
2. Percentage van totale bevolking
Europese Commissie
- Art 17 VEU, 245 VWEU
- Algemeen belang van Unie
- 1 per lidstaat
- Uitvoerende rol = controleren
- Wetgevende taak = initiatiefrecht
Europees parlement
- Volksvertegenwoordiging
- Art 14 VEU
- Geen sprake van evenredige vertegenwoordiging
- 750 leden + voorzitter
Taken: