hiermee een 8
PB0012
Thema 1: Introductie in de sociale pschologie
H1 Inleiding tot de sociale psychologie
1.1 Psychologie: de wetenschap van het gedrag en de psychische processen van het individu.
Sociale psychologie: de wetenschap die bestudeert hoe de gedachten, gevoelens en
gedragingen van mensen worden beïnvloed door de echte of denkbeeldige aanwezigheid
van anderen
Sociologie: verschaft algemene wetten en theorieën over samenlevingen, niet over
individuen.
Persoonlijkheidspsychologie: onderzoekt de kenmerken die maken dat individuen uniek
zijn en van elkaar verschillen.
De kern van de sociale psychologie is het fenomeen sociale invloed.
, De sociale psychologie onderscheidt zich vooral doordat ze zich niet zozeer bezighoudt met
sociale situaties in een objectieve betekenis, maar doordat ze zich in eerste instantie richt op
de manier waarop mensen beïnvloed worden door hun interpretatie, of construct, van hun
sociale omgeving.
Determinant: Bepalende factor in een ontwikkeling of toestand.
Voor sociaal psychologen is het analyseniveau het individu in de context van een sociale
situatie. Het doel van de sociale psychologie is het identificeren van universele
eigenschappen van de mensenlijke natuur die ervoor zorgen dat iedereen gevoelig is voor
sociale invloed, onafhankelijk van sociale klasse of cultuur.
Fundamentele attributiefout: neiging om de mate waarin iemands gedrag wordt
veroorzaakt door interne, dispositionele factoren te overschatten en de rol van externe,
situationele factoren te onderschatten.
Attributie: het toeschrijven van oorzaken aan het eigen of aan andermans gedrag en het
daarmee voorzien van verklaringen.
Gestaltpsychologie: stroming in de psychologie die het belang benadrukt van het
bestuderen van de persoonlijke (subjectieve) manier waarop een object wordt waargenomen
(het gestalt of geheel), in plaats van het bestuderen van de manier waarop de objectieve,
fysieke eigenschappen van het object zijn samengevoegd.
Fenomenologie: filosofische methode (van Husserl) die probeert door de
geestelijk-intuïtieve beschouwing van de dingen, niet door rationele kennis, de constitutie van
de wereld in de geest en het wezen der dingen te beschrijven.
1.4
De oorsprong van constructen: fundamentele menselijke motieven
Twee motieven die van essentieel belang zijn: de behoefte aan een positief zelfbeeld en de
behoefte om de wereld accuraat waar te nemen. Meestal worden we door deze twee
motieven in tegengestelde richtingen getrokken, waardoor we, om de wereld accuraat te
kunnen waarnemen, niet anders kunnen dan het feit onder ogen zien dat we ons idioot of
immoreel hebben gedragen.
Het motief van eigenwaarde: de behoefte aan een positief zelfbeeld
Positief zelfbeeld: evaluatie van mensen van hun eigen eigenwaarde, dat wil zeggen: de
mate waarin ze zichzelf beschouwen als goed, competent en beschaafd.
De reden dat mensen de wereld zien zoals ze die zien, kan vaak worden teruggevoerd op
deze onderliggende behoefte om een positief beeld van zichzelf te behouden. Bij de keuze
tussen het vervormen van de wereld om zich goed te voelen over zichzelf of zich een
accuraat beeld van de wereld te vormen, kiezen mensen vaak voor de eerste optie.
Vroeger gedrag rechtvaardigen
Een positief zelfbeeld is natuurlijk een nuttige zaak, maar wanneer het ertoe leidt dat iemand
zijn acties rechtvaardigt en er niet van leert, kan dat verandering en zelfverbetering in de weg
staan.
Lijden en zelfrechtvaardiging
De belangrijkste bevindingen zijn (1) dat menselijke wezens gemotiveerd zijn om een positief
beeld van zichzelf in stand te houden, deels door hun gedrag te rechtvaardigen, en (2) dat dit
hen er onder bepaalde te specificeren omstandigheden toe brengt dingen te doen die in
, eerste instantie verrassend of paradoxaal lijken. Zo kunnen ze de voorkeur geven aan
mensen en dingen waarvoor ze hebben geleden boven mensen en dingen die ze associëren
met gemak en plezier.
De behavioristische benadering is onvoldoende om een groot deel van de belangrijke
attitudes en gedragingen van mensen te verklaren.
Het motief van de sociale cognitie: de behoefte om accuraat waar te nemen
Zoals we hebben gezien, zullen mensen, zelfs als ze de feiten enigszins bijschaven om
zichzelf in een zo positief mogelijk daglicht te stellen, de realiteit niet volkomen verdraaien.
We zouden kunnen zeggen dat ze de realiteit geweld aan doen, maar hem deels intact laten.
Sociale cognitie: hoe mensen denken over zichzelf en de sociale wereld; specifieker: hoe
mensen sociale informatie selecteren, interpreteren, herinneren en gebruiken om oordelen te
vormen en beslissingen te nemen.
Soms beïnvloeden onze verwachtingen over de sociale wereld ons vermogen om die wereld
accuraat waar te nemen. Onze verwachtingen kunnen zelfs de aard van de sociale wereld
veranderen.
Overige motieven
In uiteenlopende situaties zijn er veel verschillende motieven die invloed hebben op wat we
denken, voelen en doen. Biologische drijfveren zoals honger en dorst kunnen krachtige
drijfveren zijn, met name wanneer er sprake is van extreme onthouding. Op een meer
psychologisch niveau kunnen we gedreven worden door angst of door de belofte van liefde,
goedkeuring en andere beloningen waarbij sprake is van sociale uitwisseling. Een ander
belangrijk motief is de behoefte aan controle.
1.5
Sociale psychologie en maatschappelijke problemen
Waarom willen we oorzaken van sociaal gedrag willen bestuderen?
- bijdrage leveren aan de oplossing van maatschappelijke problemen
- nieuwsgierigheid en fascinatie - we zijn in wezen allemaal sociaal psychologen
Hun inspanningen hebben zich uitgestrekt van het terugdringen van geweld en vooroordelen
tot het bevorderen van altruïsme en tolerantie.
Als we geïnteresseerd zijn in het veranderen van ons eigen of andermans gedrag, eerst iets
moeten weten over de fundamentele oorzaken daarvan.
H2
Methodologie: hoe doen sociaal psychologen onderzoek?
2.1
Sociale psychologie: een empirische wetenschap
Hindsight bias: de neiging van mensen om hun vermogen om een uitkomst te voorspellen
te overdrijven nadat ze te weten zijn gekomen hoe die uitkomst eruitziet.
, Onderzoeksmethoden
2.2
De observationele methode: sociaal gedrag beschrijven
Observationele methode: techniek waarbij een onderzoeker mensen observeert en zijn of
haar metingen of indrukken over hun gedrag systematisch vastlegt.
Etnografie: methode waarbij een onderzoeker probeert een groep of cultuur te begrijpen
door die van binnenuit te observeren, zonder de groep zijn eigen normen en waarden op te
leggen.
Etnografie is de belangrijkste methode van de culturele antropologie, de studie naar
menselijke culturen en samenlevingen.
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid: de mate van overeenkomst tussen de resultaten van
twee of meer mensen die onafhankelijk van elkaar een dataset observeren en coderen.
Door aan te tonen dat twee of meer beoordelaars onafhankelijk van elkaar tot dezelfde
observaties komen, voorkomen onderzoekers dat hun observaties subjectieve, vervormde
indrukken van een enkel individu zijn.
Analyse van archieven
De observationele methode beperkt zich niet tot observaties van reëel gedrag. De
onderzoeker kan ook de verzamelde documenten of archieven van een cultuur onderzoeken.
Analyse van archieven: vorm van de observationele methode waarbij de onderzoeker de
verzamelde documentatie, oftewel de archieven, van een cultuur onderzoekt (bijvoorbeeld
dagboeken, romans, tijdschriften en kranten).
Beperkingen van de observationele methode
Sociaal psychologen willen meer doen dan alleen gedrag beschrijven; ze willen het ook
kunnen voorspellen en uitleggen. Daarvoor zijn andere methoden geschikter.
2.3
De correlationele methode: sociaal gedrag voorspellen
Correlationele methode: techniek waarbij twee of meer variabelen systematisch worden
gemeten en waarmee wordt vastgesteld wat de relatie is tussen die variabelen.
Correlatiecoëfficiënt: een maat voor correlatie waarmee je de samenhang kunt vaststellen
tussen twee variabelen (bijvoorbeeld in welke mate gewicht samenhangt met lengte).