Week 5
Gevolgen van niet-nakoming (II)
1. Literatuur
VA, Hoofdstuk 3 (nrs. 171 t/m 209).
Klik, Hoofdstuk 4 (par. 4.5 en 4.7).
De Jong, „De eis van de ingebrekestelling: recente ontwikkelingen‟ (*)
Hijma, Noot HR 21 mei 1999, NJ 1999, 733 (B/W).
Hijma, Noot HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 597 (Endlich/Bouwmachines).
(*) te vinden op Blackboard.
2. Jurisprudentie
HR 21 mei 1999, NJ 1999, 733 (B/W).
HR 4 februari 2000, NJ 2000,258 (Kinheim/Pelders).
HR 6 oktober 2000, NJ 2000,691 (Verzicht/Rowi).
HR 14 juni 2002, NJ 2002, 495 (Geldnet BV/Kwantum BV).
HR 4 oktober 2002, NJ 2003, 257 (Fraanje/Götte).
HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 597 (Endlich/Bouwmachines).
3. Korte omschrijving
Vorige week zagen we dat het contractenrecht de teleurgestelde wederpartij van de partij die
het contract niet, niet tijdig of niet deugdelijk nakomt onder andere het recht toekent om
nakoming van het contract te vorderen. Deze week gaan we in op een tweede belangrijke
vorderingsrecht, namelijk de vordering tot schadevergoeding. In dat kader wordt in de context
van het vereiste van toerekenbaarheid bovendien ingegaan op de vraag of en in hoeverre een
contractpartij verantwoordelijk is voor de personen en zaken die hij bij de uitvoering van zijn
contractuele verplichtingen inschakelt. Bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van zowel
de vordering tot schadevergoeding als de vordering tot ontbinding, moet mede acht worden
geslagen op het leerstuk van verzuim. Dat leerstuk komt daarom zowel in deze als in de
volgende week aan bod.
4. Opdrachten
Voor de vraag hoe u de opdrachten moet maken, verwijzen we u voorts naar Deel C van dit
werkboek.
Opdracht 1
Frank van der Meer bewoont een statig herenhuis in het centrum van Amsterdam. Helaas zijn
de pannen op het dak van de woning poreus geworden en moeten zij daarom – met het oog op
de naderende herfststormen – nodig vervangen worden. De nieuwe pannen en de voor de klus
benodigde steiger heeft Van der Meer al gekocht, maar zijn goede voornemens ten spijt voelt
,hij er uiteindelijk toch weinig voor om zelf het dak op te gaan. Hij neemt daarom contact op
met Jaco Zeil, de plaatselijke dakdekker, die nogal om werk verlegen zit en daarom graag de
nieuwe dakpannen wil leggen. Ze komen overeen dat de klus geklaard zal worden voor € 500.
Omdat Van der Meer niet het idee wil hebben de steiger voor niets te hebben gekocht, zal Zeil
hier gebruik van maken. Helaas gaat er bij de werkzaamheden wat mis. Als Theo Maas, de
enige knecht van Zeil, het dak opgaat, slaat een bliksemsflits geheel onverwachts in op het
dak van Van der Meer. Theo valt van de schrik van het dak. Theo is gelukkig niet verwond
door de bliksem en zijn val wordt gebroken door het in de tuin van het herenhuis opgehangen
wasgoed, maar door zijn val is wel de dakgoot beschadigd. De reparatie van de dakgoot – die
verricht is door een ander bedrijf omdat Zeil daartoe niet in staat was – heeft € 1.000 gekost,
welk bedrag door Van der Meer is betaald. Van der Meer is echter van mening dat Zeil dit
bedrag dient te vergoeden.
Vraag 1
Is Zeil op basis van het contract gehouden het gevraagde bedrag te vergoeden?
Antwoord
Juridisch kwalificeren
Leerstuk van schadevergoeding
Zal de rechter de vordering tot schadevergoeding kunnen toewijzen?
Normatief kader
Schadevergoeding vorderen (art. 6:74 e.v. BW): vereisten:
1) tekortkoming:
– niet-nakoming van een opeisbare verbintenis (art. 6:38, 6:39 en 6:80 BW)
• opeisbaarheid niet altijd vereist (art. 6:80 lid 1 sub a t/m c BW)
– verzuim is ingetreden (art. 6:74 lid 2 jo. 6:81 e.v. BW)
• verzuim vereist tenzij nakoming blijvend onmogelijk is (art. 6:74 lid 2 en 6:81 BW)
- gevolgschade (Kinheim/Pelders)
2) toerekening (art. 6:74 (1) jo. 6:75 BW):
- op grond van schuld
- op grond van risico
- wet
• art. 6:76 (aansprakelijkheid voor hulppersonen)
- rechtshandeling
- verkeersopvattingen
3) schade
4) causaal verband
- tussen schade en tekortkoming
Toepassing
Kan schadevergoeding worden gevorderd?
1) Tekortkoming?
- Niet-nakoming van een opeisbare verbintenis?
Ja, want op grond van art. 6:80 lid 1 sub c mocht Van der Meer afleiden dan Zeil tekort zou
gaan schieten in de nakoming, omdat Zeil niet zelf in staat was de dakgoot te repareren.
, Direct opeisbaar ogv. Art. 6:38 , want geen tijdsbepaling afgesproken.
- Is verzuim vereist en zo ja, is het ingetreden?
Ja, verzuim is vereist want de nakoming is niet blijvend onmogelijk (Zeil kan gewoon betalen
voor de reparatie van de dakgoot). Het verzuim is ingetreden zonder ingebrekestelling, want het
gaat om een onrechtmatige daad (art. 6:83 sub b). Immers, Theo Maas, de hulpknecht valt door
de bliksemflits waardoor de schade is ontstaan.
Gevolgschade; geen verzuim nodig.
2) (a) Toerekening?
- Op grond van schuld? Kan het aan Zeil worden toegerekend?
Nee, het is niet aan de schuld van Zeil te wijten dat de dakgoot is te wijten. Immers, dit komt
door een bliksemflits die geheel onverwachts inslaat op het dak van Van der Meer. Theo valt
daardoor van de schrik van het dak, waardoor de dakgoot beschadigd. De niet-nakoming is
derhalve niet aan de schuld van Zeil te verwijten omdat hem geen verwijt kan worden gemaakt.
- Op grond van risico?
- wet?
Art. 6:76 BW (aansprakelijkheid voor hulppersonen?)
Zeil maakt gebruik van een hulppersoon, Theo Maas. Zie voor de uitwerking voor
aansprakelijkheid hulppersonen 2b.
- rechtshandeling?
n.v.t.
- verkeersopvatting
n.v.t.
2) (b) Toerekening op grond van art. 6:76 BW (aansprakelijkheid voor hulppersonen)?
Hypothetische denkstap
Zou Zeil zelf aansprakelijk zijn geweest op grond van art. 6:74 jo. 6:75 BW?
- Toerekening op grond van schuld?
Nee, want de niet-nakoming ligt buiten de macht van Zeil; het is niet aan zijn schuld te wijten
want hem kan geen verwijt worden gemaakt. De bliksemflits sloeg immers onverwachts in.
- Toerekening op grond van risico?
- Wet?
Gaat hier om de vraag of Zeil zelf aansprakelijk zou zijn geweest, dus niet om de hulppersoon
of gebruikte zaken.
- Rechtshandeling?
N.v.t.
- Verkeersopvatting?
N.v.t.
Tussenconclusie: het is niet aan de schuld van Zeil te wijten dat de schade is ontstaan; dit geldt
derhalve ook voor zijn hulppersoon, want op grond van art. 6:76 is de schuldenaar alleen
aansprakelijk voor daden van hulppersonen als hij daarvoor zelf op gelijke wijze aansprakelijk
Gevolgen van niet-nakoming (II)
1. Literatuur
VA, Hoofdstuk 3 (nrs. 171 t/m 209).
Klik, Hoofdstuk 4 (par. 4.5 en 4.7).
De Jong, „De eis van de ingebrekestelling: recente ontwikkelingen‟ (*)
Hijma, Noot HR 21 mei 1999, NJ 1999, 733 (B/W).
Hijma, Noot HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 597 (Endlich/Bouwmachines).
(*) te vinden op Blackboard.
2. Jurisprudentie
HR 21 mei 1999, NJ 1999, 733 (B/W).
HR 4 februari 2000, NJ 2000,258 (Kinheim/Pelders).
HR 6 oktober 2000, NJ 2000,691 (Verzicht/Rowi).
HR 14 juni 2002, NJ 2002, 495 (Geldnet BV/Kwantum BV).
HR 4 oktober 2002, NJ 2003, 257 (Fraanje/Götte).
HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 597 (Endlich/Bouwmachines).
3. Korte omschrijving
Vorige week zagen we dat het contractenrecht de teleurgestelde wederpartij van de partij die
het contract niet, niet tijdig of niet deugdelijk nakomt onder andere het recht toekent om
nakoming van het contract te vorderen. Deze week gaan we in op een tweede belangrijke
vorderingsrecht, namelijk de vordering tot schadevergoeding. In dat kader wordt in de context
van het vereiste van toerekenbaarheid bovendien ingegaan op de vraag of en in hoeverre een
contractpartij verantwoordelijk is voor de personen en zaken die hij bij de uitvoering van zijn
contractuele verplichtingen inschakelt. Bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van zowel
de vordering tot schadevergoeding als de vordering tot ontbinding, moet mede acht worden
geslagen op het leerstuk van verzuim. Dat leerstuk komt daarom zowel in deze als in de
volgende week aan bod.
4. Opdrachten
Voor de vraag hoe u de opdrachten moet maken, verwijzen we u voorts naar Deel C van dit
werkboek.
Opdracht 1
Frank van der Meer bewoont een statig herenhuis in het centrum van Amsterdam. Helaas zijn
de pannen op het dak van de woning poreus geworden en moeten zij daarom – met het oog op
de naderende herfststormen – nodig vervangen worden. De nieuwe pannen en de voor de klus
benodigde steiger heeft Van der Meer al gekocht, maar zijn goede voornemens ten spijt voelt
,hij er uiteindelijk toch weinig voor om zelf het dak op te gaan. Hij neemt daarom contact op
met Jaco Zeil, de plaatselijke dakdekker, die nogal om werk verlegen zit en daarom graag de
nieuwe dakpannen wil leggen. Ze komen overeen dat de klus geklaard zal worden voor € 500.
Omdat Van der Meer niet het idee wil hebben de steiger voor niets te hebben gekocht, zal Zeil
hier gebruik van maken. Helaas gaat er bij de werkzaamheden wat mis. Als Theo Maas, de
enige knecht van Zeil, het dak opgaat, slaat een bliksemsflits geheel onverwachts in op het
dak van Van der Meer. Theo valt van de schrik van het dak. Theo is gelukkig niet verwond
door de bliksem en zijn val wordt gebroken door het in de tuin van het herenhuis opgehangen
wasgoed, maar door zijn val is wel de dakgoot beschadigd. De reparatie van de dakgoot – die
verricht is door een ander bedrijf omdat Zeil daartoe niet in staat was – heeft € 1.000 gekost,
welk bedrag door Van der Meer is betaald. Van der Meer is echter van mening dat Zeil dit
bedrag dient te vergoeden.
Vraag 1
Is Zeil op basis van het contract gehouden het gevraagde bedrag te vergoeden?
Antwoord
Juridisch kwalificeren
Leerstuk van schadevergoeding
Zal de rechter de vordering tot schadevergoeding kunnen toewijzen?
Normatief kader
Schadevergoeding vorderen (art. 6:74 e.v. BW): vereisten:
1) tekortkoming:
– niet-nakoming van een opeisbare verbintenis (art. 6:38, 6:39 en 6:80 BW)
• opeisbaarheid niet altijd vereist (art. 6:80 lid 1 sub a t/m c BW)
– verzuim is ingetreden (art. 6:74 lid 2 jo. 6:81 e.v. BW)
• verzuim vereist tenzij nakoming blijvend onmogelijk is (art. 6:74 lid 2 en 6:81 BW)
- gevolgschade (Kinheim/Pelders)
2) toerekening (art. 6:74 (1) jo. 6:75 BW):
- op grond van schuld
- op grond van risico
- wet
• art. 6:76 (aansprakelijkheid voor hulppersonen)
- rechtshandeling
- verkeersopvattingen
3) schade
4) causaal verband
- tussen schade en tekortkoming
Toepassing
Kan schadevergoeding worden gevorderd?
1) Tekortkoming?
- Niet-nakoming van een opeisbare verbintenis?
Ja, want op grond van art. 6:80 lid 1 sub c mocht Van der Meer afleiden dan Zeil tekort zou
gaan schieten in de nakoming, omdat Zeil niet zelf in staat was de dakgoot te repareren.
, Direct opeisbaar ogv. Art. 6:38 , want geen tijdsbepaling afgesproken.
- Is verzuim vereist en zo ja, is het ingetreden?
Ja, verzuim is vereist want de nakoming is niet blijvend onmogelijk (Zeil kan gewoon betalen
voor de reparatie van de dakgoot). Het verzuim is ingetreden zonder ingebrekestelling, want het
gaat om een onrechtmatige daad (art. 6:83 sub b). Immers, Theo Maas, de hulpknecht valt door
de bliksemflits waardoor de schade is ontstaan.
Gevolgschade; geen verzuim nodig.
2) (a) Toerekening?
- Op grond van schuld? Kan het aan Zeil worden toegerekend?
Nee, het is niet aan de schuld van Zeil te wijten dat de dakgoot is te wijten. Immers, dit komt
door een bliksemflits die geheel onverwachts inslaat op het dak van Van der Meer. Theo valt
daardoor van de schrik van het dak, waardoor de dakgoot beschadigd. De niet-nakoming is
derhalve niet aan de schuld van Zeil te verwijten omdat hem geen verwijt kan worden gemaakt.
- Op grond van risico?
- wet?
Art. 6:76 BW (aansprakelijkheid voor hulppersonen?)
Zeil maakt gebruik van een hulppersoon, Theo Maas. Zie voor de uitwerking voor
aansprakelijkheid hulppersonen 2b.
- rechtshandeling?
n.v.t.
- verkeersopvatting
n.v.t.
2) (b) Toerekening op grond van art. 6:76 BW (aansprakelijkheid voor hulppersonen)?
Hypothetische denkstap
Zou Zeil zelf aansprakelijk zijn geweest op grond van art. 6:74 jo. 6:75 BW?
- Toerekening op grond van schuld?
Nee, want de niet-nakoming ligt buiten de macht van Zeil; het is niet aan zijn schuld te wijten
want hem kan geen verwijt worden gemaakt. De bliksemflits sloeg immers onverwachts in.
- Toerekening op grond van risico?
- Wet?
Gaat hier om de vraag of Zeil zelf aansprakelijk zou zijn geweest, dus niet om de hulppersoon
of gebruikte zaken.
- Rechtshandeling?
N.v.t.
- Verkeersopvatting?
N.v.t.
Tussenconclusie: het is niet aan de schuld van Zeil te wijten dat de schade is ontstaan; dit geldt
derhalve ook voor zijn hulppersoon, want op grond van art. 6:76 is de schuldenaar alleen
aansprakelijk voor daden van hulppersonen als hij daarvoor zelf op gelijke wijze aansprakelijk