Criminologie samenvatting
Week 1
Misdaad en straf heeft brede belangstelling doordat veel mensen er mee te maken krijgen en er veel
in de media over wordt gesproken. De emoties lopen vaak hoog op doordat men zich er emotioneel
betrokken bij voelt, mensen identificeren zich automatisch met het slachtoffer. Ernstige misdrijven
roepen gevoelens van angst, afschuw en woede op. De emoties kunnen ook een positieve sociale
functie vervullen. Zo wordt het normbesef van een gemeenschap bevestigd, iedereen weet weer
waar de grenzen liggen. Ook zorgt de gezamenlijke afwijzing van de dader voor samenhorigheid.
Misdrijven kunnen fungeren als katalysator van uitbarstingen van collectieve agressie jegens de
groep waartoe de dader wordt gerekend. Op de daders worden gevoelens van woede en onmacht
afgereageerd die een maatschappelijke oorzaak hebben die met het gepleegde misdrijf weinig of
niets te maken heeft.
Mogelijke reacties op criminaliteit:
Om er voor te zorgen dat straffen niet worden geleid door emoties, is er in Nl gekozen voor een
exclusief professionele strafrechtspleging. De rechters hebben lang gestudeerd en zijn daardoor
objectief en kijken naar het bewijs. Zij laten zich niet leiden door onderbuikgevoelens, wat wel het
geval (kan zijn) bij juryrechtspraak.
Wat is criminologie? De wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van de aard en de
achtergronden van menselijke gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld, en de wijze
waarop de overheid en de overige maatschappij daarop reageert. Als er iets nieuws strafbaar wordt
gesteld heet dat criminalisering. Wordt iets niet meer strafbaar, dan heet dat decriminalisering.
De kritische criminologie onderzoekt de ontwikkelingen door de tijd heen en verschillen tussen
landen in welke gedragingen strafbaar worden gesteld. Lombrosso was een onderzoeker en volgens
hem zouden misdadigers in biologisch opzicht een soort primitieve halfmensen zijn. De kenmerken
zouden zijn: een vooruitstekende wenkbrauwboog en diepliggende ogen, een dichte haarinplant, een
naar voren geplaatst gebit. De wijze waarop de studie is uitgevoerd voldoet niet aan hedendaagse
eisen van wetenschappelijk onderzoek. Er ontbrak een hypothese en de gegevens werden niet
verzameld volgens hetzelfde meetprotocol. Toch wordt zijn studie als wetenschappelijk gezien
omdat voor de eerste keer werd gepoogd een verklaring voor crimineel gedrag te vinden door
middel van de meting van objectieve kenmerken die door anderen konden worden herhaald. Zijn
resultaten waren echter onjuist.
,Ethiologie: Waarom is iemand crimineel geworden?
Beschrijvende criminologie: De statistische verdeling van criminaliteit
Relativiteit van het criminaliteitsbegrip: Het begrip wat crimineel is, is relatief. Het veranderd steeds
en ligt niet vast.
Penologie: Reacties op criminaliteit.
Victimologie: Over de slachtoffers
In hoeverre is het iemand vrije wil om crimineel te worden? Determinisme: Geen eigen wil, hangt van
het lot af. Indeterminisme: wel een eigen wil.
Hoofdstuk 2
Hoe meet je criminaliteit?
- Politiecijfers
Nadeel: Niet iedereen doet aangifte, ook ligt het eraan hoeveel aandacht de politie
eraan geeft (haal en brengwerk) en ligt het aan de manier van registreren. Een
aanzienlijk deel blijft verboren voor de politie, dit heet verborgen criminaliteit of
dark number.
- Slachtofferenquêtes
Nadeel: Mensen zijn niet altijd eerlijk, je bereikt niet alle doelgroepen (bv.
Zwervers), en het geheugen is niet altijd goed.
- Daderenquêtes
Nadeel: Zie bovenstaande
Waarom doen mensen geen aangifte?
- Omdat ze zich generen
- Omdat ze bang zijn voor represailles van de dader
- Bedrijven willen hun goede naam niet kwijt en lossen zaken daarom zelf op
- Omdat ze denken dat de dader toch nooit gevonden zal worden
Objectieve veiligheid: hoe onveilig je daadwerkelijk bent
Subjectieve veiligheid: Hoe onveilig je denkt dat je bent. Bestaat uit 3 dingen: 1) Cognitief (hoe
onveilig je denkt dat je bent), 2) Affectief (hoe je je erover voelt) en 3) Gedragsmatig (wat doe je
eraan).
Hoofdstuk 4 Waarom wordt iemand crimineel?
Gedragsvormen:
- Antisociale persoonlijkheidsstoornis: Een parvasief/blijvend patroon van veronachtzaming en
schending van de rechten van anderen.
- Antisociaal gedrag: Een bredere categorie van allerlei gedragingen die door psychologen
worden bestudeerd. Een antisociale persoonlijkheid toont constant het gedrag, antisociaal
gedrag kan je even laten zien maar is niet je persoonlijkheid.
, Psychologische theorieën Oorzaken crimineel gedrag en theorieën:
1. Leerpsychologie: Verkeerd aangeleerd gedrag
Onderzoek naar het (verkeerd)
aanleren van gedrag. 1. Klassieke conditionering (pavlov): Een neutrale stimulus kan worden verbonden met
een reactie oorspronkelijk geen enkele relatie met die prikkel heeft (kwijlende hond). Het
zien van een politie agent roept bij de één een gevoel van veiligheid op, terwijl de ander
een bedreiging ziet. Het afleren van sociaal ongewenst gedrag door straf is een vorm van
Paragraaf 4.3 conditionering. De aandrang om het verboden gedrag te vertonen (neutrale stimulus)
roept spontante herinneringen op (associaties) aan de dreiging met straf (aangeleerde
prikkel). De een is meer vatbaar voor conditionering dan de ander.
2. Instrumenteel leren: Straffen en belonen. Beloningen zijn effectiever dan straffen.
Straffen dooft het vertoonde gedrag uit, maar alleen als hetzelfde gedrag niet eerder is
beloont. In geval van zo nu en dan belonen en zo nu en dan straffen, blijft de gedraging
doorgaan. Zo zal een crimineel soms worden gepakt en gestraft, maar niet altijd.
Hierdoor wordt hij soms gestraft en soms beloond (winst). In de opvoeding is niet goed
en consistent gestraft.
3. Sociaal leren: Leren via imitatie. Rotter legde de nadruk op cognitie, inschatten van
situaties door beloning of straf. Bandura legde de nadruk op observeren en imitatie. Bij
anderen zien dat iets werkt en het vervolgens zelf ook doen.
4. Differentiële associatietheorie (Sutherland): Crimineel gedrag wordt aangeleerd in
contacten met anderen. Dit leerproces ontwikkelt zich door middel van observeren,
imiteren en internaliseren (het je eigen maken). Omgaan met de verkeerde mensen. In
gevangenissen is sprake van criminele infectie/prisonatie doordat gevangenen elkaars
gedrag overnemen en slechter uit de gevangenis komen dan ze erin gingen.
Week 1
Misdaad en straf heeft brede belangstelling doordat veel mensen er mee te maken krijgen en er veel
in de media over wordt gesproken. De emoties lopen vaak hoog op doordat men zich er emotioneel
betrokken bij voelt, mensen identificeren zich automatisch met het slachtoffer. Ernstige misdrijven
roepen gevoelens van angst, afschuw en woede op. De emoties kunnen ook een positieve sociale
functie vervullen. Zo wordt het normbesef van een gemeenschap bevestigd, iedereen weet weer
waar de grenzen liggen. Ook zorgt de gezamenlijke afwijzing van de dader voor samenhorigheid.
Misdrijven kunnen fungeren als katalysator van uitbarstingen van collectieve agressie jegens de
groep waartoe de dader wordt gerekend. Op de daders worden gevoelens van woede en onmacht
afgereageerd die een maatschappelijke oorzaak hebben die met het gepleegde misdrijf weinig of
niets te maken heeft.
Mogelijke reacties op criminaliteit:
Om er voor te zorgen dat straffen niet worden geleid door emoties, is er in Nl gekozen voor een
exclusief professionele strafrechtspleging. De rechters hebben lang gestudeerd en zijn daardoor
objectief en kijken naar het bewijs. Zij laten zich niet leiden door onderbuikgevoelens, wat wel het
geval (kan zijn) bij juryrechtspraak.
Wat is criminologie? De wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van de aard en de
achtergronden van menselijke gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld, en de wijze
waarop de overheid en de overige maatschappij daarop reageert. Als er iets nieuws strafbaar wordt
gesteld heet dat criminalisering. Wordt iets niet meer strafbaar, dan heet dat decriminalisering.
De kritische criminologie onderzoekt de ontwikkelingen door de tijd heen en verschillen tussen
landen in welke gedragingen strafbaar worden gesteld. Lombrosso was een onderzoeker en volgens
hem zouden misdadigers in biologisch opzicht een soort primitieve halfmensen zijn. De kenmerken
zouden zijn: een vooruitstekende wenkbrauwboog en diepliggende ogen, een dichte haarinplant, een
naar voren geplaatst gebit. De wijze waarop de studie is uitgevoerd voldoet niet aan hedendaagse
eisen van wetenschappelijk onderzoek. Er ontbrak een hypothese en de gegevens werden niet
verzameld volgens hetzelfde meetprotocol. Toch wordt zijn studie als wetenschappelijk gezien
omdat voor de eerste keer werd gepoogd een verklaring voor crimineel gedrag te vinden door
middel van de meting van objectieve kenmerken die door anderen konden worden herhaald. Zijn
resultaten waren echter onjuist.
,Ethiologie: Waarom is iemand crimineel geworden?
Beschrijvende criminologie: De statistische verdeling van criminaliteit
Relativiteit van het criminaliteitsbegrip: Het begrip wat crimineel is, is relatief. Het veranderd steeds
en ligt niet vast.
Penologie: Reacties op criminaliteit.
Victimologie: Over de slachtoffers
In hoeverre is het iemand vrije wil om crimineel te worden? Determinisme: Geen eigen wil, hangt van
het lot af. Indeterminisme: wel een eigen wil.
Hoofdstuk 2
Hoe meet je criminaliteit?
- Politiecijfers
Nadeel: Niet iedereen doet aangifte, ook ligt het eraan hoeveel aandacht de politie
eraan geeft (haal en brengwerk) en ligt het aan de manier van registreren. Een
aanzienlijk deel blijft verboren voor de politie, dit heet verborgen criminaliteit of
dark number.
- Slachtofferenquêtes
Nadeel: Mensen zijn niet altijd eerlijk, je bereikt niet alle doelgroepen (bv.
Zwervers), en het geheugen is niet altijd goed.
- Daderenquêtes
Nadeel: Zie bovenstaande
Waarom doen mensen geen aangifte?
- Omdat ze zich generen
- Omdat ze bang zijn voor represailles van de dader
- Bedrijven willen hun goede naam niet kwijt en lossen zaken daarom zelf op
- Omdat ze denken dat de dader toch nooit gevonden zal worden
Objectieve veiligheid: hoe onveilig je daadwerkelijk bent
Subjectieve veiligheid: Hoe onveilig je denkt dat je bent. Bestaat uit 3 dingen: 1) Cognitief (hoe
onveilig je denkt dat je bent), 2) Affectief (hoe je je erover voelt) en 3) Gedragsmatig (wat doe je
eraan).
Hoofdstuk 4 Waarom wordt iemand crimineel?
Gedragsvormen:
- Antisociale persoonlijkheidsstoornis: Een parvasief/blijvend patroon van veronachtzaming en
schending van de rechten van anderen.
- Antisociaal gedrag: Een bredere categorie van allerlei gedragingen die door psychologen
worden bestudeerd. Een antisociale persoonlijkheid toont constant het gedrag, antisociaal
gedrag kan je even laten zien maar is niet je persoonlijkheid.
, Psychologische theorieën Oorzaken crimineel gedrag en theorieën:
1. Leerpsychologie: Verkeerd aangeleerd gedrag
Onderzoek naar het (verkeerd)
aanleren van gedrag. 1. Klassieke conditionering (pavlov): Een neutrale stimulus kan worden verbonden met
een reactie oorspronkelijk geen enkele relatie met die prikkel heeft (kwijlende hond). Het
zien van een politie agent roept bij de één een gevoel van veiligheid op, terwijl de ander
een bedreiging ziet. Het afleren van sociaal ongewenst gedrag door straf is een vorm van
Paragraaf 4.3 conditionering. De aandrang om het verboden gedrag te vertonen (neutrale stimulus)
roept spontante herinneringen op (associaties) aan de dreiging met straf (aangeleerde
prikkel). De een is meer vatbaar voor conditionering dan de ander.
2. Instrumenteel leren: Straffen en belonen. Beloningen zijn effectiever dan straffen.
Straffen dooft het vertoonde gedrag uit, maar alleen als hetzelfde gedrag niet eerder is
beloont. In geval van zo nu en dan belonen en zo nu en dan straffen, blijft de gedraging
doorgaan. Zo zal een crimineel soms worden gepakt en gestraft, maar niet altijd.
Hierdoor wordt hij soms gestraft en soms beloond (winst). In de opvoeding is niet goed
en consistent gestraft.
3. Sociaal leren: Leren via imitatie. Rotter legde de nadruk op cognitie, inschatten van
situaties door beloning of straf. Bandura legde de nadruk op observeren en imitatie. Bij
anderen zien dat iets werkt en het vervolgens zelf ook doen.
4. Differentiële associatietheorie (Sutherland): Crimineel gedrag wordt aangeleerd in
contacten met anderen. Dit leerproces ontwikkelt zich door middel van observeren,
imiteren en internaliseren (het je eigen maken). Omgaan met de verkeerde mensen. In
gevangenissen is sprake van criminele infectie/prisonatie doordat gevangenen elkaars
gedrag overnemen en slechter uit de gevangenis komen dan ze erin gingen.